artikelen over geschiedenis didactiek

Op de schouders van Reuzen. Vuurtorens voor de mensheid

 

Michael Schmidt-Salomon, Op de schouders van reuzen. Tien grote denkers die je helpen de wereld te begrijpen,. Amsterdam, Alfabet Uitg., 2025, 399 blz. – vertaling: Huub Stegeman – ook als e-boek.

Waardering: ★★★★☆ (4,5/5)

Op de schouders van Reuzen. Vuurtorens voor de mensheid

Jos Martens


Bijzitten aan het banket van een rijke koning mag dan al aanlokkelijk lijken, overdaad schaadt en maakt ons snel oververzadigd. Anders is het gesteld wanneer we één bord vol lekkernijen voorgeschoteld krijgen. Het proeven van al dat lekkers doet watertanden en verlangen naar meer. Zo is het ook met kennis gesteld. Door een overaanbod raken we overmand, hapklare brokken maken leergierig.”

(Lambertus van Sint-Omaars, Liber Floridus1121 De wereld in één boek. Liber Floridus)

 



Sommige boeken mag je niet in één ruk uitlezen als een roman. Je moet ze verdelen in hapklare brokken, zoals Lambertus van Sint-Omaars in 1121 zijn liber floridus inleidde.
Michael Schmidt-Salomons boek Op de schouders van reuzen is een intellectuele pelgrimstocht met tien buitengewone denkers, die de auteur als zijn persoonlijke inspiratiebronnen beschouwt. Laat mij zijn voorbeeld volgen: een volledige bespreking van zijn hele selectie is immers onmogelijk.

Dat geldt zeker voor dit boek. Je moet de taart verdelen in minstens tien stukken. En dan nog.

Ik beperk me noodgedwongen tot drie partjes, drie Reuzen, Grote Denkers, die een openbaring betekenden, ons niet alleen hielpen de wereld te begrijpen, maar op wie ik vaak een beroep kon doen om in samenspraak met anderen die wereld leren te begrijpen en een hele loopbaan lang in vakoverschrijdende en multimediale leereenheden heb benut. Dit is uiteraard geen miskenning van de andere denkers, doch een aansporing om hun verdiensten te bestuderen. En vanzelfsprekend gaan we vanuit persoonlijke ervaring in de voorbeelden herhaaldelijk ruimschoots buiten het kader van het boek.

INLEIDING
Een hoofd denkt nooit alleen

Collectieve denkvermogens

Op de schouders van reuzen is een ambitieuze en meeslepende filosofische reisgids, waarin Michael Schmidt-Salomon de lezer meeneemt doorheen de intellectuele geschiedenis van de mensheid.

De titel van de inleiding maakt onmiddellijk duidelijk dat de auteur de mythe van het geïsoleerde genie wil doorbreken. Zijn centrale idee is dat wij als mensen verder kunnen kijken omdat we "op de schouders van reuzen staan", een gedachte die bekend werd via Isaac Newton maar die deze ontleende aan Bernardus van Chartres (ca. 1200). Hij benadrukt dat alle menselijke kennis voortbouwt op inzichten van anderen

Hoe meer informatie, des te moeilijker om het overzicht te behouden. Hoe in deze stortvloed het onderscheid bewaren tussen belangrijk of niet, zin en onzin, feiten en leugens? Zeker in deze jaren van ‘fake news’ en het snel toenemende gevaar van misbruik door de zeer recente AI (Artificiële Intelligentie)?

Sociale media, fake news en propaganda kapselen ons in bubbels in, waarin denkbeelden, vooroordelen en misvattingen worden uitvergroot. (Aline Sax)

Vroeger was het probleem hoe aan informatie te komen, tegenwoordig om in de tsunami die ons overspoelt houvast te vinden. Dit gebeurde in de Europese geschiedenis meer dan eens. In de 18de eeuw doken nieuw ideeën in een aantal terreinen zeer kort na elkaar op, zowel voor bijvoorbeeld economie (liberalisme), politiek (Montesquieu: scheiding der machten), filosofie enz. Kortom, de Verlichting die beschouwd wordt als de aanvang van onze moderne denkbeelden.
J.H. van den Berg ontwierp ter verklaring hiervoor in 1956 de term metabletica, ‘leer van de gelijktijdige veranderingen’, steunend op de continuïteitswet van Leibniz (1687).
Dit is door veel experts minachtend terzijde geschoven als pseudowetenschap.
Hetzelfde overkwam Arnold Toynbee met zijn magistrale A Study of History.
Waaraan Lemaître in 1927 slechts nipt ontsnapte met zijn Big Bang-theorie over het ontstaan van het heelal, voornamelijk door het optreden van Albert Einstein (relativiteitstheorie 1915)*, aanvankelijk afwijzende criticus, draaide snel bij na een persoonlijke ontmoeting met de Leuvense professor en werd snel zelfs een van de invloedrijkste promotoren – een prachtvoorbeeld van Poppers falsificatieprincipe dat we verder in dit artikel uitvoerig zullen ontmoeten.

*Zie Van der Stock, J. (curator) & vele anderen, Big Bang. De verbeelding van het Universum, tentoonstellingspublicatie, Leuven, Hannibal, 2021, 303blz.
En Stephen Hawking, De antwoorden op de grote vragen, Het Spectrum, 2018, 263 blz.


Kritiek op het heldendom
Schmidt-Salomon plaatst kritische kanttekeningen bij het individualiserende geschiedbeeld waarin grote denkers als geïsoleerde helden zijn opgevoerd. In plaats daarvan pleit hij voor een meer genuanceerde benadering waarbij denkers worden gezien als deelnemers aan een voortdurend, collectief filosofisch gesprek. Tegelijkertijd erkent hij dat sommige geesten - de ‘reuzen’ - in dat gesprek meer gewicht in de schaal leggen. Die balans tussen bewondering en relativering is kenmerkend voor de toon van het boek.
Pas later ontdek je het onderling verband tussen hen.

Inhoud

Inleiding. Een hoofd denkt nooit alleen p. 9

1. Verandering is de enige constante
Charles Darwin en de ontdekking van de evolutie 25

2. Reizen in ruimte en tijd
Albert Einstein en de natuurwetten 49

3. De bouwstenen van de kosmos
Marie Curie en het geheim van de materie 77

4. De wereld beeft
Alfred Wegener en de ontdekking van de platentektoniek 99

5. Een stofje in het heelal
Carl Sagan en de avonturen van het Ruimteschip Aarde 127

6. Carpe diem
Epicurus en de zoektocht naar zin 159

7. Voorbij goed en kwaad
Friedrich Nietzsche en het afscheid van de moraal 181

8. Er wordt geschiedenis geschreven
Karl Marx en de ontdekking van het sociale 213

9. We vergissen ons vooruit
Karl Popper en de kansen van een open samenleving 255

10. In het licht van de evolutie
Julian Huxley en de mens van de toekomst 295

Vergezicht: op weg naar de toekomst
De mensheid in het Antropoceen 337

Noten365
Register

Hoofdstuk 5 – Carl Sagan: Kosmische verwondering en het Ruimteschip Aarde

 

 

Reeds veel te lang hebben wij een onderwijs gekend dat jonge mensen laat napraten wat hun voorgekauwd wordt en hen afleert te denken. Wat wij nodig hebben, is een onderwijs dat hen leert kritisch te staan tegen zogenaamd vaststaande waarheden, dat hen leert vastgeroeste clichés in vraag te stellen, dat hen leert controversiële problemen niet uit de weg te gaan.

Carl Sagan

De tijd zal komen waarin naarstig onderzoek over lange periodes dingen aan het licht zal brengen die nu nog in het verborgene liggen. Eén enkel mensenleven, ook al is het in zijn geheel aan de hemel gewijd, zou niet toereikend zijn om een zo uitgestrekt onderwerp te onderzoeken... Daarom zal deze kennis pas worden onthuld na een lange opeenvolging van eeuwen. Er zal een tijd komen waarin onze nakomelingen verbaasd zullen zijn over het feit dat wij niet op de hoogte waren van dingen die voor hen zo duidelijk zijn... Vele ontdekkingen zijn voorbehouden aan tijden die nog moeten komen, wanneer de herinnering aan ons al vervlogen is. Ons heelal is armzalig nietig, tenzij het voor elk tijdperk iets in zich bergt om te onderzoeken... De natuur onthult haar raadselen stap voor stap.

Seneca, Naturales quaestiones, liber VII, 1ste eeuw


In hoofdstuk 5 richt Schmidt-Salomon de aandacht op Carl Sagan (1934–1996), de Amerikaanse astrofysicus, schrijver en ‘science communicator’. Het is een ode aan Sagans uitzonderlijke vermogen om wetenschappelijke nuchterheid te combineren met een diep gevoel van verwondering voor het universum. Tegelijkertijd biedt hij een kritische, maar bewonderende analyse van Sagans ideeën en publieke rol.

In 1980 keken wij met grote kinderogen en open mond van ongeloof op het televisiescherm naar de eerste aflevering van een dertiendelige wetenschappelijke reeks Cosmos: A Personal Voyage gepresenteerd door een vreemd modieus personage. Een typische Amerikaanse televisiesnob?


Na een inleiding blikt hij door het raam van een ruimteschip naar het oneindige heelal voorbij de Melkweg, daalt naar onze zon en bereikt via Mercurius en Venus de natuur op onze groene aarde. Ondertussen krijg je een bijzonder majestueuze, lyrische, aanzwellende muzikale begeleiding. Pas decennia later vond ik dat de muziek voornamelijk gecomponeerd is door de beroemde Vangelis (1943-2022). Voorwaar, een vreemde en nooit eerder geziene start van een wetenschappelijk programma! Lijkt wel eerder bestemd voor het grote scherm in een filmzaal! Ongezien!

