artikelen over geschiedenis didactiek
Op de schouders van Reuzen. Vuurtorens voor de mensheid
Michael Schmidt-Salomon, Op de schouders van reuzen.
Tien grote denkers die je helpen de wereld te
begrijpen,. Amsterdam, Alfabet Uitg., 2025, 399 blz. –
vertaling: Huub Stegeman – ook als e-boek.
Waardering: ★★★★☆ (4,5/5)
Inhoud
- Alle artikelen uit 2009
- Alle artikelen uit 2010
- Alle artikelen uit 2011
- Alle artikelen uit 2012
- Alle artikelen uit 2013
- Alle artikelen uit 2014
- Alle artikelen uit 2015
- Alle artikelen uit 2016
- Alle artikelen uit 2017
-
- Alle artikelen uit 2019
- Alle artikelen uit 2020
- Alle artikelen uit 2021
- Alle artikelen uit 2022
- Alle artikelen uit 2023
- Alle artikelen uit 2024
- Alle artikelen uit 2025
- Columns over onderwijs
Op de schouders van Reuzen. Vuurtorens voor de mensheid
| “Bijzitten aan het
banket van een rijke koning mag dan al
aanlokkelijk lijken, overdaad schaadt en maakt
ons snel oververzadigd. Anders is het gesteld
wanneer we één bord vol lekkernijen
voorgeschoteld krijgen. Het proeven van al dat
lekkers doet watertanden en verlangen naar meer.
Zo is het ook met kennis gesteld. Door een
overaanbod raken we overmand, hapklare brokken
maken leergierig.” (Lambertus van Sint-Omaars, Liber Floridus1121 De wereld in één boek. Liber Floridus) |

Sommige boeken mag je niet in één ruk uitlezen als een
roman. Je moet ze verdelen in hapklare brokken, zoals
Lambertus van Sint-Omaars in 1121 zijn liber
floridus inleidde.
Michael Schmidt-Salomons boek Op de schouders van
reuzen is een intellectuele pelgrimstocht met tien
buitengewone denkers, die de auteur als zijn
persoonlijke inspiratiebronnen beschouwt. Laat mij zijn
voorbeeld volgen: een volledige bespreking van zijn hele
selectie is immers onmogelijk.
Dat geldt zeker voor dit boek. Je moet de taart verdelen
in minstens tien stukken. En dan nog.
Ik beperk me noodgedwongen tot drie partjes, drie
Reuzen, Grote Denkers, die een openbaring betekenden,
ons niet alleen hielpen de wereld te begrijpen, maar op
wie ik vaak een beroep kon doen om in samenspraak met
anderen die wereld leren te begrijpen en een hele
loopbaan lang in vakoverschrijdende en multimediale
leereenheden heb benut. Dit is uiteraard geen miskenning
van de andere denkers, doch een aansporing om hun
verdiensten te bestuderen. En vanzelfsprekend gaan we
vanuit persoonlijke ervaring in de voorbeelden
herhaaldelijk ruimschoots buiten het kader van het boek.
INLEIDING
Een hoofd denkt nooit alleen
Collectieve denkvermogens
Op de schouders van reuzen is een ambitieuze en
meeslepende filosofische reisgids, waarin Michael
Schmidt-Salomon de lezer meeneemt doorheen de
intellectuele geschiedenis van de mensheid.
De titel van de inleiding maakt onmiddellijk duidelijk
dat de auteur de mythe van het geïsoleerde genie wil
doorbreken. Zijn centrale idee is dat wij als mensen
verder kunnen kijken omdat we "op de schouders van
reuzen staan", een gedachte die bekend werd via
Isaac Newton
maar die deze ontleende aan
Bernardus van Chartres (ca.
1200). Hij benadrukt dat alle menselijke kennis
voortbouwt op inzichten van anderen
Hoe meer informatie, des te moeilijker om het overzicht
te behouden. Hoe in deze stortvloed het onderscheid
bewaren tussen belangrijk of niet, zin en onzin, feiten
en leugens? Zeker in deze jaren van ‘fake news’ en het
snel toenemende gevaar van misbruik door de zeer recente
AI (Artificiële Intelligentie)?
Sociale media, fake news en propaganda kapselen ons
in bubbels in, waarin denkbeelden, vooroordelen en
misvattingen worden uitvergroot. (Aline Sax)
Vroeger was het probleem hoe aan informatie te komen,
tegenwoordig om in de tsunami die ons overspoelt houvast
te vinden. Dit gebeurde in de Europese geschiedenis meer
dan eens. In de 18de eeuw doken nieuw ideeën in een
aantal terreinen zeer kort na elkaar op, zowel voor
bijvoorbeeld economie (liberalisme), politiek
(Montesquieu: scheiding der machten), filosofie enz.
Kortom, de Verlichting die beschouwd wordt als de
aanvang van onze moderne denkbeelden.
J.H. van den Berg ontwierp ter verklaring hiervoor in
1956 de term metabletica, ‘leer van de
gelijktijdige veranderingen’, steunend op de
continuïteitswet van Leibniz (1687).
Dit is door veel experts minachtend terzijde geschoven
als pseudowetenschap.
Hetzelfde overkwam Arnold Toynbee met zijn magistrale
A Study of History.
Waaraan Lemaître in 1927 slechts nipt ontsnapte met zijn
Big Bang-theorie over het ontstaan van het heelal,
voornamelijk door het optreden van Albert Einstein
(relativiteitstheorie 1915)*,
aanvankelijk afwijzende criticus, draaide snel bij na
een persoonlijke ontmoeting met de Leuvense professor en
werd snel zelfs een van de invloedrijkste promotoren –
een prachtvoorbeeld van Poppers
falsificatieprincipe dat we verder in dit
artikel uitvoerig zullen ontmoeten.
*Zie Van der Stock, J.
(curator) & vele anderen, Big Bang. De verbeelding
van het Universum, tentoonstellingspublicatie,
Leuven, Hannibal, 2021, 303blz.
En Stephen Hawking, De antwoorden op de grote vragen,
Het Spectrum, 2018, 263 blz.
Kritiek op het
heldendom
Schmidt-Salomon plaatst kritische kanttekeningen bij het
individualiserende geschiedbeeld waarin grote denkers
als geïsoleerde helden zijn opgevoerd. In plaats daarvan
pleit hij voor een meer genuanceerde benadering waarbij
denkers worden gezien als deelnemers aan een
voortdurend, collectief filosofisch gesprek.
Tegelijkertijd erkent hij dat sommige geesten - de
‘reuzen’ - in dat gesprek meer gewicht in de schaal
leggen. Die balans tussen bewondering en relativering is
kenmerkend voor de toon van het boek.
Pas later ontdek je het onderling verband tussen hen.
Inhoud
Inleiding. Een hoofd denkt nooit alleen
p. 9
1. Verandering is de enige constante
Charles Darwin en de ontdekking van de evolutie 25
2. Reizen in ruimte en tijd
Albert Einstein en de natuurwetten 49
3. De bouwstenen van de kosmos
Marie Curie en het geheim van de materie 77
4. De wereld beeft
Alfred Wegener en de ontdekking van de platentektoniek
99
5. Een stofje in het heelal
Carl Sagan en de avonturen van het Ruimteschip Aarde 127
6. Carpe diem
Epicurus en de zoektocht naar zin 159
7. Voorbij goed en kwaad
Friedrich Nietzsche en het afscheid van de moraal 181
8. Er wordt geschiedenis geschreven
Karl Marx en de ontdekking van het sociale 213
9. We vergissen ons vooruit
Karl Popper en de kansen van een open samenleving 255
10. In het licht van de evolutie
Julian Huxley en de mens van de toekomst 295
Vergezicht: op weg naar de toekomst
De mensheid in het Antropoceen 337
Noten365
Register
Hoofdstuk 5 – Carl Sagan:
Kosmische verwondering en het Ruimteschip Aarde

| Reeds veel te lang hebben
wij een onderwijs gekend dat jonge mensen laat
napraten wat hun voorgekauwd wordt en hen
afleert te denken. Wat wij nodig hebben, is een
onderwijs dat hen leert kritisch te staan tegen
zogenaamd vaststaande waarheden, dat hen leert
vastgeroeste clichés in vraag te stellen, dat
hen leert controversiële problemen niet uit de
weg te gaan. Carl Sagan De tijd zal komen waarin naarstig onderzoek over lange periodes dingen aan het licht zal brengen die nu nog in het verborgene liggen. Eén enkel mensenleven, ook al is het in zijn geheel aan de hemel gewijd, zou niet toereikend zijn om een zo uitgestrekt onderwerp te onderzoeken... Daarom zal deze kennis pas worden onthuld na een lange opeenvolging van eeuwen. Er zal een tijd komen waarin onze nakomelingen verbaasd zullen zijn over het feit dat wij niet op de hoogte waren van dingen die voor hen zo duidelijk zijn... Vele ontdekkingen zijn voorbehouden aan tijden die nog moeten komen, wanneer de herinnering aan ons al vervlogen is. Ons heelal is armzalig nietig, tenzij het voor elk tijdperk iets in zich bergt om te onderzoeken... De natuur onthult haar raadselen stap voor stap. Seneca, Naturales quaestiones, liber VII, 1ste eeuw |
In hoofdstuk 5 richt Schmidt-Salomon de aandacht op Carl Sagan (1934–1996), de Amerikaanse astrofysicus, schrijver en ‘science communicator’. Het is een ode aan Sagans uitzonderlijke vermogen om wetenschappelijke nuchterheid te combineren met een diep gevoel van verwondering voor het universum. Tegelijkertijd biedt hij een kritische, maar bewonderende analyse van Sagans ideeën en publieke rol.
In 1980 keken wij met grote kinderogen en open mond van ongeloof op het televisiescherm naar de eerste aflevering van een dertiendelige wetenschappelijke reeks Cosmos: A Personal Voyage gepresenteerd door een vreemd modieus personage. Een typische Amerikaanse televisiesnob?