En dan beklimt hij de ruïnes van een oeroude toren. Alexandrië, waar hij ons laat kennismaken met een zekere Erathostenes. Wie? Nog nooit van gehoord! Ooit bibliothecaris van de beroemde Grote Bibliotheek. Volgt een onvergetelijk beklijvend tafereel. Via een karton met gedeeltelijk kaart van Egypte en daarop boven en onderaan een kleine obelisk, toont hij wat Eratosthenes (273 – 194 v. Chr.) ontdekte: hij vernam dat op het middaguur van 21 juni (midzomer, langste dag) de zon loodrecht scheen in een put in Syene (nu: Aswan), terwijl een stok een schaduw wierp in Alexandrië. In drie keer vouwen van zijn karton toont Sagan aan dat dit alleen maar mogelijk is als de aarde niet vlak is, maar rond. Hierop stuurde de bibliothecaris mensen naar Syene om de afstand te voet af te stappen en zo bepaalde hij vrij nauwkeurig de omtrek van de aarde.

Ditzelfde onbevredigende verhaal keert nog eens terug wanneer je leest over de wetenschappelijke vooruitgang van de Arabische wetenschappers, eeuwen later *. Toch hebben de auteurs het hier m.i. mis en onderschatten zij de oude kosmografen stevig. Eratosthenes wordt beschouwd als de uitvinder van het armillarium omstreeks 240 v.Chr, een driedimensionaal model van het heelal en voorloper van het astrolabium.
Hoogstwaarschijnlijk gebruikte hij een andere voorloper van het astrolabium, bijvoorbeeld het kwadrant (dat meer dan 2000 jaar in functie bleef). Hiermee is de afstand van een breedtegraad gemakkelijk en veel betrouwbaarder te bepalen dan met een stappende man.
En vermits hij reeds wist dat de aarde bolvormig is …(.(J. M.)



Ptolemaeïsche armillaire sfeer. Messing Een armillarium is een driedimensionale voorstelling van ons heelal volgens Ptolemaeus. Dus geocentrisch, de aarde centraal in het midden, de sterren en planeten in de banden rondom. Zeer duur en ingewikkeld instrument, laat toe de bewegingen van de maan en de zon te volgen en de posities van 15 sterren. Merk de brede schuin oplopende band van de ecliptica met de namen & symbolen van de Zodiak.

 



Zgn. Chaucer-astrolabium (ca. 1400), messing, diameter: 27,8 cm. Zeer kostbaar. Tweedimensionale voorstelling van Ptolemaeus’ wereldbeeld. Toont het universum met de schijnbare beweging van de sterren boven een bepaalde breedtegraad. Voor elke breedtegraad moet een ander stel gegraveerde gegevens aangebracht binnen de mater (verhoogde buitenste ring).

*Lyons, Jonathan, Het huis der wijsheid. Hoe Arabieren de westerse beschaving hebben beïnvloed, Amsterdam, Bulaaq - Antwerpen, EPO, 2010.


Eeuwen op zoek naar de tijd.

Vervolgens brengt Sagan langs een vervallen kelderruimte een bezoek aan de droevige restjes van de Grote Bibliotheek … en belandt in die bibliotheek in de tijd van Eratosthenes, wandelt rond in de gangen, belandt bij de rekken en neemt enkele papyrusrollen in handen. Hé! Dit was een van de allereerste computergegeneerde scènes, verwezenlijkt met een speciaal en kakelnieuw programma van de NASA!
Op deze fragmenten ging ik zo uitvoerig in, omdat ik ze de vele volgende jaren elk jaar opnieuw in de klas bracht voor enthousiaste studenten.

De reeks is naar schatting door 500 miljoen mensen in 60 landen bekeken. Ze wordt nog steeds algemeen beschouwd als de belangrijkste serie aller tijden over wetenschapsgeschiedenis. En katapulteerde Sagan wereldwijd tot V.I.P. Een beroemdheid die hij tot aan zijn veel te vroege dood benutte, niet voor persoonlijke verrijking, maar om zijn ideeën en idealen te promoten. Eén voorbeeld: toen de Russische leider Michael Gorbatsjov naar de States kwam voor de onderhandelingen over nucleaire ontwapening, refereerde hij uitdrukkelijk aan Sagan, tot ongenoegen van de Amerikaanse president Reagan!
Ondertussen gebruikte hij zijn toenemende bekendheid jarenlang om hartstochtelijk te pleiten voor het verderzetten van de ruimtereizen na de Apollolandingen op de maan (vanaf juli 1969) en de speurtocht naar buitenaardse intelligentie. Bovendien waarschuwde hij reeds zeer vroeg voor de gevaren van de klimaatopwarming. In totaal schreef hij meer dan 600 boeken en artikelen, werkte o.m. mee aan de film Contact van Robert Zemeckis met Jodie Foster (1997) over contact met buitenaardse beschaving, waarvan hij de première helaas niet meer heeft kunnen bijwonen: hij overlijdt op 20 december 1996 aan de gevolgen van een longontsteking.


Kortom: levenslang gedreven door de furor animi, de onblusbare drang naar kennis, zo typerend voor de renaissancevorsers. Sagan lijkt trouwens wel een late vertegenwoordiger van hen, een Homo Universalis als Gemma Frisius, John Dee, Athanasius Kircher…

Ondertussen was in 1980 het gelijknamige boek gepubliceerd, een wereldwijd succes en een van de best verkochte boeken aller tijden.
Persoonlijk heb ik geen boek vaker van mijn rekken moeten bijhalen, tenzij misschien eveneens Civilisation van Kenneth Clark (1970) en Eeuwige schoonheid van Gombrich voor lessen kunstgeschiedenis.

1000 jaar gaping en stilstand?

Op één punt was ik het fundamenteel oneens met Sagan, een ontstemming die met de jaren toenam. In zijn boek Cosmos brengt hij op pagina 335 een verticale tijdlijn aan met een complete gaping tussen 415 (dood van Hypatia en verwoesting van de bibliotheek van Alexandrië) en ca. 1500 (Columbus, Da Vinci) met de toelichting: “De gaping van een duizendtal jaren in het midden van het diagram stelt een pijnlijk gemiste kans voor de menselijke soort voor.” Duizend jaar waarin niets belangrijk gebeurde op wetenschappelijk vlak! Gelukkig is die ondertussen compleet achterhaalde visie in de volgende decennia herhaaldelijk en heel stevig bijgesteld (Seb Falk, Moller, Bauer)

Hij stopt de bloei van de wetenschap dus met de dood van Hypatia. In de film daarover, Agora (2009), de onvergetelijke en duurste Spaanse film aller tijden (50 miljoen euro) van Alejandro Amenábar met Rachel Weisz in de hoofdrol, zijn overduidelijke verwijzingen naar Cosmos gebruikt, zowel in de scènes met haar wetenschappelijke experimenten als in die met en zonder computeranimaties - nergens vermeld in de recensies die ik ken! Agora is sindsdien door internationale experts uitgeroepen tot beste historische film aller tijden! En onderwerp van een masterstudie, Universiteit Gent, Faculteit Letteren & Wijsbegeerte: Sara Van Hoecke, Hypatia van Alexandrië, een receptiegeschiedenis, 260 blz., Academiejaar 2012-2013. Als je zijn reconstructie van de Grote Bibliotheek vergelijkt met Cosmos, krijg meteen een idee van de vooruitgang in 30 jaar computeranimatie! De scène is trouwens niet minder dan een hommage aan Sagan. Sinds 2009 heb ik de twee filmfragmenten daarom telkens na elkaar vertoond.
Je kan via YouTube tevens een kort bezoekje laten brengen aan de Bibliotheca Alexandrina, de nieuwe Grote Bibliotheek, geopend in 2003. Bijzonder gesmaakt!

Structuur en inhoud van het hoofdstuk
Als uitgangspunt voor een bredere reflectie op Sagans missie geldt diens levenslange streven: wetenschap toegankelijk maken voor een breed publiek, niet door simplificatie maar door een combinatie van poëzie en precisie.
Vervolgens behandelt Schmidt-Salomon de drie belangrijkste pijlers van Sagans denken:


D1. Wetenschappelijke integriteit en intellectuele eerlijkheid
Sagan was een onvermoeibare pleitbezorger van het wetenschappelijk scepticisme. Hij vertrouwde op wat hij zelf het “baloney detection kit” noemde: een mentaal gereedschap om nonsens te herkennen en te weerleggen. Sagan stelde zich scherp op tegen pseudowetenschappen, religieuze dogma’s, astrologie en andere vormen van onkritisch denken. Hierin ligt een verband met de filosofie van Karl Popper (hoofdstuk 9, zie hieronder).

D2. Kosmisch perspectief en menselijke bescheidenheid
Een van de krachtigste passages van het hoofdstuk is de bespreking van Sagans beroemde reflectie op de “Pale Blue Dot” – de door NASA nabij Neptunus gemaakte foto van de aarde als een piepklein stipje in de ruimte. Dit benadrukt hoe zijn visie tegelijk ontzagwekkend en ontnuchterend is: de mens blijft slechts een miniem deeltje in een immens universum, en juist dáárom moeten we verantwoordelijk omgaan met elkaar en onze planeet.
Sagan zag in het besef van onze nietigheid geen reden tot nihilisme, maar juist tot een dieper besef van verbondenheid.

D3. De ethiek van het wetenschappelijke humanisme
Hoewel Carl Sagan geen militant atheïst was, had hij wel een uitgesproken seculiere, humanistische levensvisie. Hij zag wetenschap en ethiek als elkaars bondgenoten: niet alleen om de wereld te begrijpen, maar ook om die rechtvaardiger en leefbaarder te maken. Uitgesproken pacifistisch, verzette hij zich tegen de Koude Oorlog met zijn wereldbedreigende kernbewapening, en zette zich actief in voor milieubescherming en gelijke rechten.