Na een inleiding blikt hij door het raam van een
ruimteschip naar het oneindige heelal voorbij de
Melkweg, daalt naar onze zon en bereikt via Mercurius en
Venus de natuur op onze groene aarde. Ondertussen krijg
je een bijzonder majestueuze, lyrische, aanzwellende
muzikale begeleiding. Pas decennia later vond ik dat de
muziek voornamelijk gecomponeerd is door de beroemde
Vangelis (1943-2022). Voorwaar, een vreemde en nooit
eerder geziene start van een wetenschappelijk programma!
Lijkt wel eerder bestemd voor het grote scherm in een
filmzaal! Ongezien!
En dan beklimt hij de ruïnes van een oeroude toren.
Alexandrië, waar hij ons laat kennismaken met een zekere
Erathostenes. Wie? Nog nooit van
gehoord! Ooit bibliothecaris van de beroemde Grote
Bibliotheek. Volgt een onvergetelijk beklijvend
tafereel. Via een karton met gedeeltelijk kaart van
Egypte en daarop boven en onderaan een kleine obelisk,
toont hij wat Eratosthenes (273 – 194 v. Chr.) ontdekte:
hij vernam dat op het middaguur van 21 juni (midzomer,
langste dag) de zon loodrecht scheen in een put in Syene
(nu: Aswan), terwijl een stok een schaduw wierp in
Alexandrië. In drie keer vouwen van zijn karton toont
Sagan aan dat dit alleen maar mogelijk is als de aarde
niet vlak is, maar rond. Hierop stuurde de
bibliothecaris mensen naar Syene om de afstand te voet
af te stappen en zo bepaalde hij vrij nauwkeurig de
omtrek van de aarde.
Ditzelfde onbevredigende verhaal keert nog eens terug
wanneer je leest over de wetenschappelijke vooruitgang
van de Arabische wetenschappers, eeuwen later
*. Toch hebben de
auteurs het hier m.i. mis en onderschatten zij de oude
kosmografen stevig. Eratosthenes wordt beschouwd als de
uitvinder van het armillarium omstreeks
240 v.Chr, een driedimensionaal model van het heelal en
voorloper van het astrolabium.
Hoogstwaarschijnlijk gebruikte hij een andere voorloper
van het astrolabium, bijvoorbeeld het kwadrant (dat meer
dan 2000 jaar in functie bleef). Hiermee is de afstand
van een breedtegraad gemakkelijk en veel betrouwbaarder
te bepalen dan met een stappende man.
En vermits hij reeds wist dat de aarde bolvormig is
…(.(J. M.)

Ptolemaeïsche armillaire
sfeer. Messing Een armillarium is een driedimensionale
voorstelling van ons heelal volgens Ptolemaeus. Dus
geocentrisch, de aarde centraal in het midden, de
sterren en planeten in de banden rondom. Zeer duur en
ingewikkeld instrument, laat toe de bewegingen van de
maan en de zon te volgen en de posities van 15 sterren.
Merk de brede schuin oplopende band van de ecliptica met
de namen & symbolen van de Zodiak.

Zgn. Chaucer-astrolabium (ca.
1400), messing, diameter: 27,8 cm. Zeer kostbaar.
Tweedimensionale voorstelling van Ptolemaeus’
wereldbeeld. Toont het universum met de schijnbare
beweging van de sterren boven een bepaalde breedtegraad.
Voor elke breedtegraad moet een ander stel gegraveerde
gegevens aangebracht binnen de mater (verhoogde
buitenste ring).
*Lyons, Jonathan,
Het huis der wijsheid. Hoe Arabieren de westerse
beschaving hebben beïnvloed, Amsterdam, Bulaaq
- Antwerpen, EPO, 2010.
Eeuwen op zoek naar de tijd.
Vervolgens brengt Sagan langs een vervallen kelderruimte
een bezoek aan de droevige restjes van de Grote
Bibliotheek … en belandt in die bibliotheek in de tijd
van Eratosthenes, wandelt rond in de gangen, belandt bij
de rekken en neemt enkele papyrusrollen in handen. Hé!
Dit was een van de allereerste computergegeneerde
scènes, verwezenlijkt met een speciaal en kakelnieuw
programma van de NASA!
Op deze fragmenten ging ik zo uitvoerig in, omdat ik ze
de vele volgende jaren elk jaar opnieuw in de klas
bracht voor enthousiaste studenten.
De reeks is naar schatting door 500 miljoen mensen in 60
landen bekeken. Ze wordt nog steeds algemeen beschouwd
als de belangrijkste serie aller tijden over
wetenschapsgeschiedenis. En katapulteerde Sagan
wereldwijd tot V.I.P. Een beroemdheid die hij tot aan
zijn veel te vroege dood benutte, niet voor persoonlijke
verrijking, maar om zijn ideeën en idealen te promoten.
Eén voorbeeld: toen de Russische leider Michael
Gorbatsjov naar de States kwam voor de onderhandelingen
over nucleaire ontwapening, refereerde hij uitdrukkelijk
aan Sagan, tot ongenoegen van de Amerikaanse president
Reagan!
Ondertussen gebruikte hij zijn toenemende bekendheid
jarenlang om hartstochtelijk te pleiten voor het
verderzetten van de ruimtereizen na de Apollolandingen
op de maan (vanaf juli 1969) en de speurtocht naar
buitenaardse intelligentie. Bovendien waarschuwde hij
reeds zeer vroeg voor de gevaren van de
klimaatopwarming. In totaal schreef hij meer dan 600
boeken en artikelen, werkte o.m. mee aan de film
Contact van Robert Zemeckis met Jodie Foster (1997)
over contact met buitenaardse beschaving, waarvan hij de
première helaas niet meer heeft kunnen bijwonen: hij
overlijdt op 20 december 1996 aan de gevolgen van een
longontsteking.
Kortom: levenslang gedreven door de furor animi,
de onblusbare drang naar kennis, zo typerend voor de
renaissancevorsers. Sagan lijkt trouwens wel een late
vertegenwoordiger van hen, een Homo Universalis als
Gemma Frisius, John Dee, Athanasius Kircher…
Ondertussen was in 1980 het gelijknamige boek
gepubliceerd, een wereldwijd succes en een van de best
verkochte boeken aller tijden.
Persoonlijk heb ik geen boek vaker van mijn rekken
moeten bijhalen, tenzij misschien eveneens
Civilisation van Kenneth Clark (1970) en
Eeuwige schoonheid van Gombrich voor lessen
kunstgeschiedenis.
1000 jaar gaping en
stilstand?
Op één punt was ik het fundamenteel oneens met Sagan,
een ontstemming die met de jaren toenam. In zijn boek
Cosmos brengt hij op pagina 335 een verticale
tijdlijn aan met een complete gaping tussen 415 (dood
van Hypatia en verwoesting van de bibliotheek van
Alexandrië) en ca. 1500 (Columbus, Da Vinci) met de
toelichting: “De gaping van een duizendtal jaren in het
midden van het diagram stelt een pijnlijk gemiste kans
voor de menselijke soort voor.” Duizend jaar waarin
niets belangrijk gebeurde op wetenschappelijk vlak!
Gelukkig is die ondertussen compleet achterhaalde visie
in de volgende decennia herhaaldelijk en heel stevig
bijgesteld (Seb Falk, Moller, Bauer)
Hij stopt de bloei van de wetenschap dus met de dood van
Hypatia. In de film daarover,
Agora (2009), de onvergetelijke en duurste Spaanse
film aller tijden (50 miljoen euro) van Alejandro
Amenábar met Rachel Weisz in de hoofdrol, zijn
overduidelijke verwijzingen naar Cosmos
gebruikt, zowel in de scènes met haar wetenschappelijke
experimenten als in die met en zonder computeranimaties
- nergens vermeld in de recensies die ik ken! Agora is
sindsdien door internationale experts uitgeroepen tot
beste historische film aller tijden! En onderwerp van
een masterstudie, Universiteit Gent, Faculteit Letteren
& Wijsbegeerte: Sara Van Hoecke, Hypatia van
Alexandrië, een receptiegeschiedenis, 260 blz.,
Academiejaar 2012-2013. Als je zijn reconstructie van de
Grote Bibliotheek vergelijkt met Cosmos, krijg
meteen een idee van de vooruitgang in 30 jaar
computeranimatie! De scène is trouwens niet minder dan
een hommage aan Sagan. Sinds 2009 heb ik de twee
filmfragmenten daarom telkens na elkaar vertoond.
Je kan via YouTube tevens een kort bezoekje laten
brengen aan de Bibliotheca Alexandrina, de nieuwe Grote
Bibliotheek, geopend in 2003. Bijzonder gesmaakt!
Structuur en inhoud van het hoofdstuk
Als uitgangspunt voor een bredere reflectie op Sagans
missie geldt diens levenslange streven:
wetenschap toegankelijk maken voor
een breed publiek, niet door simplificatie maar
door een combinatie van poëzie en precisie.
Vervolgens behandelt Schmidt-Salomon de drie
belangrijkste pijlers van Sagans denken:
D1. Wetenschappelijke
integriteit en intellectuele eerlijkheid
Sagan was een onvermoeibare pleitbezorger van het
wetenschappelijk scepticisme. Hij vertrouwde op wat
hij zelf het “baloney detection kit” noemde: een mentaal
gereedschap om nonsens te herkennen en te weerleggen.
Sagan stelde zich scherp op tegen pseudowetenschappen,
religieuze dogma’s, astrologie en andere vormen van
onkritisch denken. Hierin ligt een verband met de
filosofie van Karl Popper (hoofdstuk 9, zie hieronder).
D2. Kosmisch perspectief
en menselijke bescheidenheid
Een van de krachtigste passages van het hoofdstuk is de
bespreking van Sagans beroemde reflectie op de “Pale
Blue Dot” – de door NASA nabij Neptunus gemaakte foto
van de aarde als een piepklein stipje in de ruimte. Dit
benadrukt hoe zijn visie tegelijk ontzagwekkend en
ontnuchterend is: de mens blijft slechts een miniem
deeltje in een immens universum, en juist dáárom moeten
we verantwoordelijk omgaan met elkaar en onze planeet.
Sagan zag in het besef van onze nietigheid geen reden
tot nihilisme, maar juist tot een dieper besef van
verbondenheid.
D3. De ethiek van het
wetenschappelijke humanisme
Hoewel Carl Sagan geen militant atheïst was, had hij wel
een uitgesproken seculiere, humanistische levensvisie.