Conclusie. Educatieve en filosofische waarde.
Dit hoofdstuk construeert niet alleen een biografisch portret, maar tevens een filosofische verkenning van onze plaats in het universum. Het roept fundamentele vragen op over onze verantwoordelijkheid als soort, onze regelmatig opduikende neiging tot zelfvernietiging, en de rol van kennis in het overwinnen van angst en bijgeloof. Voor lezers met interesse in wetenschapscommunicatie, kosmologie, ethiek of humanisme biedt dit een rijke bron aan inzichten. Voor anderen opent het de poort naar de mogelijkheid hun interesse te wekken! Zeker voor studenten broodnodig!
Het maakt duidelijk waarom Sagan ook in de 21ste eeuw een inspirerend voorbeeld blijft. In een tijd waarin irrationaliteit en simplisme floreren, biedt hij een krachtig pleidooi voor kennis, verwondering en verantwoord mens-zijn.

Voor het onderwijs is dit hoofdstuk bij uitstek geschikt als instap in onderwerpen als kritisch denken, duurzaamheid, seculier humanisme en de relatie tussen wetenschap en maatschappij. Sagans denken nodigt uit tot reflectie en debat. Wij zijn steeds begonnen in de lessen aardrijkskunde (of kunstinleiding) met de projectie van aflevering 1, tot en met het bezoek aan de Grote Bibliotheek. Een tweede les behandelde een zelfde onderwerp in het vak kunstinitiatie, met fragmenten uit de film Agora, bij het onderwerp filmtechnieken (over de vooruitgang van computeranimatie in tweemaal de uitbeelding van een identiek onderwerp – enkele sequenties in de Grote Bibliotheek, zoals gezegd zeker geen toeval) - terwijl de collega godsdienst eveneens een volledige les besteedde aan projectie met twee scènes over de godsdiensttwisten met joden en christenen, gevolgd door debat over actualiteit op dit terrein. Studenten lazen voordien of ondertussen onderstaande tekst over Alexandrië. De Dvd’s zijn diverse keren uitgeleend op aanvraag voor visie in familieverband en eveneens gebruikt voor stagelessen. (Helaas constateerde ik pas onlangs dat Dvd 2 ergens op het traject gesneuveld is en ontbreekt.)

Eén keer is tevens een tentoonstelling ingeschakeld met 3de tot en met 6de jaren voortgezet onderwijs (in kader van stadsvisite Leuven) in jan 2022: bezoek aan de tentoonstelling Big Bang* in Museum M, als allereerste uitstap na de vervelende langdurige corona-lockdowns van 2020 en volgende.


Heel kortweg over de didactische uitwerking: ieder lid van elk werkgroepje koos drie voorwerpen die voor hem/haar het best aansloten bij de eerder vertoonde fragmenten van Sagans Cosmos. Typisch: niet de mooiste voorwerpen zijn steeds verkozen, maar de eerste druk van Copernicus’ De revolutionibus orbium coelestium (Over de omwentelingen van de hemellichamen) uit 1543 en het even kostbare exemplaar van Newtons Philosophiae Naturalis Principia Mathematica uit 1687, beide aanwezig in de expositie, kwamen opvallend vaak aan de beurt. En bij één klas een onooglijke bladzijde uit een chinees manuscript met een tabel van maansverduisteringen door Ferdinand Verbiest, de Vlaamse astronoom van de Chinese keizer Kangxi.

Voor Leerlingen/studenten hogere studies (zeker lerarenopleiding geschiedenis – Nederlands – aardrijkskunde…) kan tevens gewerkt in complementaire groepen met hoofdstukken uit het boek of onderstaande publicaties, liefst met keuze door vrijwilligers.

*Van der Stock, J. (curator) & vele anderen, Big Bang. De verbeelding van het Universum, tentoonstellingspublicatie, Leuven, Hannibal, 2021, 303blz. 3de 4 5 6

Alexandrië. De gemiste kans

Sagan: “Alexandrië was de grootste stad die de westelijke wereld ooit had aanschouwd. Mensen uit alle landen reisden erheen om er te wonen, handel te drijven en er te leren ...
Waarschijnlijk kreeg hier het begrip kosmopoliet zijn werkelijke betekenis - burger, niet van een natie, maar van de kosmos.
Hier lagen duidelijk de zaden van de moderne wereld. Hoe werd verhinderd dat ze wortel schoten en ontkiemden? Een eenvoudig antwoord geven kan ik niet. Maar dit weet ik wel: er is in de gehele geschiedenis van de bibliotheek geen enkele notitie te vinden dat een van haar illustere geleerden ooit in serieuze mate de politieke, economische en religieuze grondslagen van hun maatschappij heeft uitgedaagd. De eeuwigheid van de sterren was een punt van discussie; de rechtvaardigheid van de slavernij niet. Wetenschap en studie in het algemeen waren voorbehouden aan enkele bevoorrechten. De enorme bevolking van de stad had niet het flauwste idee van de grote ontdekkingen die in de bibliotheek werden gedaan.

Nieuwe ontdekkingen werden niet verklaard of gepopulariseerd. Het onderzoek leverde de bevolking weinig op. ...
De grote intellectuele prestaties van de Oudheid kregen weinig rechtstreekse toepassingen. ... Toen ten langen leste het gepeupel de bibliotheek in brand stak, was er niemand om dat tegen te houden.”


Vraag.
- Wat beschouwt Sagan als de eigenlijke oorzaak van de ondergang van de antieke beschaving?
- Motiveer uw antwoord. Vergelijk nu genuanceerd met de toestand in onze eigen tijd.


Meer weten

Bauer, Raoul, Niet meer blaffen naar de maan. Religie en wetenschap in de vroege middeleeuwen, Gorredijk, Sterck & De Vreese, 2019.

Brotton, Jerry, Een geschiedenis van de wereld in twaalf kaarten, Antwerpen, De Bezige Bij, 2013, 575 blz. Met bijzondere uitvoerig en degelijk hoofdstuk over de Grote Bibliotheek. Hebben wij in lessen (met collega’s) zo mogelijk telkens gecombineerd met fragmenten uit zijn televisiereeks Mapping the World.

Falk, Seb, De verlichte middeleeuwen. Een ontdekkingsreis door de middeleeuwse wetenschap, Amsterdam, Unieboek/ Het Spectrum, 2020.

Hawking, Stephen, De antwoorden op de grote vragen, Houten, Spectrum, 2018.

Lyons, Jonathan, Het huis der wijsheid. Hoe Arabieren de westerse beschaving hebben beïnvloed , Amsterdam, Bulaaq - Antwerpen, EPO, 2010. <

Moller, Violet, De Zeven Steden, Een reis door duizend jaar geschiedenis: hoe ideeën uit de oudheid ons bereikten, Amsterdam, Meulenhoff, 2019.

Moller, Violet, Het paleis van de sterrenwachter. Een reis langs zeven plekken in Noord-Europa die het hart vormden van de ontwikkeling van de wetenschap in de 16de eeuw,
Amsterdam, Meulenhoff, 2024.

Moorehead, A., Darwin en de Beagle. Een scheepsreis naar de oertijd, Hoofddorp, Septuaginta, 1976, 279 blz.

Sobel, Dava, De dochter van Galilei. Een verhaal van wetenschap, geloof en liefde, Amsterdam, Ambo, 1999.

Vallejo, Irene, Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken, Amsterdam, Meulenhoff, 2021.

Op Histoforum:
- Eeuwen op zoek naar de tijd.
- Equinox


YouTube

Carl Sagan’s Cosmos, Alle 13 afleveringen.
De legendarische 13-delige televisiereeks is heruitgegeven op Dvd, met bijgewerkte beeldkwaliteit plus updates over de wetenschappelijke vooruitgang sinds 1980 door Sagan zelf, na zijn dood voorgezet door Ann Druyan, de belangrijkste oorspronkelijke medewerkster, die in 2014 met Cosmos: A spacetime  een vervolg kreeg.
De reeks is in haar geheel en diverse delen en kwaliteit terug te vinden op YouTube.
Bruikbaar voor CLIL-lessen: de afleveringen hebben uitsluitend Engelse onderschriften.

Erathostenes, duur: 6,41 minuten <
- berekening van omtrek van de aarde – gaat helaas niet in op het vervolg, de Grote Bibliotheek. Neem daarvoor de eerste volledige aflevering of Brotton!!

Deel 3, The Harmony of the Worlds, vooral zeker de eerste 10 minuten, hebben wij samen met collega’s, herhaaldelijk gebruikt voor uitleg over astronomie en de blijvende, enorme invloed zelfs op geloof, politiek en wereldbeeld van de daarmee verbonden geachte astrologie (denk bijvoorbeeld aan China en Ferdinand Verbiest, Hendrik VIII, Hitler, president Reagan, of de Europese humanisten als Frisius en Mercator) en het werk van Kepler. Meesterlijk! Bruikbaar in vele vakken en op vele onderwijsniveaus. Wij vroegen studenten telkens (eigen al dan niet uitgewerkte) horoscopen mee te brengen en te bespreken. Interesse gegarandeerd!
Als gevolg brachten we telkens (vaak op voorstel van studenten of ouders) in de loop van een studiecyclus een bezoek aan het naastbij gelegen planetarium.

Tom Wujec, Anatomy of the Astrolabe  (2014), 9 minuten, met ondertitels plus transcript van de tekst in 24 talen, ook Nederlands – tijdsaanduiding per alinea.

Seb Falk, Astrolabes: The Medieval 'Smartphone’ , Engels en met of zonder Engelse ondertiteling. Duur 9’33’’ – met zeer knappe inleiding over de niet zo duistere middeleeuwen.

-----------------------------------------------

Hoofdstuk4. Alfred Wegener

Getuigenis


In het 4de jaar Latijn-Grieks kregen we een bevlogen leraar aardrijkskunde, die ons probeerde wijs te maken dat onze hele planeet op een soort grote eierschalen dreef, als ijsschollen heen en weer schuivend diep onder de oppervlakte. Dat veroorzaakte niet alleen de merkwaardige vorm van sommige continenten maar ook aardbevingen en hield volgens hem tevens verband met gelijktijdige vulkaanuitbarstingen. Een ontdekking van een zekere Wegener, die zijn naam gaf aan de theorie van de continentendrift. Nooit van gehoord, geen woord daarover in ons schoolboek.


Dat was nog steeds het geval toen ik acht jaar later zelf voor de klas stond. Voor mijn lessen over continentendrift moest ik schema’s of foto’s zoeken en kopiëren uit tijdschriften.
Ondertussen raakten die verschijnselen algemeen bekend onder de naam platentektoniek, met als duidelijk zichtbaar paradigma de Sint-Andreasbreuk in Californië, ‘The Big One’. Maar wanneer ik collega’s aardrijkskunde over die vulkaanuitbarstingen sprak, keken ze even naar elkaar en volgde er steevast een wat meelijwekkende grimlach. Geen idee dat dit Wegener zelf ook nog steeds overkwam in dezelfde periode!

Dit was een levensles die Karl Popper (je ontmoet hem hier straks) zou begrepen hebben! Niet alleen voor aardrijkskunde. En die leraar ben ik nooit vergeten, tot ik hem pas een halve eeuw later weer ontmoette en kon bedanken.

Vulkanen en aardbevingen zijn ons clubje blijvend gaan fascineren sinds we als kinderen Naar het middelpunt der aarde van Jules Verne lazen. Dat verhaal eindigt – totaal onwetenschappelijk - in de vulkaan Stromboli, op de Liparische eilanden, vlakbij Noord-Sicilie, van waaruit we deze actiefste vulkaan van Europa decennia later in de werkelijkheid indrukwekkend lavastromen uitstotend in actie zagen.
Dan volgde een gedenkwaardig schoolbezoek aan een bioscoopvoorstelling op groot scherm van een documentaire over de beroemde Frans-Belgische vulkanoloog Haroun Tazieff (1914 - 1998). Vulkanoloog? Wisten niet eens dat zoiets bestond!

Natuurlijk, niet te vergeten: de beroemdste vulkaanuitbarsting uit onze geschiedenis: de Vesuvius die in 79 na Chr. Pompeii en Herculaneum volledig verwoestte en de dood veroorzaakte van Plinius de Oudere, Romeins vlootvoogd en auteur van de Naturalis Historia*, met herhaalde films, een speciale Europalia tentoonstelling in 2004 – waar we na twee eerdere bezoeken met ons groepje op de laatste dag wegens ‘overbevolking’ niet eens meer toegang konden krijgen! En dan eindelijk een bezoek met een klas ongewoon geïnteresseerde leerlingen aan vulkaan en ruïnes.

* Robert Duthoy over Naturalis Historia.

In mijn kast met memorabilia rust een minuscuul brokje vederlichte Vesuviuspuimsteen, dat nog warm was toen ik het meenam na de uitbarsting. Een meer indringende, blijvende herinnering bleef de commentaar van onze gids: “Deze recente kleine uitbarsting was voorspeld en niet echt gevaarlijk. Nieuwe uitbarstingen zullen volgen. Zeg niet ‘als’, maar ‘wanneer’! En indien er weer eentje komt als die in 79 zullen er niet honderden, maar 2 miljoen slachtoffers vallen! Zie maar daar beneden, hoe druk bevolkt de hele Baai van Napels tegenwoordig is.”

Een zelfde verhaal voor Californië. Aan de Amerikaanse westkust schuren twee aardplaten over elkaar. Ook hier is er zekerheid, maar niet over de timing. Kleine aardschokken zijn er de laatste decennia al geweest. Wat als de onvermijdelijke grote komt? Volgende maand, of binnen 20 jaar? De miljoenenstad San Francisco ligt immers pal op de Sint-Andreasbreuk.

Wij zijn elkaar over de decennia heen op de hoogte blijven houden met mails, foto’s en filmpjes over: hurricanes in VS en Cuba, tyfoons, vloedgolven, aardbeving in Japan, Haïti, Turkije, recente uitbarstingen en verwoestende lavastromen tijdens toevallig bezoek op IJsland. En om (voorlopig?) te besluiten: Russische schiereiland Kamtsjatka, juli 2025, twee opeenvolgende aardbevingen, gevolgd door vulkaanuitbarstingen van sinds 500 jaar ‘slapende’ vulkanen. “Gelukkig was de tsunami niet zo erg als in 2004; wij moesten (in Japan) alleen een dag binnenblijven. Wegener had toch gelijk!”

Miskenning en postume erkenning

Alfred Wegener 1880-1930: meteoroloog, geofysicus, poolonderzoeker, formuleerde al in 1912 de gedurfde hypothese dat continenten niet statisch zijn, maar zich over geologische tijdperken langzaam verplaatsen: de theorie van de continentendrift. Deze hypothese stuitte op felle weerstand binnen de toenmalige geologische wereld.

Hoofdthema’s en filosofische reflectie

1. Tegenstand als toetssteen van waarheid
Tijdens zijn leven werd Wegener door gevestigde geologen genegeerd of zelfs belachelijk gemaakt. Zij noemden zijn ‘continentendrift’ “onwetenschappelijk”, hoewel hij solide empirische aanwijzingen aandroeg: de complementaire kustlijnen van Zuid-Amerika en Afrika, geologische overeenkomsten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, fossiele overeenkomsten op verschillende continenten.

Toch accepteerde de academische wereld zijn theorie pas decennia later – na zijn dood – toen paleomagnetisch en seismologisch onderzoek in de jaren 1950 en ’60 onomstotelijk bevestigde dat Wegener gelijk had. Met dit paradigma waarschuwt Schmidt-Salomon voor de dogmatische verstarring die ook binnen wetenschappen kan optreden, en pleit hij voor een cultuur waarin ideeën op merites beoordeeld worden, niet op hun conformiteit met de heersende leer.

2. Wetenschap als permanente correctie
In de kern gaat het niet om gelijk hebben, maar om vragen durven stellen, de bereidheid om eigen overtuigingen steeds opnieuw te toetsen en bij te stellen.
Dit sluit aan bij een bredere filosofische les: ware vooruitgang komt voort uit het vermogen om gevestigde waarheden ter discussie te stellen. Wegener vertegenwoordigt daarmee het soort denken dat in staat is om paradigma’s te verschuiven, een echo van wat Karl Popper later zou beschrijven als de noodzaak van falsificatie.

De auteur besteedt ook aandacht aan het tragische lot van Wegener, die tijdens een Groenlandexpeditie in 1930 stierf, ver van erkenning of roem. Wegener werkte niet voor roem, maar voor waarheid.

Didactiek

Wat dit hoofdstuk extra kracht geeft, is de subtiele verbinding tussen een historisch-wetenschappelijke casus en filosofische principes over kennis, waarheid en moed. De auteur trekt de discussie moeiteloos naar het heden: hoe gaan wij vandaag om met afwijkende meningen in wetenschap en samenleving? Zijn waarschuwing voor groepsdenken en consensusfetisjisme is actueel en scherp.

Het hoofdstuk nodigt uit tot discussie:
- Wanneer is het legitiem om gevestigde wetenschap te wantrouwen? (Zie volgend hoofdstuk: Popper en zijn falsificatie)
- Hoe onderscheiden we visionair denken van dwaalsporen? Voorbeelden? (UFO’S? AI)
- In hoeverre moeten wetenschappers maatschappelijke risico’s nemen? Denk aan Corona, antivaxers, de huidige klimaatontkenners met miljoenen ‘volgers’ en de eindeloze strubbelingen gepaard met hatelijkheden en zelfs bedreigingen allerhande op a-sociale media.,.

Materiaal is in voldoende mate en gemakkelijk toegankelijk.
- Voorafgaande vraag: “Wie is al in Pompeii geweest? Wanneer, op welke leeftijd, je indrukken? Heb je eigen foto’s/film?
- Start met documentaire over Pompeii en de Vesuvius.
- Docudrama: zie op Histoforum: De laatste dag van Pompeii. Zonodig alleen fragmenten. Zie de links bij het artikel.
- Talrijke films op YouTube en National Geographic.

- Laat geïllustreerde berichten opzoeken en voor de groep brengen over recente ontdekkingen/restauraties in Pompeii en/of omgeving. Zelfde voor recente aardbevingen en/of vulkaanuitbarstingen.

- Non-Fiction: Da Pompei a Roma. Kroniek van een uitbarsting, tentoonstellingspublicatie, Brussel, Brussel Koninkl. Musea voor Kunst en Geschiedenis, Europalia Italië, 2004.

Roman: Robert Harris, Pompeii, Amsterdam/Antwerpen, De Bezige Bij, (2003) 2015 . Pompeii Beste roman ooit gelezen over de uitbarsting.

----------------------------------
Hoofdstuk 9. Karl Popper

'de wetenschap is een onderneming die zichzelf steeds corrigeert. Om te worden gecorrigeerd, moeten alle nieuwe ideeën aan de meest rigoureuze proeven worden onderworpen en die kunnen doorstaan… Het ergste van de zaak-Velikovki is niet dat zijn hypothesen (over de Venusbotsing) onjuist bleken of in strijd met vaststaande feiten, maar dat sommigen die zichzelf wetenschapsmensen noemden, Velikovki’s werk probeerden te verdoezelen. De wetenschap is ontstaan door en toegewijd aan vrij onderzoek. Derhalve verdient elke hypothese, hoe vreemd zij ook is, te worden beoordeeld op haar verdiensten. Het onderdrukken van niet - welkome ideeën, mag dan gewoon zijn in godsdienst en politiek, het is beslist niet de weg naar kennis.’
(Carl Sagan, Cosmos, p. 91)



De weg naar kennis, Hasselt, Conservatorium, beeldengroep door Robert Vandereycken 1996.
“Er bestaat geen gemakkelijke ‘koninklijke weg’ naar kennis.”– Perzisch spreekwoord.
De drie figuren staan ruim 10 meter hoog en symboliseren de student, de pedagoog en tenslotte de ouders
.