Hij zag wetenschap en ethiek als elkaars bondgenoten:
niet alleen om de wereld te begrijpen, maar ook om die
rechtvaardiger en leefbaarder te maken. Uitgesproken
pacifistisch, verzette hij zich tegen de Koude Oorlog
met zijn wereldbedreigende kernbewapening, en zette zich
actief in voor milieubescherming en gelijke rechten.
Conclusie. Educatieve en
filosofische waarde.
Dit hoofdstuk construeert niet alleen een biografisch
portret, maar tevens een filosofische verkenning van
onze plaats in het universum. Het roept fundamentele
vragen op over onze verantwoordelijkheid als soort, onze
regelmatig opduikende neiging tot zelfvernietiging, en
de rol van kennis in het overwinnen van angst en
bijgeloof. Voor lezers met interesse in
wetenschapscommunicatie, kosmologie, ethiek of humanisme
biedt dit een rijke bron aan inzichten. Voor anderen
opent het de poort naar de mogelijkheid hun interesse te
wekken! Zeker voor studenten broodnodig!
Het maakt duidelijk waarom Sagan ook in de 21ste eeuw
een inspirerend voorbeeld blijft. In een tijd waarin
irrationaliteit en simplisme floreren, biedt hij een
krachtig pleidooi voor kennis, verwondering en
verantwoord mens-zijn.
Voor het onderwijs is dit hoofdstuk bij uitstek geschikt
als instap in onderwerpen als kritisch denken,
duurzaamheid, seculier humanisme en de relatie tussen
wetenschap en maatschappij. Sagans denken nodigt uit tot
reflectie en debat. Wij zijn steeds begonnen in de
lessen aardrijkskunde (of kunstinleiding) met de
projectie van aflevering 1, tot en met het bezoek aan de
Grote Bibliotheek. Een tweede les behandelde een zelfde
onderwerp in het vak kunstinitiatie, met fragmenten uit
de film Agora, bij het onderwerp
filmtechnieken (over de vooruitgang van
computeranimatie in tweemaal de uitbeelding van een
identiek onderwerp – enkele sequenties in de Grote
Bibliotheek, zoals gezegd zeker geen toeval) - terwijl
de collega godsdienst eveneens een volledige les
besteedde aan projectie met twee scènes over de
godsdiensttwisten met joden en christenen, gevolgd door
debat over actualiteit op dit terrein. Studenten lazen
voordien of ondertussen onderstaande tekst over
Alexandrië. De Dvd’s zijn diverse keren uitgeleend op
aanvraag voor visie in familieverband en eveneens
gebruikt voor stagelessen. (Helaas constateerde ik pas
onlangs dat Dvd 2 ergens op het traject gesneuveld is en
ontbreekt.)
Eén keer is tevens een tentoonstelling ingeschakeld met
3de tot en met 6de jaren voortgezet onderwijs (in kader
van stadsvisite Leuven) in jan 2022: bezoek aan de
tentoonstelling Big Bang*
in Museum M, als allereerste uitstap na de vervelende
langdurige corona-lockdowns van 2020 en volgende.
Heel kortweg over de didactische uitwerking: ieder lid
van elk werkgroepje koos drie voorwerpen die voor
hem/haar het best aansloten bij de eerder vertoonde
fragmenten van Sagans Cosmos. Typisch: niet de mooiste
voorwerpen zijn steeds verkozen, maar de eerste druk van
Copernicus’
De revolutionibus orbium coelestium (Over de
omwentelingen van de hemellichamen) uit 1543 en het even
kostbare exemplaar van Newtons
Philosophiae Naturalis Principia Mathematica uit
1687, beide aanwezig in de expositie, kwamen opvallend
vaak aan de beurt. En bij één klas een onooglijke
bladzijde uit een chinees manuscript met een tabel van
maansverduisteringen door
Ferdinand Verbiest, de Vlaamse astronoom van de
Chinese keizer Kangxi.
Voor Leerlingen/studenten hogere studies (zeker
lerarenopleiding geschiedenis – Nederlands –
aardrijkskunde…) kan tevens gewerkt in complementaire
groepen met hoofdstukken uit het boek of onderstaande
publicaties, liefst met keuze door vrijwilligers.
*Van der Stock, J.
(curator) & vele anderen, Big Bang. De verbeelding
van het Universum, tentoonstellingspublicatie,
Leuven, Hannibal, 2021, 303blz. 3de 4 5 6
Alexandrië. De gemiste
kans
Sagan: “Alexandrië was de grootste stad die de
westelijke wereld ooit had aanschouwd. Mensen uit alle
landen reisden erheen om er te wonen, handel te drijven
en er te leren ...
Waarschijnlijk kreeg hier het begrip kosmopoliet zijn
werkelijke betekenis - burger, niet van een natie, maar
van de kosmos.
Hier lagen duidelijk de zaden van de moderne wereld. Hoe
werd verhinderd dat ze wortel schoten en ontkiemden? Een
eenvoudig antwoord geven kan ik niet. Maar dit weet ik
wel: er is in de gehele geschiedenis van de bibliotheek
geen enkele notitie te vinden dat een van haar illustere
geleerden ooit in serieuze mate de politieke,
economische en religieuze grondslagen van hun
maatschappij heeft uitgedaagd. De eeuwigheid van de
sterren was een punt van discussie; de rechtvaardigheid
van de slavernij niet. Wetenschap en studie in het
algemeen waren voorbehouden aan enkele bevoorrechten. De
enorme bevolking van de stad had niet het flauwste idee
van de grote ontdekkingen die in de bibliotheek werden
gedaan.
Nieuwe ontdekkingen werden niet verklaard of
gepopulariseerd. Het onderzoek leverde de bevolking
weinig op. ...
De grote intellectuele prestaties van de Oudheid kregen
weinig rechtstreekse toepassingen. ... Toen ten langen
leste het gepeupel de bibliotheek in brand stak, was er
niemand om dat tegen te houden.”
Vraag.
- Wat beschouwt Sagan als de eigenlijke oorzaak van de
ondergang van de antieke beschaving?
- Motiveer uw antwoord. Vergelijk nu genuanceerd met de
toestand in onze eigen tijd.
Meer weten
Bauer, Raoul, Niet meer blaffen naar de maan.
Religie en wetenschap in de vroege middeleeuwen,
Gorredijk, Sterck & De Vreese, 2019.
Brotton, Jerry, Een geschiedenis van de wereld in twaalf
kaarten, Antwerpen, De Bezige Bij, 2013, 575 blz. Met
bijzondere uitvoerig en degelijk hoofdstuk over de Grote
Bibliotheek. Hebben wij in lessen (met collega’s) zo
mogelijk telkens gecombineerd met fragmenten uit zijn
televisiereeks
Mapping the World.
Falk, Seb, De verlichte middeleeuwen. Een
ontdekkingsreis door de middeleeuwse wetenschap,
Amsterdam, Unieboek/ Het Spectrum, 2020.
Hawking, Stephen, De antwoorden op de grote vragen,
Houten, Spectrum, 2018.
Lyons, Jonathan,
Het huis der wijsheid. Hoe Arabieren de westerse
beschaving hebben beïnvloed , Amsterdam, Bulaaq -
Antwerpen, EPO, 2010. <
Moller, Violet, De Zeven Steden, Een reis door
duizend jaar geschiedenis: hoe ideeën uit de oudheid ons
bereikten, Amsterdam, Meulenhoff, 2019.
Moller, Violet, Het paleis van de sterrenwachter.
Een reis langs zeven plekken in Noord-Europa die het
hart vormden van de ontwikkeling van de wetenschap in de
16de eeuw,
Amsterdam, Meulenhoff, 2024.
Moorehead, A., Darwin en de Beagle. Een scheepsreis
naar de oertijd, Hoofddorp, Septuaginta, 1976, 279
blz.
Sobel, Dava, De dochter van Galilei. Een verhaal van
wetenschap, geloof en liefde, Amsterdam, Ambo,
1999.
Vallejo, Irene, Papyrus. Een geschiedenis van de
wereld in boeken, Amsterdam, Meulenhoff, 2021.
Op Histoforum:
-
Eeuwen op zoek naar de tijd.
-
Equinox
YouTube
Carl Sagan’s
Cosmos, Alle 13 afleveringen.
De legendarische 13-delige televisiereeks is
heruitgegeven op Dvd, met bijgewerkte beeldkwaliteit
plus updates over de wetenschappelijke vooruitgang sinds
1980 door Sagan zelf, na zijn dood voorgezet door Ann
Druyan, de belangrijkste oorspronkelijke medewerkster,
die in 2014 met
Cosmos: A spacetime een vervolg kreeg.
De reeks is in haar geheel en diverse delen en kwaliteit
terug te vinden op YouTube.
Bruikbaar voor CLIL-lessen: de afleveringen hebben
uitsluitend Engelse onderschriften.
Erathostenes, duur: 6,41 minuten <
- berekening van omtrek van de aarde – gaat helaas niet
in op het vervolg, de Grote Bibliotheek. Neem daarvoor
de eerste volledige aflevering of Brotton!!
Deel 3,
The Harmony of the Worlds, vooral zeker de
eerste 10 minuten, hebben wij samen met collega’s,
herhaaldelijk gebruikt voor uitleg over astronomie en de
blijvende, enorme invloed zelfs op geloof, politiek en
wereldbeeld van de daarmee verbonden geachte astrologie
(denk bijvoorbeeld aan China en Ferdinand Verbiest,
Hendrik VIII, Hitler, president Reagan, of de Europese
humanisten als Frisius en Mercator) en het werk van
Kepler. Meesterlijk! Bruikbaar in vele vakken en op vele
onderwijsniveaus. Wij vroegen studenten telkens (eigen
al dan niet uitgewerkte) horoscopen mee te brengen en te
bespreken. Interesse gegarandeerd!
Als gevolg brachten we telkens (vaak op voorstel van
studenten of ouders) in de loop van een studiecyclus een
bezoek aan het naastbij gelegen planetarium.
Tom Wujec,
Anatomy of the Astrolabe (2014), 9
minuten, met ondertitels plus transcript van de tekst in
24 talen, ook Nederlands – tijdsaanduiding per alinea.