Karl Popper (1902 – 1994), de Oostenrijks-Britse filosoof bleef bijna zijn hele leven relatief onbekend voor het grote publiek, in de schaduw van Bertrand Russell.
Op drie punten bevestigt hij zijn plaats als een van de meest invloedrijke denkers van de twintigste eeuw — en als een relevant blijvend baken in het huidige intellectuele landschap:
1. zijn falsificatieprincipe;
2. het pleidooi voor de ‘open samenleving’ versus de ‘gesloten maatschappij’;
3. de theorie van de 3 werelden.

1. Falsificatieprincipe

Om ‘fatsoenlijk’ wetenschappelijk te redeneren, gebeurt het vaststellen en vastleggen van wetenschappelijke wetten ‘normaal’ via de aloude regels van het syllogisme: “Alle mensen zijn sterfelijk – Socrates is een mens – dus Socrates is sterfelijk.”
Popper echter noemt zijn werkmethode en eigen opvatting: kritisch rationalisme.
Hij stelt: “Het wetenschappelijk wereldbeeld heeft altijd een hypothetisch karakter.” Elke stelling, elke theorie moet onderworpen aan falsificatie.
Wat betekent dit?
De wetenschapper onderzoekt niet om aan te tonen dat iets waar is; hij onderzoekt of iets waar is, en of wat algemeen geldt ook klopt

In de voorgaande besprekingen zijn we vooral bij Carl Sagan even rakelings langs voldoende falsificaties geschaatst. Enkele voorbeelden uit zijn boek en film.

Astronomie: planetair en historisch.

Aristarchos van Samos (ca. 310 – 230 v. Chr.) was de eerste gekende astronoom die een heliocentrisch model van de kosmos voorstelde, met een vrij nauwkeurige berekening van de aardomtrek. Hij stelde dat de maan veel verder van de aarde stond dan men dacht en het heelal veel groter was. Zijn opvatting werd helaas verworpen door Eratosthenes, die weerkeerde naar het geocentrisme, wat overgenomen werd door Ptolemaeus, de grote autoriteit voor de volgende 1500 jaar, tot bij Copernicus (De revolutionibus orbium coelestium - Over de omwentelingen van de hemellichamen 1543), volgens Sagan “een vingerwijzing dat intellectuele bekwaamheid geen garantie biedt tegen een deerlijke misser” (p.19).


Zeer groot equatoriaal armillarium van Tycho Brahe.
De befaamde Hollandse cartograaf Johan Blaeu (1596 - 1673) was de eerste om in 1648 een heliocentrische atlas uit te geven. Hiervoor steunde hij, zoals ook Kepler, op Tycho Brahe. Welke gigantische instrumenten Brahe had ontwikkeld geeft Blaeu weer met niet minder dan14 gravures in zijn prachtige wereldatlas uit 1662, ongetwijfeld gebaseerd op de schetsen van zijn vader Willem, die in 1596-97 lange tijd bij Brahe had gestudeerd
.

Johan Kepler (1571-1630), bij Sagan zeer uitvoerig aan bod in de 3de aflevering De harmonie der werelden, Cosmos p. 53 – 67, steunde op de resultaten die de Deense astronoom Tycho Brahe (1546-1601) na vele jaren studie had bereikt in zijn sterrenwacht op het eiland Hven. Diens observaties waren tot honderd keer nauwkeuriger dan eerdere waarnemingen. Brahe ging nog steeds uit van de cirkelvormige banen der planeten. In werkelijkheid volgen die geen volmaakte cirkelvormige omwenteling, zoals men toen dacht. En kon men door dit foutieve axioma ook de omloop van sommige planeten, bijvoorbeeld Mars en Mercurius, niet adequaat berekenen. Deze twee planeten lijken in het Ptolemeïsche systeem tijdens een periode in het jaar retrograde, achterwaarts, te lopen. Een probleem reeds van voor de oude Grieken (en Hypatia). Dit bleef even onopgelost bij Copernicus en de geleerden die zijn heliocentrisme volgden. Als voorbeeld: in het ontwerp van zijn beroemde hemelglobe van 1551 toont Mercator dat hij de recente theorieën van Copernicus reeds opneemt, maar het klassieke geocentrische model van Ptolemaeus (ca. 150 na Chr.) blijft aan de grondslag liggen. Deze spanning tussen nieuw onderzoek en het grote respect voor de antieke kennis is kenmerkend voor het werk van Mercator en zijn tijdgenoten. Zijn leermeester, het universele genie Gemma Frisius (1508-1555), hoogleraar universiteit Leuven, was waarschijnlijk de eerste aanhanger van Copernicus in de Nederlanden. Hij volgde met veel belangstelling diens werk, via een persoonlijke Poolse vriend, al jaren voor de publicatie van De Revolutionibus. Zijn persoonlijk exemplaar bleef bewaard in Leeuwarden, vol eigenhandige glossen (aantekeningen) in het Latijn.

Wat tot voor kort onzeker was: Mercator bezat inderdaad eveneens een exemplaar van De revolutionibus (thans in de Glasgow University Library), even druk voorzien van glossen als dat van Gemma Frisius. Carl Sagan vermeldt kort zonder verdere uitleg het toen nog lopende, dus onvoltooide werk van Owen Gingerich, die 30 jaar besteedde aan het opzoeken en bestuderen van alle nog bestaande exemplaren 1ste en 2de druk van De revolutionibus. Opvallend: in tegenstelling tot wat wij op school aangeleerd kregen, volgden haast alle vooraanstaande astronomen Copernicus in zijn heliocentrisme, ook de jezuïeten, maar de pagina’s over de ‘wandelaars’, de planeten, tellen in hun bewaarde exemplaren van zijn levenswerk telkens bitter weinig glossen, ongetwijfeld omdat zij evenmin een oplossing kenden. Voor de veiligheid bleven zij in het openbaar het geocentrisme steunen - zie de droevige lotgevallen van Galilei! In de bibliotheek van de KU Leuven vond ik een cursusboekje astronomie uit 1781 waarin het geocentrisme nog steeds als enige met de Bijbel overeenkomstige waarheid werd gegeven!

Brahe liet Kepler van zijn gegevens gebruik maken, waardoor die na jaren berekeningen, tegen veel weerstand van collega’s en de christelijke kerken in, uitkwam op zijn wetten over de ‘onvolmaakte’ elliptische omloopbanen van de planeten, in plaats van de ‘perfecte’ cirkels die tot dan toe verondersteld werden beter te passen bij de goddelijke volmaaktheid van het heelal. Kepler verwierp derhalve al zijn vroegere berekeningen en modellen en paste ze aan – een prachtig voorbeeld van falsificatie! *

* Meer over astronomische instrumenten, onder anderen van Gerard Mercator en de Leuvense school, zie op deze site Utopia en Eeuwen op zoek naar de tijd.

Owen Gingerich, Het boek dat niemand las. In de voetsporen van Nicolaus Copernicus, Amsterdam, Ambo/Anthos Uitg., 2004, p. 240-243.

Robert Halleux, e.a. (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815, Brussel, Gemeentekrediet, 1998 – D.B.N.L., 2009 - meer dan 800 blz. gratis versie in Pdf.

Violet Moller, Het paleis van de sterrenwachter, Amsterdam, Meulenhoff, 2024, 304 blz.

Dava Sobel, De dochter van Galilei. Een verhaal van wetenschap, geloof & liefde, Amsterdam, Ambo, 1999.

Ferdinand Verbiest (1623 - 1688). Astronoom en mandarijn van de keizer.

 

-----------------------------------------------------------------------
Op p. 51 onderaan vermeldt Sagan over de kennis van de oudheid in heel kleine lettertjes, zonder de naam te noemen, het fenomenale Antikythera - mechanisme, een bronzen astronomische analoge computer (daterend ca. 178-80 v.Chr.) die in 1901 uit een gezonken schip werd opgedoken, nabij het gelijknamige Griekse eiland. Het onderzoek over het toestel, waarvan de werking door Cicero in De re publica (ca. 60 v.Chr.) aan een tekst van Archimedes wordt toegeschreven, verkeerde toen immers pas in beginstadium. Best mogelijk dat er nog heel wat falsificatie zal volgen nadat dit artikel geschreven is (december 2025). Waarom? De calculator was bij de ontdekking door zeewatercorrosie zo sterk aangetast dat er jaren uiterst voorzichtige behandeling nodig waren, zodat er pas in 2006 door computerreconstructie een replica kon vervaardigd. Dit verbindt een archeologische vondst met Poppers ‘Wereld 3’ - theorie, waarop we hier verder uitvoeriger terugkomen.


De eerste stoot in de juiste richting werd reeds kort na 1950 gegeven door de Britse geniale wiskundige Derek Price in Cambridge, zonder gevolg. Zoals Seb Falk schrijft in De verlichte middeleeuwen (2020) werd hij er zelfs om uitgelachen. Hij kreeg geen aanstelling als hoogleraar, want hij gold in de gesloten academische standenmaatschappij van het Verenigd Koninkrijk als ‘middenklasse, niet sociaal aangepast’. Het hielp uiteraard niet dat hij afkomstig was uit een Joodse familie, lagere middenstand. Diep teleurgesteld week hij in 1957 uit naar de VS en werd aan Yale de eerste hoogleraar wetenschapsgeschiedenis, waar hij als de ‘Sherlock Holmes van de wetenschap’ actief bleef tot zijn dood in 1983.