Seb Falk,
Astrolabes: The Medieval 'Smartphone’ ,
Engels en met of zonder Engelse ondertiteling. Duur
9’33’’ – met zeer knappe inleiding over de niet zo
duistere middeleeuwen.
-----------------------------------------------
Hoofdstuk4. Alfred Wegener
Getuigenis
In het 4de jaar Latijn-Grieks kregen we een bevlogen
leraar aardrijkskunde, die ons probeerde wijs te maken
dat onze hele planeet op een soort grote eierschalen
dreef, als ijsschollen heen en weer schuivend diep onder
de oppervlakte. Dat veroorzaakte niet alleen de
merkwaardige vorm van sommige continenten maar ook
aardbevingen en hield volgens hem tevens verband met
gelijktijdige
vulkaanuitbarstingen. Een ontdekking van een zekere
Wegener, die zijn naam gaf aan de theorie van de
continentendrift. Nooit van gehoord, geen woord
daarover in ons schoolboek.
Dat was nog steeds het geval toen ik acht jaar later
zelf voor de klas stond. Voor mijn lessen over
continentendrift moest ik schema’s of foto’s zoeken en
kopiëren uit tijdschriften.
Ondertussen raakten die verschijnselen algemeen bekend
onder de naam
platentektoniek, met als duidelijk
zichtbaar paradigma de Sint-Andreasbreuk
in Californië, ‘The Big One’. Maar wanneer ik collega’s
aardrijkskunde over die vulkaanuitbarstingen sprak,
keken ze even naar elkaar en volgde er steevast een wat
meelijwekkende grimlach. Geen idee dat dit Wegener zelf
ook nog steeds overkwam in dezelfde periode!
Dit was een levensles die Karl Popper (je ontmoet hem
hier straks) zou begrepen hebben! Niet alleen voor
aardrijkskunde. En die leraar ben ik nooit vergeten, tot
ik hem pas een halve eeuw later weer ontmoette en kon
bedanken.
Vulkanen en aardbevingen zijn ons clubje blijvend gaan
fascineren sinds we als kinderen Naar het middelpunt
der aarde van Jules Verne lazen. Dat verhaal
eindigt – totaal onwetenschappelijk - in de vulkaan
Stromboli, op de Liparische eilanden, vlakbij
Noord-Sicilie, van waaruit we deze actiefste vulkaan van
Europa decennia later in de werkelijkheid indrukwekkend
lavastromen uitstotend in actie zagen.
Dan volgde een gedenkwaardig schoolbezoek aan een
bioscoopvoorstelling op groot scherm van een
documentaire over de beroemde Frans-Belgische
vulkanoloog Haroun Tazieff (1914 - 1998). Vulkanoloog?
Wisten niet eens dat zoiets bestond!
Natuurlijk, niet te vergeten: de beroemdste
vulkaanuitbarsting uit onze geschiedenis: de Vesuvius
die in 79 na Chr. Pompeii en Herculaneum volledig
verwoestte en de dood veroorzaakte van Plinius
de Oudere, Romeins vlootvoogd en auteur van de
Naturalis Historia*,
met herhaalde films, een speciale Europalia
tentoonstelling in 2004 – waar we na twee eerdere
bezoeken met ons groepje op de laatste dag wegens
‘overbevolking’ niet eens meer toegang konden krijgen!
En dan eindelijk een bezoek met een klas ongewoon
geïnteresseerde leerlingen aan vulkaan en ruïnes.
* Robert Duthoy over
Naturalis Historia.
In mijn kast met memorabilia rust een minuscuul brokje
vederlichte Vesuviuspuimsteen, dat nog warm was toen ik
het meenam na de uitbarsting. Een meer indringende,
blijvende herinnering bleef de commentaar van onze gids:
“Deze recente kleine uitbarsting was voorspeld en niet
echt gevaarlijk. Nieuwe uitbarstingen zullen volgen. Zeg
niet ‘als’, maar ‘wanneer’! En indien er weer eentje
komt als die in 79 zullen er niet honderden, maar 2
miljoen slachtoffers vallen! Zie maar daar beneden, hoe
druk bevolkt de hele Baai van Napels tegenwoordig is.”
Een zelfde verhaal voor Californië. Aan de Amerikaanse
westkust schuren twee aardplaten over elkaar. Ook hier
is er zekerheid, maar niet over de timing. Kleine
aardschokken zijn er de laatste decennia al geweest. Wat
als de onvermijdelijke grote komt? Volgende maand, of
binnen 20 jaar? De miljoenenstad San Francisco ligt
immers pal op de Sint-Andreasbreuk.
Wij zijn elkaar over de decennia heen op de hoogte
blijven houden met mails, foto’s en filmpjes over:
hurricanes in VS en Cuba, tyfoons, vloedgolven,
aardbeving in Japan, Haïti, Turkije, recente
uitbarstingen en verwoestende lavastromen tijdens
toevallig bezoek op IJsland. En om (voorlopig?) te
besluiten: Russische schiereiland Kamtsjatka, juli 2025,
twee opeenvolgende aardbevingen, gevolgd door
vulkaanuitbarstingen van sinds 500 jaar ‘slapende’
vulkanen. “Gelukkig was de tsunami niet zo erg als in
2004; wij moesten (in Japan) alleen een dag
binnenblijven. Wegener had toch gelijk!”
Miskenning en postume
erkenning
Alfred Wegener 1880-1930: meteoroloog, geofysicus,
poolonderzoeker, formuleerde al in 1912 de gedurfde
hypothese dat continenten niet statisch zijn, maar zich
over geologische tijdperken langzaam verplaatsen: de
theorie van de continentendrift. Deze hypothese stuitte
op felle weerstand binnen de toenmalige geologische
wereld.
Hoofdthema’s en
filosofische reflectie
1. Tegenstand als toetssteen van waarheid
Tijdens zijn leven werd Wegener door gevestigde geologen
genegeerd of zelfs belachelijk gemaakt. Zij noemden zijn
‘continentendrift’ “onwetenschappelijk”, hoewel hij
solide empirische aanwijzingen aandroeg: de
complementaire kustlijnen van Zuid-Amerika en Afrika,
geologische overeenkomsten aan beide zijden van de
Atlantische Oceaan, fossiele overeenkomsten op
verschillende continenten.
Toch accepteerde de academische wereld zijn theorie pas
decennia later – na
zijn dood – toen paleomagnetisch en
seismologisch onderzoek in de jaren 1950 en ’60
onomstotelijk bevestigde dat Wegener gelijk had. Met dit
paradigma waarschuwt Schmidt-Salomon voor de dogmatische
verstarring die ook binnen wetenschappen kan optreden,
en pleit hij voor een cultuur waarin ideeën op merites
beoordeeld worden, niet op hun conformiteit met de
heersende leer.
2. Wetenschap als permanente correctie
In de kern gaat het niet om gelijk hebben, maar om
vragen durven stellen, de bereidheid om eigen
overtuigingen steeds opnieuw te toetsen en bij te
stellen.
Dit sluit aan bij een bredere filosofische les: ware
vooruitgang komt voort uit het vermogen om gevestigde
waarheden ter discussie te stellen. Wegener
vertegenwoordigt daarmee het soort denken dat in staat
is om paradigma’s te verschuiven, een echo van wat Karl
Popper later zou beschrijven als de noodzaak van
falsificatie.
De auteur besteedt ook aandacht aan het tragische lot
van Wegener, die tijdens een Groenlandexpeditie in 1930
stierf, ver van erkenning of roem. Wegener werkte niet
voor roem, maar voor waarheid.
Didactiek
Wat dit hoofdstuk extra kracht geeft, is de subtiele
verbinding tussen een historisch-wetenschappelijke casus
en filosofische principes over kennis, waarheid en moed.
De auteur trekt de discussie moeiteloos naar het heden:
hoe gaan wij vandaag om met afwijkende meningen in
wetenschap en samenleving? Zijn waarschuwing voor
groepsdenken en consensusfetisjisme is actueel en
scherp.
Het hoofdstuk nodigt uit tot discussie:
- Wanneer is het legitiem om gevestigde wetenschap te
wantrouwen? (Zie volgend hoofdstuk: Popper en zijn
falsificatie)
- Hoe onderscheiden we visionair denken van dwaalsporen?
Voorbeelden? (UFO’S? AI)
- In hoeverre moeten wetenschappers maatschappelijke
risico’s nemen? Denk aan Corona, antivaxers, de huidige
klimaatontkenners met miljoenen ‘volgers’ en de
eindeloze strubbelingen gepaard met hatelijkheden en
zelfs bedreigingen allerhande op a-sociale media.,.
Materiaal is in voldoende mate en gemakkelijk
toegankelijk.
- Voorafgaande vraag: “Wie is al in Pompeii geweest?
Wanneer, op welke leeftijd, je indrukken? Heb je eigen
foto’s/film?
- Start met documentaire over Pompeii en de Vesuvius.
- Docudrama: zie op Histoforum:
De laatste dag van Pompeii. Zonodig alleen
fragmenten. Zie de links bij het artikel.
- Talrijke films op YouTube en National Geographic.
- Laat geïllustreerde berichten opzoeken en voor de
groep brengen over recente ontdekkingen/restauraties in
Pompeii en/of omgeving. Zelfde voor recente aardbevingen
en/of vulkaanuitbarstingen.
- Non-Fiction: Da Pompei a Roma. Kroniek van
een uitbarsting, tentoonstellingspublicatie, Brussel,
Brussel Koninkl. Musea voor Kunst en Geschiedenis,
Europalia Italië, 2004.
Roman: Robert Harris,
Pompeii, Amsterdam/Antwerpen, De Bezige Bij, (2003)
2015 . Pompeii Beste roman ooit gelezen over de
uitbarsting.
----------------------------------
Hoofdstuk 9. Karl Popper
| 'de wetenschap is
een onderneming die zichzelf steeds corrigeert.