Op YouTube vind je verschillende films, over de evolutie van het onderzoek. Sterk aanbevolen. Loont beslist de moeite!
The Antikythera Cosmos. 30 minuten, Engels & Engelse (computer gegenereerde) ondertitels.
Pdf reconstructie



Oudheid: Antikythera-mechanisme (gerestaureerd), Griekse astronomische computer.


De Big Bang en Einsteins ‘falsificatie’.

Nog verder terug in het verleden. Big Bang. Het allereerste begin van ons heelal?
De Big Bang-theorie is in 1927 ontwikkeld door de Belgische geestelijke en professor aan de KU Leuven Georges Lemaître. Zoals hier al eerder vermeld werd ze aanvankelijk vernietigend weggehoond door Einstein (bedenker van de algemene relativiteitstheorie, en toen al wereldberoemd). Na persoonlijk contact met Lemaître veranderde hij totaal van opvatting, herriep zijn kritiek, steunde niet alleen zijn Leuvense collega, maar zorgde ervoor dat diens theorie verder werd verfijnd en aangevuld met de inzichten uit zijn eigen algemene relativiteitstheorie.*

*Zie nogmaals: Van der Stock, J. (curator) & vele anderen, Big Bang. De verbeelding van het Universum, tentoonstellingspublicatie, Leuven, Hannibal, 2021.

Wat ons en enkele van onze professoren al die jaren het meest verbaasd heeft is niet Einsteins correcte wetenschappelijke reactie, maar wel de blijkbaar welwillende houding van de universiteit, toentertijd nog bestuurd door de Belgische bisschoppen, die normalerwijze zoals het hele Vaticaan op dit terrein niet bepaald uitblonken in progressieve opvattingen! Zie de behandeling van Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955), jezuïet, paleontoloog in China. Hij trachtte de evolutietheorie in overeenstemming te brengen met de christelijke scheppingsleer als een door God gewild teleologisch proces, “Alles is de som van het verleden.”
Zijn boeken werden verboden in Italië, moesten in 1963 uit de rekken op orders van het Vaticaan. Dit was nochtans reeds de tijd van de ‘progressieve’ paus Johannes XXIII en het Tweede Vaticaans Concilie. In het christelijk onderwijs moest het creationisme de enige waarheid blijven. (Wat sindsdien veranderd is, maar bij andere religies tot op de dag vandaag verplicht gebleven. Ook op hun scholen in de Lage Landen, zoals wij persoonlijk ondervonden!)

Even tussendoor afwijken van onze lijn. Op de ideeën van Popper over pedagogie en didactiek kunnen we hier niet verder ingaan. Die waren voor zijn tijd beslist progressief en blijven nog steeds actueel. In een essay uit 1925 (!) zegt hij onder meer: “Leerlingen zijn geen vaten waar je kennis in dropt; wij moeten streven naar werkelijk actieve studenten en individualiseren: rekening houden met ieders aanleg en bekwaamheden… ” (p. 265)
Met andere woorden: hij veroordeelt wat wij decennia later zouden betitelen als “braakballendidactiek”.

2. ‘Open samenleving’ versus de ‘gesloten maatschappij
Kritiek op totalitaire verleiding

Met zijn ”The Open Society and Its Enemies bereikt Popper als staatkundig en politiek denker voor de 20ste eeuw een hoogtepunt, dat in deze 21ste eeuw helaas niets aan actualiteit heeft ingeboet. Integendeel! Hij begint aan zijn werkelijk baanbrekende werk in 1938, op de dag dat Hitlers Duitsers Oostenrijk binnenvallen en beëindigt het vijf volle jaren later in 1943. Popper levert scherpe kritiek op Plato, Hegel en Marx als voorlopers van totalitaire systemen. Hij hekelt hun geloof in een historische noodzakelijkheid en hun neiging het individu op te offeren aan abstracte doelen, wat hij historicisme noemt. Voor Popper is de ‘open samenleving’ er een waarin ideeën vrij kunnen circuleren en machthebbers voortdurend ter discussie staan.

Omwille van het brandende belang in de huidige actualiteit gaan we op dit hoofdstuk uitvoeriger en met veel meer detail in dan ons oorspronkelijke opzet.

Vereisten van de open samenleving (p. 275 e.v.)

Een belangrijk kenmerk van het historicisme is, volgens Popper, de wens om holistische en utopische oplossingen te bieden voor actuele problemen. De historicist wil de samenleving radicaal veranderen, alles uitroeien en helemaal opnieuw beginnen

En dit is precies wat er gebeurde in de 20ste eeuw, toen Hitler en Stalin dachten dat ze de historische wetten van (respectievelijk) ras en klasse moesten toepassen en een nieuwe, utopische samenleving in de praktijk moesten brengen – met alle gruwelijke gevolgen vandien. Holistische en utopische idee(ën) kunnen alleen maar leiden tot lijden en tragedie.
Popper stelt tegenover Marx’ model van een revolutionaire overgang naar het rijk van de vrijheid een ‘evolutionair stukwerk’, namelijk een stapsgewijze aanpak van maatregelen: stapsgewijze sociale engineering: het nauwgezet veranderen van één variabele tegelijk, met als doel de fouten in het systeem te elimineren.
‘Want pogingen om de hemel op aarde te creëren leiden onveranderlijk tot de hel: intolerantie. godsdienstoorlogen en het redden van zielen door middel van de inquisitie.’

Dit klinkt als een alarmerende weergalm van Jared Diamond in Ondergang (2005), of vroeger nog, Arnold Toynbee, die andere profeet uit de vorige eeuw in zijn Mankind and Mother Earth, het allerlaatste boek dat hij voltooide voor zijn overlijden in 1975;

‘Alleen echt grote geesten kunnen een consistent, coherent en interessant wereldbeeld schetsen, en Popper is zonder twijfel een van de grootste. Hij is origineel, helder, consequent en rigoureus’*.

*Xander Niks, recensie van Karl Popper, De armoede van het historicisme, Aula, 1957, in: Nieuwsbrief Liberales, december 2025

Het einde van de geschiedenis en de laatste mens (The End of History and the Last Man) is een boek uit 1992 geschreven door de Amerikaanse politieke denker Francis Fukyama. In het boek verdedigt Fukuyama de controversiële stelling dat het einde van de Koude Oorlog ook het einde van de vooruitgang van de menselijke geschiedenis markeert. Ondertussen weten wij helaas al beter!

Een voorbeeld van historicisme, historisch determinisme, uit onze eigen geschiedenis.
Henri Pirenne (1862-1935), de beroemdste Belgische historicus zag in zijn Histoire de Belgique (Geschiedenis van België 7 delen– 1899 – 1933) het hele fluctuerende verleden sinds Karel de Grote, of minstens sedert de Bourgondische hertog Filips de Goede, de ‘Conditor Belgii’ (‘stichter van België’), noodzakelijk uitlopen op het huidige tweetalige koninkrijk België dat dus volkomen organisch groeide uit de loop der tijden. (De complete reeks is in Nederlandse vertaling gratis te downloaden op de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren)
Dat kregen we tot de jaren 1970 aangeleerd in een afzonderlijk schoolboek voor het laatste jaar voortgezet onderwijs, volledig gewijd aan de geschiedenis van België. Klopt dat wel?
Het hertogdom Brabant reikte in de middeleeuwen een heel eind noordelijker dan de huidige grens, het graafschap Vlaanderen tot ver in Noord-Frankrijk, tot beneden Arras (Atrecht).
Zowel Belgisch én Nederlands Limburg als het prinsbisdom Luik hebben nooit tot de Nederlanden behoord. Limburg hoorde bij het graafschap Loon, tot 1366 toen het gebied bij het prinsbisdom gevoegd werd en dat bleef zo tot de Franse annexatie kort voor 1800.

De teleologische opvattingen van Henri Pirenne zijn reeds een poosje verlaten. Vreemd toch hoe mensen, zelfs historici, ingeperkt worden door hedendaagse landsgrenzen.

 


Willem van Oranje kon niet op de Vlaamse lijst voor Grootste Belg in 2005, omdat hij geassocieerd werd met Nederland. Was hij dan niet burggraaf van Antwerpen, heer van Diest en een hele rits andere domeinen in het huidige België? Erasmus haalde in dezelfde lijst de elfde plaats, maar kreeg eveneens te horen dat hij als Rotterdammer een Hollander was. In 1994 weigerde een ambtenaar van het Vlaamse ministerie van Cultuur ons subsidie voor een programma over Hans Memling, omdat de beroemde schilder in Duitsland geboren is. “Wij betalen niet voor een Duitser!”
Nog één voorbeeld: niet zolang geleden hielden de kaarten van een pas gedrukte historische atlas over de middeleeuwen op bij de tegenwoordige Belgisch-Nederlandse grens, alsof het hertogdom Brabant niet reikte tot benoorden ’s Hertogenbosch. Een merkwaardige toepassing van het begrip standplaatsgebondenheid!

Als de Erasmiaanse humanistische visie van Willem van Oranje en de talrijke gelijkgezinden het gehaald had, wat perfect mogelijk leek na de Pacificatie van Gent (1576), en niet de zege van godsdienstfanatisme gecombineerd met de grote ego’s en machtspolitiek van de dag, dan lag nu in Europa een machtige, centrale Benelux, die tot diep in Frankrijk reikte. Een ideale gelegenheid om voor één keer leerlingen erop te wijzen dat de geschiedenis niet altijd noodzakelijk diende te verlopen zoals zij verlopen is en hoe onbedoelde gevolgen kunnen exploderen met letterlijk ver-strekkende resultaten over generaties en eeuwen heen.
Die discussie kan nog eens herhaald voor de Belgische afscheuring in 1830*.

* Willem van Oranje op Dvd
Pacificatie van Gent 1576.

Edward De Maesschalck, Oranje tegen Spanje, Leuven, Uitg Davidsfonds, 2015. Oranje tegen Spanje. Eenheid en scheiding van de Nederlanden onder de Habsburgers (1500-1648), , 352 blz

De eeuw van macht, 1. De Belgische afscheiding.

Dit is geen alleenstaand fenomeen van verderfelijk historicisme: denk aan de uitbreiding van het Romeinse Rijk, de Duitse of Italiaanse eenmaking in de 19de eeuw, de ‘Manifest Destiny’ van de VS, de westerse plicht om Afrika of India ‘te beschaven’ in de dezelfde ‘eeuw van macht, Poetin en de historische rechten van Rusland op Oekraïne… Ga zo maar verder tot Trump in 2026: “De VS heeft recht op Groenland” (6 maal de oppervlakte van Texas, dat zelf al groter is dan Frankrijk!).

Perikles

In een van zijn beroemde toespraken stelt de Atheense staatsman en democraat Perikles (490 – 429). “In persoonlijke geschillen verzekerden onze wetten gelijk recht aan allen. Wij leven als vrije staatsburgers. Wij stellen onze stad open voor iedereen en we verdrijven nooit een vreemde” (p. 280).
Toen al was er een reactionair kamp dat moord en brand schreeuwde tegen buitenlandse culturele invloeden om “het volk’ te beschermen tegen indringers en terug te keren naar de goede oude waarden.”

Het is verbazingwekkend. De woorden die Popper 70 jaar geleden gebruikte om een 2400 jaar oude patriottische beweging te beschrijven klinken als een anticiperende analyse van de hedendaagse ‘patriotten’, die ook verwijzen naar traditionele religieuze waarden, ‘de waarden van het christelijke westen’.

Wat Schmidt-Salomon echter kuis niet vermeldt: vreemdelingen kregen in het ‘democratische’ Athene geen burgerrechten en geen van de betrokken partijen hoorde je iets zeggen over het gebrek aan vrouwenrechten of de algemeen aanvaarde slavernij! Ook de Atheners leden reeds aan wat we tegenwoordig bunker – of baarmoedermentaliteit noemen: de neiging bescherming te zoeken in een geïdealiseerd verleden dat vermoedelijk in die vorm niet eens heeft bestaan. Of zoals mijn grootmoeders zegden (beiden geboren omstreeks 1900): “Spreek me niet van de goede oude tijd. Er was alleen een slechte oude tijd, met hard werk, bittere armoede, geen geld en veel te veel kinderen”. (Ze hadden respectievelijk 10 en 12 kinderen!)

Religie en wetenschap

De huidige tijd is getuige van een aantal levensgrote bedreigingen, zoals een cynisch misbruik van religie zowel bij christenen onder elkaar; moslims, joden… Mensen doden in naam van God schenkt blijkbaar een heel bijzonder genoegen! Voorbeelden zijn helaas al te gemakkelijk te vinden. Neem bijvoorbeeld Gaza met de hypocriete en leugenachtige houding van zowel Israël, de VS, de schatrijke Arabische landen als Europa. Triest, om wanhopig te worden!

De christelijke kerken en zeker de rooms- katholieke hebben zich lang defensief opgesteld tegenover de ontwikkeling van de wetenschap. De veroordeling van Galilei, met zijn doceerverbod in 1633 kan hier als paradigma dienen tot laat in de 20ste eeuw! Zie onder meer De dochter van Galilei, Amsterdam, 2000, het degelijke en zeer uitvoerige verhaal van wetenschapsjournaliste Dava Sobel. Of het lot van Bruno Giordano, de laatste kosmoloog, in 1600 als volgeling van Copernicus’ geocentrisme door de inquisitie op brandstapel gezet!

Het antimodernisme kende zelfs nog een hoogtij onder Pius X (1903-1914), maar uiteindelijk leerde de kerk de waarde van wetenschappelijke vooruitgang te onderkennen, en ging ze ermee in dialoog. Waar sommige protestantse kerken theorieën als evolutieleer en de ‘big bang’ radicaal afwijzen als antichristelijk, gaat de katholieke theologie ermee aan de slag in haar denken.
Wat ons persoonlijk sterk verontrust: de sterke groei van creationisme en aanverwante zelfs politieke opvattingen van evangelische christenen, en Joden, voornamelijk in de VS van Donald Trump.

En de islam?
Sinds de taliban in 2021 na terugtrekking van Amerikaanse troepen opnieuw de macht in Afghanistan hebben gegrepen, trekken ze de teugels steeds strakker aan – vooral voor vrouwen, of wat dacht je. Vanaf elf jaar mogen meisjes geen onderwijs volgen en er zijn nauwelijks beroepen die vrouwen mogen uitoefenen. Ook is spreken of zingen in het openbaar voor vrouwen verboden en moeten ze weer een volledig bedekkende boerka dragen.
En in andere islamitische landen? Vrouwenrechten? Ga zelf na voor Saoedi-Arabië, Jemen, Soedan, Iran. En/of in Afrika (optreden van Boko Haram…)

Bescherming van de rechtsstaat. Dialoog en kritische benadering (p. 282 e.v.)

Popper ziet het totalitarisme als een ontsnapping uit de vrijheid. Maar als deze vlucht een terugkerend patroon is in de menselijke cultuurgeschiedenis, dan rijst de vraag hoe een open samenleving zich tegen dergelijke aanvallen kan beschermen. In deze context verwijst hij naar de instellingen van de rechtsstaat die vormgeven aan de vrije en democratische basisorde en bedoeld zijn om deze stabiliteit te verlenen. De definiërende kenmerken van een democratische rechtsstaat zijn gemakkelijk aan te wijzen. A. de centrale organen, de institutie van wetgeving, wetgevende macht, uitvoerende macht en rechtspraak zijn van elkaar gescheiden en treden onafhankelijk van elkaar op (de ‘scheiding der machten’ sinds Montesquieu). B. Ze zijn strikt gehouden aan de wet, bepaald door vrije verkiezingen met algemeen kiesrecht. C. De vertegenwoordigers van de pers (breed genomen), de zogenaamde vierde macht, de hoofdrolspelers in de vorming van de publieke opinie, worden niet willekeurig in hun activiteiten beperkt. Een dergelijke institutionele bescherming van de vrije en democratische basisorde is een essentiële voorwaarde voor open samenlevingen.

Wat is ware democratie? Wat is militaire dictatuur? Wat is revolutie? Een politiek regime is democratisch wanneer het zowel de vrijheid voor allen als de grotere gelijkheid van allen zoekt te bevorderen. Bij vrijheid horen de formele politieke vrijheden en instellingen. In het Westen denken we dan aan de in de grondwet gewaarborgde persoonlijke vrijheden. Bij gelijkheid hoort het streven naar meer sociale gelijkheid. In het Westen houden wij overwegend of uitsluitend rekening met de formele aspecten van de democratie

Dat formeel politieke bedrijf naar westers model moet kunnen steunen op een voldoende brede laag van politiek bewuste, ontwikkelde en redelijk welvarende burgers.
Formele aspecten? Zelfs alle mogelijke dictators houden ‘vrije verkiezingen’, en vervalsen ze zonder probleem hypocriet in grootscheepse fraude, façadepolitiek, ‘window dressing’, als aanbidding van het nieuwe Gouden Kalf, Stalinistische resultaten voor zittende machtshebbers, met internetleugens en nepnieuws.
Trump eist verkiezingen in Oekraïne want Zelenski is niet op tijd ‘wettig’ herverkozen als president. Hoe zou dat kunnen? Een land in allesverwoestende oorlog, miljoenen vluchtelingen buiten de grenzen?

Niet te vergeten: bovendien dient daarbij rekening gehouden met politieke, sociaal-economische en culturele rechten als godsdienst, taal, gebruiken.

Bijzonder op dit laatste vlak zijn de laatste decennia fouten met zware gevolgen gebeurd. Denk aan Estland met 50% Russische inwoners, Litouwen en Oost-Oekraïne, waar na de ineenstorting van het Sovjetregime het Russisch verboden werd. Wat in het laatste geval een van de hoofdexcuses vormde voor de Russische invasie in februari 2022 door Poetin en de oorlog die na vier jaar (de hele looptijd van W.O.II!) nog voortduurt als dit artikel geschreven wordt.
Wat telkens de vraag oproept: “Waarom telkens dezelfde fouten, waarom neemt men op dit terrein nooit Zwitserland als model?
Tachtig jaar voor Trump en de QAnon - samenzweringsideologie geeft Popper als zijn overtuiging dat ‘het conflict tussen rationalisme en irrationalisme de belangrijkste intellectuele en misschien wel morele uitdaging van deze tijd is.’(p. 290)
Zijn opvattingen zijn vandaag nog altijd brandend actueel. In tijden van opkomend populisme, complotdenken, ’fake news’ en autoritaire tendensen wereldwijd is zijn pleidooi voor openheid, kritiek en tolerantie misschien urgenter dan ooit. Wat zou hij nu, in 2026, denken van een creatuur als Donald Trump, helaas als president van de VS een mondiale ramp?

Iets meer over dit bijzonder angstaanjagend voorbeeld. De VS zijn onder de onwaarschijnlijke Donald Trump in angstwekkend snel tempo aan het evolueren naar een ‘gesloten maatschappij’. Het Hooggerechtshof met zijn republikeinse meerderheid kan voor het eerst zijn door de grondwet bedoelde partij-overstijgende controle niet naar behoren vervullen. Vooral niet met een narcistische bullebak aan de macht die zijn broek veegt aan elke rechterlijke uitspraak die hem niet bevalt.