Om te worden gecorrigeerd, moeten alle nieuwe
ideeën aan de meest rigoureuze proeven worden
onderworpen en die kunnen doorstaan… Het ergste
van de zaak-Velikovki is niet dat zijn
hypothesen (over de Venusbotsing) onjuist bleken
of in strijd met vaststaande feiten, maar dat
sommigen die zichzelf wetenschapsmensen noemden,
Velikovki’s werk probeerden te verdoezelen. De
wetenschap is ontstaan door en toegewijd aan
vrij onderzoek. Derhalve verdient elke
hypothese, hoe vreemd zij ook is, te worden
beoordeeld op haar verdiensten. Het onderdrukken
van niet - welkome ideeën, mag dan gewoon zijn
in godsdienst en politiek, het is beslist niet
de weg naar kennis.’ (Carl Sagan, Cosmos, p. 91) ![]() De weg naar kennis, Hasselt, Conservatorium, beeldengroep door Robert Vandereycken 1996. “Er bestaat geen gemakkelijke ‘koninklijke weg’ naar kennis.”– Perzisch spreekwoord. De drie figuren staan ruim 10 meter hoog en symboliseren de student, de pedagoog en tenslotte de ouders. |
Karl Popper (1902 – 1994), de Oostenrijks-Britse filosoof bleef bijna zijn hele leven relatief onbekend voor het grote publiek, in de schaduw van Bertrand Russell.
Op drie punten bevestigt hij zijn plaats als een van de meest invloedrijke denkers van de twintigste eeuw — en als een relevant blijvend baken in het huidige intellectuele landschap:
1. zijn falsificatieprincipe;
2. het pleidooi voor de ‘open samenleving’ versus de ‘gesloten maatschappij’;
3. de theorie van de 3 werelden.
1. Falsificatieprincipe
Om ‘fatsoenlijk’ wetenschappelijk te redeneren, gebeurt het vaststellen en vastleggen van wetenschappelijke wetten ‘normaal’ via de aloude regels van het syllogisme: “Alle mensen zijn sterfelijk – Socrates is een mens – dus Socrates is sterfelijk.”
Popper echter noemt zijn werkmethode en eigen opvatting: kritisch rationalisme.
Hij stelt: “Het wetenschappelijk wereldbeeld heeft altijd een hypothetisch karakter.” Elke stelling, elke theorie moet onderworpen aan falsificatie.”
Wat betekent dit?
De wetenschapper onderzoekt niet om aan te tonen dat iets waar is; hij onderzoekt of iets waar is, en of wat algemeen geldt ook klopt
In de voorgaande besprekingen zijn we vooral bij Carl Sagan even rakelings langs voldoende falsificaties geschaatst. Enkele voorbeelden uit zijn boek en film.
Astronomie: planetair en historisch.
Aristarchos van Samos (ca. 310 – 230 v. Chr.) was de eerste gekende astronoom die een heliocentrisch model van de kosmos voorstelde, met een vrij nauwkeurige berekening van de aardomtrek. Hij stelde dat de maan veel verder van de aarde stond dan men dacht en het heelal veel groter was. Zijn opvatting werd helaas verworpen door Eratosthenes, die weerkeerde naar het geocentrisme, wat overgenomen werd door Ptolemaeus, de grote autoriteit voor de volgende 1500 jaar, tot bij Copernicus (De revolutionibus orbium coelestium - Over de omwentelingen van de hemellichamen 1543), volgens Sagan “een vingerwijzing dat intellectuele bekwaamheid geen garantie biedt tegen een deerlijke misser” (p.19).

Zeer groot equatoriaal armillarium van Tycho Brahe.
De befaamde Hollandse cartograaf Johan Blaeu (1596 - 1673) was de eerste om in 1648 een heliocentrische atlas uit te geven. Hiervoor steunde hij, zoals ook Kepler, op Tycho Brahe. Welke gigantische instrumenten Brahe had ontwikkeld geeft Blaeu weer met niet minder dan14 gravures in zijn prachtige wereldatlas uit 1662, ongetwijfeld gebaseerd op de schetsen van zijn vader Willem, die in 1596-97 lange tijd bij Brahe had gestudeerd.
Johan Kepler (1571-1630), bij Sagan zeer uitvoerig aan bod in de 3de aflevering De harmonie der werelden, Cosmos p. 53 – 67, steunde op de resultaten die de Deense astronoom Tycho Brahe (1546-1601) na vele jaren studie had bereikt in zijn sterrenwacht op het eiland Hven. Diens observaties waren tot honderd keer nauwkeuriger dan eerdere waarnemingen. Brahe ging nog steeds uit van de cirkelvormige banen der planeten. In werkelijkheid volgen die geen volmaakte cirkelvormige omwenteling, zoals men toen dacht. En kon men door dit foutieve axioma ook de omloop van sommige planeten, bijvoorbeeld Mars en Mercurius, niet adequaat berekenen. Deze twee planeten lijken in het Ptolemeïsche systeem tijdens een periode in het jaar retrograde, achterwaarts, te lopen. Een probleem reeds van voor de oude Grieken (en Hypatia). Dit bleef even onopgelost bij Copernicus en de geleerden die zijn heliocentrisme volgden. Als voorbeeld: in het ontwerp van zijn beroemde hemelglobe van 1551 toont Mercator dat hij de recente theorieën van Copernicus reeds opneemt, maar het klassieke geocentrische model van Ptolemaeus (ca. 150 na Chr.) blijft aan de grondslag liggen. Deze spanning tussen nieuw onderzoek en het grote respect voor de antieke kennis is kenmerkend voor het werk van Mercator en zijn tijdgenoten. Zijn leermeester, het universele genie Gemma Frisius (1508-1555), hoogleraar universiteit Leuven, was waarschijnlijk de eerste aanhanger van Copernicus in de Nederlanden. Hij volgde met veel belangstelling diens werk, via een persoonlijke Poolse vriend, al jaren voor de publicatie van De Revolutionibus. Zijn persoonlijk exemplaar bleef bewaard in Leeuwarden, vol eigenhandige glossen (aantekeningen) in het Latijn.
Wat tot voor kort onzeker was: Mercator bezat inderdaad eveneens een exemplaar van De revolutionibus (thans in de Glasgow University Library), even druk voorzien van glossen als dat van Gemma Frisius. Carl Sagan vermeldt kort zonder verdere uitleg het toen nog lopende, dus onvoltooide werk van Owen Gingerich, die 30 jaar besteedde aan het opzoeken en bestuderen van alle nog bestaande exemplaren 1ste en 2de druk van De revolutionibus. Opvallend: in tegenstelling tot wat wij op school aangeleerd kregen, volgden haast alle vooraanstaande astronomen Copernicus in zijn heliocentrisme, ook de jezuïeten, maar de pagina’s over de ‘wandelaars’, de planeten, tellen in hun bewaarde exemplaren van zijn levenswerk telkens bitter weinig glossen, ongetwijfeld omdat zij evenmin een oplossing kenden. Voor de veiligheid bleven zij in het openbaar het geocentrisme steunen - zie de droevige lotgevallen van Galilei! In de bibliotheek van de KU Leuven vond ik een cursusboekje astronomie uit 1781 waarin het geocentrisme nog steeds als enige met de Bijbel overeenkomstige waarheid werd gegeven!
Brahe liet Kepler van zijn gegevens gebruik maken, waardoor die na jaren berekeningen, tegen veel weerstand van collega’s en de christelijke kerken in, uitkwam op zijn wetten over de ‘onvolmaakte’ elliptische omloopbanen van de planeten, in plaats van de ‘perfecte’ cirkels die tot dan toe verondersteld werden beter te passen bij de goddelijke volmaaktheid van het heelal. Kepler verwierp derhalve al zijn vroegere berekeningen en modellen en paste ze aan – een prachtig voorbeeld van falsificatie! *
* Meer over astronomische instrumenten, onder anderen van Gerard Mercator en de Leuvense school, zie op deze site Utopia en Eeuwen op zoek naar de tijd.
Owen Gingerich, Het boek dat niemand las. In de voetsporen van Nicolaus Copernicus, Amsterdam, Ambo/Anthos Uitg., 2004, p. 240-243.
Robert Halleux, e.a. (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815, Brussel, Gemeentekrediet, 1998 – D.B.N.L., 2009 - meer dan 800 blz. gratis versie in Pdf.
Violet Moller, Het paleis van de sterrenwachter, Amsterdam, Meulenhoff, 2024, 304 blz.
Dava Sobel, De dochter van Galilei. Een verhaal van wetenschap, geloof & liefde, Amsterdam, Ambo, 1999.
Ferdinand Verbiest (1623 - 1688). Astronoom en mandarijn van de keizer.
-----------------------------------------------------------------------
Op p. 51 onderaan vermeldt Sagan over de kennis van de
oudheid in heel kleine lettertjes, zonder de naam te
noemen, het fenomenale Antikythera -
mechanisme, een bronzen astronomische analoge computer
(daterend ca. 178-80 v.Chr.) die in 1901 uit een
gezonken schip werd opgedoken, nabij het gelijknamige
Griekse eiland. Het onderzoek over het toestel, waarvan
de werking door Cicero in De re publica (ca. 60
v.Chr.) aan een tekst van Archimedes wordt
toegeschreven, verkeerde toen immers pas in
beginstadium. Best mogelijk dat er nog heel wat
falsificatie zal volgen nadat dit artikel geschreven is
(december 2025). Waarom? De calculator was bij de
ontdekking door zeewatercorrosie zo sterk aangetast dat
er jaren uiterst voorzichtige behandeling nodig waren,
zodat er pas in 2006 door computerreconstructie een
replica kon vervaardigd. Dit verbindt een archeologische
vondst met Poppers ‘Wereld 3’ - theorie, waarop we hier
verder uitvoeriger terugkomen.
De eerste stoot in de juiste richting werd reeds kort na
1950 gegeven door de Britse geniale wiskundige Derek
Price in Cambridge, zonder gevolg. Zoals Seb Falk
schrijft in De verlichte middeleeuwen (2020)
werd hij er zelfs om uitgelachen. Hij kreeg geen
aanstelling als hoogleraar, want hij gold in de gesloten
academische standenmaatschappij van het Verenigd
Koninkrijk als ‘middenklasse, niet sociaal aangepast’.