Trump, de bende rond hem en zijn MAGA-volgelingen zijn bezig met herschrijven van de geschiedenis: censuur in bibliotheken zowat overal doorheen het hele land; Mark Twain (1835 - 1910) met zijn evergreens, de nog steeds veel gelezen jeugdboeken Tom Sawyer en Huckleberry Finn moeten er uit. Te ‘woke’. De hut van oom Tom als volgende? Of Gejaagd door de wind van Margaret Mitchell (1936) ?Universiteiten krijgen cursuscensuur opgelegd of gigantische boetes. Op Harvard na geven ze allemaal toe.
Machtsgrepen: hij benoemt zichzelf tot voorzitter van het Kennedy Center for the Performing Arts en voegt zijn naam toe aan de titel. Het lijkt wel The Apprentice, zijn televisieserie van jaren geleden. Of de vroegere Russisch Sovjetunie. In ieder geval on-Amerikaans, in de verontruste ogen van onze vrienden zowel in het zuiden van Texas, vlakbij de Rio Grande in een stadje zonder kerels op straat met vuurwapens aan de gordel, als in Vermont, bij Lake Champlain (genoemd naar de Franse 17de - eeuwse ontdekkingsreiziger) en de Canadese grens.
Zo zouden we nog een hele poos kunnen doorgaan. Sinds we aan dit artikel begonnen ging er letterlijk geen dag voorbij zonder nieuwe en ongehoorde strapatsen van een would-be dictator-in-wording.
Het internationaal recht is voor hem van geen tel meer, door waarden gedreven beleid verdwenen. De volgende jaren zullen we met onze studenten de evolutie grondig moeten blijven volgen.

De Universele Verklaring

Basisprincipes voor de open maatschappij zijn liberalisme, egalitarisme, individualisme ( p. 283 e.v.). Deze zijn al terug te vinden in de eerste zin van het eerste artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (10 december 1948), die 5 jaar nadat Popper het manuscript van zijn boek afsloot door de Verenigde Naties is aangenomen. “Alle Mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.”

De Universele Verklaring bevat een inleiding en 30 artikelen. Vele lemmata komen reeds voor in oudere verklaringen en grondwetten. Enerzijds behandelen zij de fundamentele politieke en burgerlijke grondrechten van individuen en groepen, anderzijds een reeks sociale, economische en culturele rechten (van art. 22 tot 27) die grotendeels nieuw zijn en ontleend aan sociale wetgevingen. De Universele Verklaring eist voor eenieder een voldoende levensstandaard en de gelijkstelling van man en vrouw.

Decennia geleden reeds kwamen wij (dit is: een grote groep leraren) na een ruime internationale enquête tot de ontdekking dat de meeste leerlingen het voortgezet onderwijs verlaten zonder ooit de Verklaring te hebben bestudeerd en dat zelfs hun docenten slechts een vage - of helemaal geen - kennis bezaten over de Universele Verklaring, vaak niet eens de volledige tekst in hun bezit hadden! “Het belangrijkste document uit de hele geschiedenis van de mensheid.” De daaropvolgende jaren hebben wij de Universele Verklaring zo veel mogelijk verspreid, onder meer met behulp van Amnesty International en even internationaal bijbehorend didactisch materiaal aangeleverd.

3. De drie werelden

Poppers stelling van de ‘drie werelden’ komt er in dit boek onverdiend vrij bekaaid vanaf. De auteur noemt het ‘een controversiële theorie’ en behandelt ze pas op p. 390 in voetnoot 61, vergezeld van een te beknopte niet erg duidelijke uitleg.
Nochtans, als docent (kunst)geschiedenis en archeologie is dit het onderdeel van Poppers opvattingen waarmee je in de praktijk uit de aard der zaken het meest te maken krijgt, samen met voortdurende falsificaties op elk terrein en vaak dan nog verbonden met Braudels ‘geschiedenis in drie snelheden’. Dit het aspect van zijn filosofie was voor velen nog controversiëler dan zijn falsificatieprincipe, dat trouwens eveneens voldoende tegenstanders telde.

Volgens Popper bestaat er naast een objectieve wereld van materiële objecten die hij 'Wereld 1 ' noemt en een subjectieve wereld van de geest 'Wereld 2', ook een 'Wereld 3' van ideeën, kunst en wetenschap, taal, ethiek, instituties - kortom het hele erfgoed van de cultuur - in zoverre dat in code gebracht is en geconserveerd in objecten van 'Wereld 1' als daar zijn: boeken, machines, films, computers, afbeeldingen en alle soorten registraties enz., zolang ze maar potentieel toegankelijk zijn. Het originele van zijn gedachtegang schuilt hierin: hoewel alle Wereld 3 - objecten voortbrengselen zijn van de menselijke geest kunnen zij bestaan, onafhankelijk van elk kennend subject. Het Lineair A en B van het Minoïsche Kreta, de Egyptische hiërogliefen, de Mayagliefen, Etruskische teksten, de Peruaanse quipu's (knopenschrift), het mysterieuze op houten tabletten gekerfde rongorongo van Paaseiland, de raadselachtige prehistorische astronomische Nebraschijf… ontlenen hun belang voor de mensheid louter aan hun blote bestaan, ook al was (en is gedeeltelijk nog steeds) geen mens op deze planeet in staat die tekens te begrijpen. Dit roept een fascinerend epistemologisch probleem op, d.w.z. een probleem in verband met de kennisleer. Wat indien bijvoorbeeld de Historia General van Bernardino de Sahagun  over de verdwijnende Azteekse samenleving, zoals zovele soortgenoten, inderdaad voorgoed verloren was gegaan in oorlog of brand, of geëindigd was als ... toiletpapier (zoals verschillende unieke Middelnederlandse handschriften effectief overkwam)?

Een prachtig voorbeeld ontmoetten we hierboven al met het antikythera-mechanisme. Verder in dezelfde categorie nog meer voorbeelden, als onder meer de ‘hemelschijf’ van Nebra, De Equinox achterna. Monumenten en astronomue over heel het continent verspreide megalithische menhirs, dolmen…

Voor het Mayaschrift is het ondertussen reeds grotendeels realiteit. Door de jarenlange noeste arbeid van mensen als David Stuart, Linda Schele en anderen kunnen de geleerden op dit ogenblik meer dan 80% van de opschriften en teksten in de codices lezen.
Zie: Cracking the Maya code

Meer nog: via enkele baanbrekende recente technische uitvindingen zoals bodemradar en computer gegenereerde reconstructie van ruïnes is Wereld 3 in een onvoorziene versnelling beland. Vooral de toepassing van LiDar (Light Detection and Ranging), een beeldvormingstechniek met lasers brengt wereldwijd een revolutie in de archeologie teweeg, zoals de ruimtetelescoop Hubble dat in de astronomie heeft gedaan. Zeker wat de kennis van de klassieke Maya’s betreft. Maar dat verdient een afzonderlijk artikel (wordt dus vervolgd).

Poppers opvatting kan en moet gezien in combinatie met de ideeën van de grote Franse cultuurhistoricus Fernand Braudel over "geschiedenis in drie snelheden."
Braudel (1902-1985) poneert dat de menselijke geschiedenis zich afspeelt op drie niveaus en met drie verschillende snelheden: het structurele niveau, het gebied van het quasi onveranderlijke, zoals de geologische omstandigheden, het landschap. Dan het iets sneller evoluerende gebied van het conjuncturele, waarop veranderingen slechts zeer geleidelijk gebeuren, zoals mentaliteit, culturele opvattingen ... Daarboven, aan de oppervlakte, speelt zich de evenementiële geschiedenis af, de geschiedenis van de feiten, de veldslagen, de wisselende heersers. Dit laatste is het terrein dat wij maar al te vaak beschouwen als dé geschiedenis, maar dat niet te begrijpen is zonder de meer fundamentele historische dieptestructuren.

Popper als revolutionair realist

Schmidt-Salomon zet Popper neer als een radicale maar tegelijk realistische denker. Hij benadrukt dat hij het klassieke, dogmatische beeld van wetenschap resoluut verwierp. Niet zeker weten, maar kritisch toetsen en bijstellen: dát is voor hem de kern van wetenschappelijk denken. Kennis ontstaat niet uit bevestiging, maar uit weerlegging
Eerdere denkers — van Plato tot Hegel — fundeerden kennis op vaste uitgangspunten of dialectische noodzakelijkheid, daarmee brak Popper. Wetenschap moet falsifieerbaar zijn, en elke theorie blijft in wezen voorlopig. Wereldbeeld is geen absolute waarheid, maar heeft altijd een hypothetisch karakter

Didactische aanpak over het hele boek

Wijst zich in dit geval vanzelf uit: je verdeelt de groep studenten in kleinere werkgroepjes, die elk een van de tien filosofen nemen.
Elk kan een hoofdstuk lezen schriftelijk samenvatten Wat heeft u getroffen? Belangrijk om te onthouden? Welke vraag zou je als intelligent leraar weerhouden voor een toets?
Resultaten presenteren in plenum.

Uitzonderlijk is er in deze bijdrage reeds een didactische verwerking gebracht bij enkele hoofdstukken
Indien je beperkt tot de drie hier behandelde voorbeelden, is er een vraag en opdracht die voor hen sterker kan gelden dan voor het hele boek: wat verbindt de drie, Wegener, Sagan en Popper? Geef argumenten.
Voor werkmateriaal en de broodnodige actualisering zitten er meer dan voldoende gegevens in deze bijdrage.

Drie externe factoren doorkruisen planetair voor eender welke historische evolutie alle hier behandelde filosofische en (geo)politieke problemen: klimaat, bevolkingscijfers, immigratie.

Jos Martens januari 2026

 

  •  

    u