Het hielp uiteraard niet dat hij afkomstig was uit een
Joodse familie, lagere middenstand. Diep teleurgesteld
week hij in 1957 uit naar de VS en werd aan Yale de
eerste hoogleraar wetenschapsgeschiedenis, waar hij als
de ‘Sherlock Holmes van de wetenschap’ actief bleef tot
zijn dood in 1983.
Op YouTube vind je verschillende films, over de evolutie
van het onderzoek. Sterk aanbevolen. Loont beslist de
moeite!
The Antikythera Cosmos. 30 minuten, Engels & Engelse
(computer gegenereerde) ondertitels.
Pdf reconstructie

Oudheid:
Antikythera-mechanisme (gerestaureerd), Griekse
astronomische computer.
De Big Bang en Einsteins
‘falsificatie’.
Nog verder terug in het verleden. Big Bang.
Het allereerste begin van ons heelal?
De Big Bang-theorie is in 1927 ontwikkeld door de
Belgische geestelijke en professor aan de KU Leuven
Georges Lemaître. Zoals hier al eerder
vermeld werd ze aanvankelijk vernietigend weggehoond
door Einstein (bedenker van de algemene
relativiteitstheorie, en toen al wereldberoemd). Na
persoonlijk contact met Lemaître veranderde hij totaal
van opvatting, herriep zijn kritiek, steunde niet alleen
zijn Leuvense collega, maar zorgde ervoor dat diens
theorie verder werd verfijnd en aangevuld met de
inzichten uit zijn eigen algemene
relativiteitstheorie.*
*Zie nogmaals: Van der
Stock, J. (curator) & vele anderen, Big Bang. De
verbeelding van het Universum,
tentoonstellingspublicatie, Leuven, Hannibal, 2021.
Wat ons en enkele van onze professoren al die jaren het
meest verbaasd heeft is niet Einsteins correcte
wetenschappelijke reactie, maar wel de blijkbaar
welwillende houding van de universiteit, toentertijd nog
bestuurd door de Belgische bisschoppen, die
normalerwijze zoals het hele Vaticaan op dit terrein
niet bepaald uitblonken in progressieve opvattingen! Zie
de behandeling van Pierre Teilhard de Chardin
(1881-1955), jezuïet, paleontoloog in China. Hij
trachtte de evolutietheorie in overeenstemming te
brengen met de christelijke scheppingsleer als een door
God gewild teleologisch proces, “Alles is de som van het
verleden.”
Zijn boeken werden verboden in Italië, moesten in 1963
uit de rekken op orders van het Vaticaan. Dit was
nochtans reeds de tijd van de ‘progressieve’ paus
Johannes XXIII en het Tweede Vaticaans Concilie. In het
christelijk onderwijs moest het creationisme
de enige waarheid blijven. (Wat sindsdien veranderd is,
maar bij andere religies tot op de dag vandaag verplicht
gebleven. Ook op hun scholen in de Lage Landen, zoals
wij persoonlijk ondervonden!)
Even tussendoor afwijken van onze lijn. Op de ideeën van
Popper over pedagogie en didactiek kunnen we hier niet
verder ingaan. Die waren voor zijn tijd beslist
progressief en blijven nog steeds actueel. In een essay
uit 1925 (!) zegt hij onder meer: “Leerlingen zijn geen
vaten waar je kennis in dropt; wij moeten streven naar
werkelijk actieve studenten en individualiseren:
rekening houden met ieders aanleg en bekwaamheden… ” (p.
265)
Met andere woorden: hij veroordeelt wat wij decennia
later zouden betitelen als “braakballendidactiek”.
2. ‘Open samenleving’
versus de ‘gesloten maatschappij
Kritiek op totalitaire verleiding
Met zijn ”The Open Society and Its Enemies bereikt
Popper als staatkundig en politiek denker voor de 20ste
eeuw een hoogtepunt, dat in deze 21ste eeuw helaas niets
aan actualiteit heeft ingeboet. Integendeel! Hij begint
aan zijn werkelijk baanbrekende werk in 1938, op de dag
dat Hitlers Duitsers Oostenrijk binnenvallen en
beëindigt het vijf volle jaren later in 1943. Popper
levert scherpe kritiek op Plato, Hegel en Marx als
voorlopers van totalitaire systemen. Hij hekelt hun
geloof in een historische noodzakelijkheid en hun
neiging het individu op te offeren aan abstracte doelen,
wat hij historicisme noemt. Voor Popper is de ‘open
samenleving’ er een waarin ideeën vrij kunnen circuleren
en machthebbers voortdurend ter discussie staan.
Omwille van het brandende belang in de huidige
actualiteit gaan we op dit hoofdstuk uitvoeriger en met
veel meer detail in dan ons oorspronkelijke opzet.
Vereisten van de open samenleving (p.
275 e.v.)
Een belangrijk kenmerk van het historicisme is, volgens
Popper, de wens om holistische en utopische oplossingen
te bieden voor actuele problemen. De historicist wil de
samenleving radicaal veranderen, alles uitroeien en
helemaal opnieuw beginnen
En dit is precies wat er gebeurde in de 20ste eeuw, toen
Hitler en Stalin dachten dat ze de historische wetten
van (respectievelijk) ras en klasse moesten toepassen en
een nieuwe, utopische samenleving in de praktijk moesten
brengen – met alle gruwelijke gevolgen vandien.
Holistische en utopische idee(ën) kunnen alleen maar
leiden tot lijden en tragedie.
Popper stelt tegenover Marx’ model van een
revolutionaire overgang naar het rijk van de vrijheid
een ‘evolutionair stukwerk’, namelijk een stapsgewijze
aanpak van maatregelen: stapsgewijze sociale
engineering: het nauwgezet veranderen van één variabele
tegelijk, met als doel de fouten in het systeem te
elimineren.
‘Want pogingen om de hemel op aarde te creëren leiden
onveranderlijk tot de hel: intolerantie.
godsdienstoorlogen en het redden van zielen door middel
van de inquisitie.’
Dit klinkt als een alarmerende weergalm van Jared
Diamond in
Ondergang (2005), of vroeger nog, Arnold Toynbee,
die andere profeet uit de vorige eeuw in zijn
Mankind and Mother Earth, het allerlaatste boek dat
hij voltooide voor zijn overlijden in 1975;
‘Alleen echt grote geesten kunnen een consistent,
coherent en interessant wereldbeeld schetsen, en Popper
is zonder twijfel een van de grootste. Hij is origineel,
helder, consequent en rigoureus’*.
*Xander Niks, recensie
van Karl Popper, De armoede van het historicisme,
Aula, 1957, in: Nieuwsbrief Liberales, december 2025
Het einde van de geschiedenis en de laatste mens
(The End of History and the Last Man) is een
boek uit 1992 geschreven door de Amerikaanse politieke
denker Francis Fukyama. In het boek verdedigt Fukuyama
de controversiële stelling dat het einde van de Koude
Oorlog ook het einde van de vooruitgang van de
menselijke geschiedenis markeert. Ondertussen weten wij
helaas al beter!
Een voorbeeld van
historicisme, historisch determinisme,
uit onze eigen geschiedenis.
Henri Pirenne (1862-1935), de
beroemdste Belgische historicus zag in zijn Histoire
de Belgique (Geschiedenis van België 7
delen– 1899 – 1933) het hele fluctuerende verleden sinds
Karel de Grote, of minstens sedert de Bourgondische
hertog Filips de Goede, de ‘Conditor Belgii’ (‘stichter
van België’), noodzakelijk uitlopen op het huidige
tweetalige koninkrijk België dat dus volkomen organisch
groeide uit de loop der tijden. (De complete reeks is in
Nederlandse vertaling gratis te downloaden op de
Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren)
Dat kregen we tot de jaren 1970 aangeleerd in een
afzonderlijk schoolboek voor het laatste jaar voortgezet
onderwijs, volledig gewijd aan de geschiedenis van
België. Klopt dat wel?
Het hertogdom Brabant reikte in de middeleeuwen een heel
eind noordelijker dan de huidige grens, het graafschap
Vlaanderen tot ver in Noord-Frankrijk, tot beneden Arras
(Atrecht).
Zowel Belgisch én Nederlands Limburg als het prinsbisdom
Luik hebben nooit tot de Nederlanden behoord. Limburg
hoorde bij het graafschap Loon, tot 1366 toen het gebied
bij het prinsbisdom gevoegd werd en dat bleef zo tot de
Franse annexatie kort voor 1800.
De teleologische opvattingen van Henri Pirenne zijn
reeds een poosje verlaten. Vreemd toch hoe mensen, zelfs
historici, ingeperkt worden door hedendaagse
landsgrenzen.

Willem van Oranje kon niet op de Vlaamse lijst voor
Grootste Belg in 2005, omdat hij geassocieerd werd met
Nederland. Was hij dan niet burggraaf van Antwerpen,
heer van Diest en een hele rits andere domeinen in het
huidige België? Erasmus haalde in dezelfde lijst de
elfde plaats, maar kreeg eveneens te horen dat hij als
Rotterdammer een Hollander was. In 1994 weigerde een
ambtenaar van het Vlaamse ministerie van Cultuur ons
subsidie voor een programma over Hans Memling, omdat de
beroemde schilder in Duitsland geboren is. “Wij betalen
niet voor een Duitser!”
Nog één voorbeeld: niet zolang geleden hielden de
kaarten van een pas gedrukte historische atlas over de
middeleeuwen op bij de tegenwoordige
Belgisch-Nederlandse grens, alsof het hertogdom Brabant
niet reikte tot benoorden ’s Hertogenbosch. Een
merkwaardige toepassing van het begrip
standplaatsgebondenheid!
Als de Erasmiaanse humanistische visie van Willem van
Oranje en de talrijke gelijkgezinden het gehaald had,
wat perfect mogelijk leek na de Pacificatie van Gent
(1576), en niet de zege van godsdienstfanatisme
gecombineerd met de grote ego’s en machtspolitiek van de
dag, dan lag nu in Europa een machtige, centrale
Benelux, die tot diep in Frankrijk reikte. Een ideale
gelegenheid om voor één keer leerlingen erop te wijzen
dat de geschiedenis niet altijd noodzakelijk diende te
verlopen zoals zij verlopen is en hoe onbedoelde
gevolgen kunnen exploderen met letterlijk ver-strekkende
resultaten over generaties en eeuwen heen.
Die discussie kan nog eens herhaald voor de Belgische
afscheuring in 1830*.
*
Willem van Oranje op Dvd
Pacificatie van Gent 1576.
Edward De Maesschalck, Oranje tegen Spanje, Leuven, Uitg
Davidsfonds, 2015.
Oranje tegen Spanje. Eenheid en scheiding van de
Nederlanden onder de Habsburgers (1500-1648), , 352
blz
De eeuw van macht, 1. De Belgische afscheiding.
Dit is geen alleenstaand fenomeen van verderfelijk
historicisme: denk aan de uitbreiding van het Romeinse
Rijk, de Duitse of Italiaanse eenmaking in de 19de eeuw,
de ‘Manifest Destiny’ van de VS, de westerse plicht om
Afrika of India ‘te beschaven’ in de dezelfde ‘eeuw van
macht, Poetin en de historische rechten van Rusland op
Oekraïne… Ga zo maar verder tot Trump in 2026: “De VS
heeft recht op Groenland” (6 maal de oppervlakte van
Texas, dat zelf al groter is dan Frankrijk!).
Perikles
In een van zijn beroemde toespraken stelt de Atheense
staatsman en democraat Perikles (490 – 429). “In
persoonlijke geschillen verzekerden onze wetten gelijk
recht aan allen. Wij leven als vrije staatsburgers. Wij
stellen onze stad open voor iedereen en we verdrijven
nooit een vreemde” (p. 280).
Toen al was er een reactionair kamp dat moord en brand
schreeuwde tegen buitenlandse culturele invloeden om
“het volk’ te beschermen tegen indringers en terug te
keren naar de goede oude waarden.”
Het is verbazingwekkend. De woorden die Popper 70 jaar
geleden gebruikte om een 2400 jaar oude patriottische
beweging te beschrijven klinken als een anticiperende
analyse van de hedendaagse ‘patriotten’, die ook
verwijzen naar traditionele religieuze waarden, ‘de
waarden van het christelijke westen’.
Wat Schmidt-Salomon echter kuis niet vermeldt:
vreemdelingen kregen in het ‘democratische’ Athene geen
burgerrechten en geen van de betrokken partijen hoorde
je iets zeggen over het gebrek aan vrouwenrechten of de
algemeen aanvaarde slavernij! Ook de Atheners leden
reeds aan wat we tegenwoordig bunker – of
baarmoedermentaliteit noemen: de neiging bescherming te
zoeken in een geïdealiseerd verleden dat vermoedelijk in
die vorm niet eens heeft bestaan. Of zoals mijn
grootmoeders zegden (beiden geboren omstreeks 1900):
“Spreek me niet van de goede oude tijd. Er was alleen
een slechte oude tijd, met hard werk, bittere armoede,
geen geld en veel te veel kinderen”. (Ze hadden
respectievelijk 10 en 12 kinderen!)
Religie en wetenschap
De huidige tijd is getuige van een aantal levensgrote
bedreigingen, zoals een cynisch misbruik van religie
zowel bij christenen onder elkaar; moslims, joden…
Mensen doden in naam van God schenkt blijkbaar een heel
bijzonder genoegen! Voorbeelden zijn helaas al te
gemakkelijk te vinden. Neem bijvoorbeeld Gaza met de
hypocriete en leugenachtige houding van zowel Israël, de
VS, de schatrijke Arabische landen als Europa. Triest,
om wanhopig te worden!
De christelijke kerken en zeker de rooms- katholieke
hebben zich lang defensief opgesteld tegenover de
ontwikkeling van de wetenschap. De veroordeling van
Galilei, met zijn doceerverbod in 1633
kan hier als paradigma dienen tot laat in de 20ste eeuw!
Zie onder meer De dochter van Galilei, Amsterdam, 2000,
het degelijke en zeer uitvoerige verhaal van
wetenschapsjournaliste Dava Sobel. Of het lot van Bruno
Giordano, de laatste kosmoloog, in 1600 als volgeling
van Copernicus’ geocentrisme door de inquisitie op
brandstapel gezet!
Het antimodernisme kende zelfs nog een hoogtij onder
Pius X (1903-1914), maar uiteindelijk leerde de kerk de
waarde van wetenschappelijke vooruitgang te onderkennen,
en ging ze ermee in dialoog. Waar sommige protestantse
kerken theorieën als evolutieleer en de ‘big bang’
radicaal afwijzen als antichristelijk, gaat de
katholieke theologie ermee aan de slag in haar denken.
Wat ons persoonlijk sterk verontrust: de sterke groei
van creationisme en aanverwante zelfs politieke
opvattingen van evangelische christenen, en Joden,
voornamelijk in de VS van Donald Trump.
En de islam?
Sinds de taliban in 2021 na terugtrekking van
Amerikaanse troepen opnieuw de macht in Afghanistan
hebben gegrepen, trekken ze de teugels steeds strakker
aan – vooral voor vrouwen, of wat dacht je. Vanaf elf
jaar mogen meisjes geen onderwijs volgen en er zijn
nauwelijks beroepen die vrouwen mogen uitoefenen. Ook is
spreken of zingen in het openbaar voor vrouwen verboden
en moeten ze weer een volledig bedekkende boerka dragen.
En in andere islamitische landen? Vrouwenrechten? Ga
zelf na voor Saoedi-Arabië, Jemen, Soedan, Iran. En/of
in Afrika (optreden van Boko Haram…)
Bescherming van de
rechtsstaat. Dialoog en kritische benadering
(p. 282 e.v.)
Popper ziet het totalitarisme als een ontsnapping uit de
vrijheid. Maar als deze vlucht een terugkerend patroon
is in de menselijke cultuurgeschiedenis, dan rijst de
vraag hoe een open samenleving zich tegen dergelijke
aanvallen kan beschermen. In deze context verwijst hij
naar de instellingen van de rechtsstaat die vormgeven
aan de vrije en democratische basisorde en bedoeld zijn
om deze stabiliteit te verlenen. De definiërende
kenmerken van een democratische rechtsstaat zijn
gemakkelijk aan te wijzen.
A. de centrale organen, de
institutie van wetgeving, wetgevende macht, uitvoerende
macht en rechtspraak zijn van elkaar gescheiden en
treden onafhankelijk van elkaar op (de ‘scheiding der
machten’ sinds Montesquieu).
B. Ze zijn strikt gehouden aan de wet,
bepaald door vrije verkiezingen met algemeen kiesrecht.
C. De
vertegenwoordigers van de pers (breed genomen), de
zogenaamde vierde macht, de hoofdrolspelers in de
vorming van de publieke opinie, worden niet willekeurig
in hun activiteiten beperkt. Een dergelijke
institutionele bescherming van de vrije en democratische
basisorde is een essentiële voorwaarde voor open
samenlevingen.
Wat is ware democratie? Wat is militaire dictatuur? Wat
is revolutie? Een politiek regime is democratisch
wanneer het zowel de vrijheid voor
allen als de grotere gelijkheid van
allen zoekt te bevorderen. Bij vrijheid horen de formele
politieke vrijheden en instellingen. In het Westen
denken we dan aan de in de grondwet gewaarborgde
persoonlijke vrijheden. Bij gelijkheid hoort het streven
naar meer sociale gelijkheid. In het Westen houden wij
overwegend of uitsluitend rekening met de formele
aspecten van de democratie
Dat formeel politieke bedrijf naar westers model moet
kunnen steunen op een voldoende brede laag van politiek
bewuste, ontwikkelde en redelijk welvarende burgers.
Formele aspecten? Zelfs alle mogelijke dictators houden
‘vrije verkiezingen’, en vervalsen ze zonder probleem
hypocriet in grootscheepse fraude, façadepolitiek,
‘window dressing’, als aanbidding van het nieuwe Gouden
Kalf, Stalinistische resultaten voor zittende
machtshebbers, met internetleugens en nepnieuws.
Trump eist verkiezingen in Oekraïne want Zelenski is
niet op tijd ‘wettig’ herverkozen als president. Hoe zou
dat kunnen? Een land in allesverwoestende oorlog,
miljoenen vluchtelingen buiten de grenzen?
Niet te vergeten: bovendien dient daarbij rekening
gehouden met politieke, sociaal-economische en culturele
rechten als godsdienst, taal, gebruiken.
Bijzonder op dit laatste vlak zijn de laatste decennia
fouten met zware gevolgen gebeurd. Denk aan Estland met
50% Russische inwoners, Litouwen en Oost-Oekraïne, waar
na de ineenstorting van het Sovjetregime het Russisch
verboden werd. Wat in het laatste geval een van de
hoofdexcuses vormde voor de Russische invasie in
februari 2022 door Poetin en de oorlog die na vier jaar
(de hele looptijd van W.O.II!) nog voortduurt als dit
artikel geschreven wordt.
Wat telkens de vraag oproept: “Waarom telkens dezelfde
fouten, waarom neemt men op dit terrein nooit
Zwitserland als model?
Tachtig jaar voor Trump en de QAnon -
samenzweringsideologie geeft Popper als zijn overtuiging
dat ‘het conflict tussen rationalisme en irrationalisme
de belangrijkste intellectuele en misschien wel morele
uitdaging van deze tijd is.’(p. 290)
Zijn opvattingen zijn vandaag nog altijd brandend
actueel. In tijden van opkomend populisme,
complotdenken, ’fake news’ en autoritaire tendensen
wereldwijd is zijn pleidooi voor openheid, kritiek en
tolerantie misschien urgenter dan ooit. Wat zou hij nu,
in 2026, denken van een creatuur als Donald Trump,
helaas als president van de VS een mondiale ramp?
Iets meer over dit bijzonder angstaanjagend voorbeeld.
De VS zijn onder de onwaarschijnlijke Donald Trump in
angstwekkend snel tempo aan het evolueren naar een
‘gesloten maatschappij’. Het Hooggerechtshof met zijn
republikeinse meerderheid kan voor het eerst zijn door
de grondwet bedoelde partij-overstijgende controle niet
naar behoren vervullen. Vooral niet met een narcistische
bullebak aan de macht die zijn broek veegt aan elke
rechterlijke uitspraak die hem niet bevalt.
Trump, de bende rond hem en zijn MAGA-volgelingen zijn
bezig met herschrijven van de geschiedenis: censuur in
bibliotheken zowat overal doorheen het hele land; Mark
Twain (1835 - 1910) met zijn evergreens, de nog steeds
veel gelezen jeugdboeken Tom Sawyer en
Huckleberry Finn moeten er uit. Te ‘woke’. De
hut van oom Tom als volgende? Of Gejaagd door
de wind van Margaret Mitchell (1936)
?Universiteiten krijgen cursuscensuur opgelegd of
gigantische boetes. Op Harvard na geven ze allemaal toe.
Machtsgrepen: hij benoemt zichzelf tot voorzitter van
het Kennedy Center for the Performing Arts en voegt zijn
naam toe aan de titel. Het lijkt wel The Apprentice,
zijn televisieserie van jaren geleden. Of de vroegere
Russisch Sovjetunie. In ieder geval on-Amerikaans, in de
verontruste ogen van onze vrienden zowel in het zuiden
van Texas, vlakbij de Rio Grande in een stadje zonder
kerels op straat met vuurwapens aan de gordel, als in
Vermont, bij Lake Champlain (genoemd naar de Franse 17de
- eeuwse ontdekkingsreiziger) en de Canadese grens.
Zo zouden we nog een hele poos kunnen doorgaan. Sinds we
aan dit artikel begonnen ging er letterlijk geen dag
voorbij zonder nieuwe en ongehoorde strapatsen van een
would-be dictator-in-wording.
Het internationaal recht is voor hem van geen tel meer,
door waarden gedreven beleid verdwenen. De volgende
jaren zullen we met onze studenten de evolutie grondig
moeten blijven volgen.
De Universele Verklaring
Basisprincipes voor de open maatschappij zijn
liberalisme, egalitarisme, individualisme ( p. 283
e.v.). Deze zijn al terug te vinden in de eerste zin van
het eerste artikel van de Universele Verklaring van de
Rechten van de Mens (10 december 1948), die 5 jaar nadat
Popper het manuscript van zijn boek afsloot door de
Verenigde Naties is aangenomen. “Alle Mensen worden vrij
en gelijk in waardigheid en rechten geboren.”
De Universele Verklaring bevat een inleiding en 30
artikelen. Vele lemmata komen reeds voor in oudere
verklaringen en grondwetten. Enerzijds behandelen zij de
fundamentele politieke en burgerlijke
grondrechten van individuen en groepen,
anderzijds een reeks sociale, economische en
culturele rechten (van art. 22 tot 27) die
grotendeels nieuw zijn en ontleend aan sociale
wetgevingen. De Universele Verklaring eist voor eenieder
een voldoende levensstandaard en de
gelijkstelling van man en vrouw.
Decennia geleden reeds kwamen wij (dit is: een grote
groep leraren) na een ruime internationale enquête tot
de ontdekking dat de meeste leerlingen het voortgezet
onderwijs verlaten zonder ooit de Verklaring te hebben
bestudeerd en dat zelfs hun docenten slechts een vage -
of helemaal geen - kennis bezaten over de Universele
Verklaring, vaak niet eens de volledige tekst in hun
bezit hadden! “Het belangrijkste document uit de hele
geschiedenis van de mensheid.” De daaropvolgende jaren
hebben wij de Universele Verklaring zo veel mogelijk
verspreid, onder meer met behulp van Amnesty
International en even internationaal bijbehorend
didactisch materiaal aangeleverd.
3. De drie werelden
Poppers stelling van de ‘drie werelden’ komt er in dit
boek onverdiend vrij bekaaid vanaf. De auteur noemt het
‘een controversiële theorie’ en behandelt ze pas op p.
390 in voetnoot 61, vergezeld van een te beknopte niet
erg duidelijke uitleg.
Nochtans, als docent (kunst)geschiedenis en archeologie
is dit het onderdeel van Poppers opvattingen waarmee je
in de praktijk uit de aard der zaken het meest te maken
krijgt, samen met voortdurende falsificaties op elk
terrein en vaak dan nog verbonden met Braudels
‘geschiedenis in drie snelheden’. Dit het aspect van
zijn filosofie was voor velen nog controversiëler dan
zijn falsificatieprincipe, dat trouwens eveneens
voldoende tegenstanders telde.
Volgens Popper bestaat er naast een objectieve wereld
van materiële objecten die hij
'Wereld 1 ' noemt en een subjectieve
wereld van de geest 'Wereld
2', ook een
'Wereld 3' van ideeën, kunst en
wetenschap, taal, ethiek, instituties - kortom het hele
erfgoed van de cultuur - in zoverre dat in code gebracht
is en geconserveerd in objecten van 'Wereld 1' als daar
zijn: boeken, machines, films, computers, afbeeldingen
en alle soorten registraties enz., zolang ze maar
potentieel toegankelijk zijn. Het
originele van zijn gedachtegang schuilt hierin: hoewel
alle Wereld 3 - objecten voortbrengselen zijn van de
menselijke geest kunnen zij bestaan, onafhankelijk van
elk kennend subject. Het Lineair A en B van het
Minoïsche Kreta, de Egyptische hiërogliefen, de
Mayagliefen, Etruskische teksten, de Peruaanse quipu's
(knopenschrift), het mysterieuze op houten tabletten
gekerfde rongorongo van Paaseiland, de raadselachtige
prehistorische astronomische Nebraschijf… ontlenen hun
belang voor de mensheid louter aan hun blote bestaan,
ook al was (en is gedeeltelijk nog steeds) geen mens op
deze planeet in staat die tekens te begrijpen. Dit roept
een fascinerend epistemologisch probleem op, d.w.z. een
probleem in verband met de kennisleer. Wat indien
bijvoorbeeld de Historia General van
Bernardino de Sahagun over
de verdwijnende Azteekse samenleving, zoals zovele
soortgenoten, inderdaad voorgoed verloren was gegaan in
oorlog of brand, of geëindigd was als ... toiletpapier
(zoals verschillende unieke Middelnederlandse
handschriften effectief overkwam)?
Een prachtig voorbeeld ontmoetten we hierboven al met
het antikythera-mechanisme. Verder in dezelfde categorie
nog meer voorbeelden, als onder meer de ‘hemelschijf’
van Nebra,
De Equinox achterna. Monumenten en astronomue over
heel het continent verspreide megalithische menhirs,
dolmen…
Voor het Mayaschrift is het ondertussen reeds
grotendeels realiteit. Door de jarenlange noeste arbeid
van mensen als David Stuart, Linda Schele en anderen
kunnen de geleerden op dit ogenblik meer dan 80% van de
opschriften en teksten in de codices lezen.
Zie:
Cracking the Maya code
Meer nog: via enkele baanbrekende recente technische
uitvindingen zoals bodemradar en computer gegenereerde
reconstructie van ruïnes is Wereld 3 in een onvoorziene
versnelling beland. Vooral de toepassing van
LiDar (Light Detection and Ranging), een
beeldvormingstechniek met lasers brengt wereldwijd een
revolutie in de archeologie teweeg, zoals de
ruimtetelescoop Hubble dat in de astronomie heeft
gedaan. Zeker wat de kennis van de klassieke Maya’s
betreft. Maar dat verdient een afzonderlijk artikel
(wordt dus vervolgd).
Poppers opvatting kan en moet gezien in combinatie met
de ideeën van de grote Franse cultuurhistoricus
Fernand Braudel over "geschiedenis in drie
snelheden."
Braudel (1902-1985) poneert dat de menselijke
geschiedenis zich afspeelt op drie niveaus en met drie
verschillende snelheden: het structurele niveau,
het gebied van het quasi onveranderlijke, zoals de
geologische omstandigheden, het landschap. Dan het iets
sneller evoluerende gebied van het conjuncturele,
waarop veranderingen slechts zeer geleidelijk gebeuren,
zoals mentaliteit, culturele opvattingen ... Daarboven,
aan de oppervlakte, speelt zich de evenementiële
geschiedenis af, de geschiedenis van de feiten, de
veldslagen, de wisselende heersers. Dit laatste is het
terrein dat wij maar al te vaak beschouwen als dé
geschiedenis, maar dat niet te begrijpen is zonder de
meer fundamentele historische dieptestructuren.
Popper als revolutionair
realist
Schmidt-Salomon zet Popper neer als een radicale maar
tegelijk realistische denker. Hij benadrukt dat hij het
klassieke, dogmatische beeld van wetenschap resoluut
verwierp. Niet zeker
weten, maar
kritisch toetsen en bijstellen:
dát is voor hem de kern van wetenschappelijk denken.
Kennis ontstaat niet uit bevestiging, maar uit
weerlegging
Eerdere denkers — van Plato tot Hegel — fundeerden
kennis op vaste uitgangspunten of dialectische
noodzakelijkheid, daarmee brak Popper. Wetenschap moet
falsifieerbaar zijn, en elke theorie blijft in wezen
voorlopig. Wereldbeeld is geen absolute waarheid, maar
heeft altijd een hypothetisch karakter
Didactische aanpak over
het hele boek
Wijst zich in dit geval vanzelf uit: je verdeelt de
groep studenten in kleinere werkgroepjes, die elk een
van de tien filosofen nemen.
Elk kan een hoofdstuk lezen schriftelijk samenvatten Wat
heeft u getroffen? Belangrijk om te onthouden? Welke
vraag zou je als intelligent leraar weerhouden voor een
toets?
Resultaten presenteren in plenum.
Uitzonderlijk is er in deze bijdrage reeds een
didactische verwerking gebracht bij enkele hoofdstukken
Indien je beperkt tot de drie hier behandelde
voorbeelden, is er een vraag en opdracht die voor hen
sterker kan gelden dan voor het hele boek: wat verbindt
de drie, Wegener, Sagan en Popper? Geef argumenten.
Voor werkmateriaal en de broodnodige actualisering
zitten er meer dan voldoende gegevens in deze bijdrage.
Drie externe factoren doorkruisen planetair voor eender
welke historische evolutie alle hier behandelde
filosofische en (geo)politieke problemen: klimaat,
bevolkingscijfers, immigratie.
Jos Martens januari 2026





