artikelen over geschiedenis didactiek

Het Adrianus dossier

 

Joris Tulkens.
Het Adrianus Dossier
Sterck & Devreese, 2024, 269 blz.

Het Adrianus dossier

Jos Martens


Fictie is soms beter geschikt om de werkelijkheid te  vatten dan non-fictie.
(Ilja Leonard Pfeijffer)

 

Proloog. Pausbezoek 26-29 september 2024
In 1425 gaf paus Martinus V toestemming voor de oprichting van een universiteit in Leuven.
Wat op een haar na nog dreigde te mislukken, zoals Tulkens onthult in zijn volgende roman Intriges in het Vaticaan (2025)

In 2025 is de stichtingsbul dus 600 jaar oud. Dat moest gevierd. De Katholieke Universiteit Leuven is immers de oudste Alma Mater van de Lage Landen.
Ter herdenking van deze heel uitzonderlijke gelegenheid bracht de kort daarna (op paasmaandag 2025) overleden paus Franciscus van 26 tot 29 september 2024 daarom een bezoek aan België.
Kortom: deze pausroman kon onmogelijk op een gunstiger tijdstip verschijnen!


Luc Sels (rechts) is bedrijfssocioloog en hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven. Sinds 1 augustus 2017 was hij rector. In september 2025 is hij opgevolgd door Severine Vermeire (1970), eerste vrouwelijke rector sinds 600 jaar!



Verder leven na Adrianus, 263 achteraan
Uitleg van gebruikte termen – ook nuttig voor al dan niet katholieken en latinisten, 265

Inleiding. Dirk van Heze en het verborgen dossier

Wie in Leuven op het Hogeschoolplein het statige Pauscollege bezoekt, raakt onvermijdelijk onder de indruk van de eeuwenoude uitstraling. Het college is genoemd naar Adriaan van Utrecht, paus Adrianus VI, de enige paus die de Nederlanden in de loop der eeuwen geleverd hebben. Een gok die de kardinalen nooit meer herhaalden. Want toen hij na een zeer kort pontificaat in 1523 onbemind stierf, was er gejuich in de straten van Rome en nog meer in het Vaticaan en de paleizen van de kardinalen. Niet omdat Adrianus een slechte paus was. Integendeel. Volgens vele kerkhistorici is hij zowat de enige fatsoenlijke kerkleider in de eerste helft van de 16de eeuw, vooraleer het Concilie van Trente van start ging*.

*. Zie: Verwey, M., Adrianus VI (1459-1523). De tragische paus uit de Nederlanden, Antwerpen - Apeldoorn, Garant, 2011, 159 blz.

Pauscollege, virtuele tour.

Dirk van Heeze (ca. 1485-1555), Theodoricus Hezius met zijn humanistennaam, was secretaris, tevens vriend en vertrouweling van Adriaan van Utrecht, Adrianus VI. Tijdens zijn korte pontificaat werd Adrianus geconfronteerd met enorm veel tegenkanting. Daarom werkte Hezius aan een eigen dossier om zijn vriend en beschermheer de plaats te geven die hem historisch toekomt. Na Adrianus’ dood in 1523 vestigde Hezius zich in Luik, waar hij in de Sint - Lambertuskerk een prebende had gekregen. Toen hij in 1555 eveneens stierf, nam zijn dienaar Caspar de documenten met zich mee naar zijn geboortestreek, het Hageland.

In een bedevaartsoord boven een steile heuvel liet Caspar een kapelletje bouwen met een geheime nis waarin hij het dossier onderbracht. Tien jaar later, in 1609 (dankbaar voor het Twaalfjarig Bestand in de Tachtigjarige Oorlog) startten de aartshertogen Albrecht en Isabella op die heuvel de bouw van een basiliek, voltooid in 1622. Thans het belangrijkste Mariale bedevaartsoord van Vlaanderen.
Toen al deed het gerucht de ronde dat er ergens in het prestigieuze bouwwerk een ruimte was met een verborgen schat. In mijn jeugd was dat nog steeds het geval. In 2010 ontdekte een architect dankzij recente scantechnieken effectief een goed verborgen afgesloten kamer waarin een bundel papieren lag. Het Adrianusdossier van Hezius misschien?

Inhoud

Hier volgt een relevante selectie uit zijn dossier. Dat bestaat uit de afzonderlijke brieven, door Hezius gevraagd aan diverse mensen, met wie Adrianus tijdens zijn leven te maken kreeg.
De tekst beweegt zich afwisselend op twee tijdschalen: 1. chronologisch het verloop van Adrianus’ leven en 2. een verslag van zijn laatste levensmaanden in 1523. Commentaar wordt geleverd door Hezius, die immers het overgrote deel van diens professioneel leven als naaste getuige en vertrouweling meemaakte.
De focalisator wijzigt bij bijna elke brief. Hetzelfde geldt voor het gevarieerde taalregister, telkens aangepast aan de spreker! De opeenvolgende brieven zijn even gevarieerd als hun schrijvers en hun afkomst. Ze dienen niet alleen als plotinstrumenten, maar geven ook een authentiek historisch tintje aan het verhaal. Ze helpen de lezer om zich meer verbonden te voelen met de tijdsperiode en de personages.

Het ‘dossier’ start met een begroeting van Hezius gericht aan de lezer in compleet hagiografische stijl van de heiligenlevens, als een middeleeuwse Vita, een goede weergave van de tijdgeest (p. 7).
Hij gaat voort in dezelfde stijl: Adriaan munt van kindsbeen af in godsdienstig gekleurde intelligentie en vroomheid, zoals een toekomstige paus en heilige betaamt. Zijn zeer Spartaanse opleiding start hij bij de Broeders van het Gemene Leven in Zwolle.
De Broeders hebben een afkeer van de heersende kerkelijke mistoestanden. Zij streven naar een ander soort kerk (p. 20). Zo zijn zij verantwoordelijk voor latere opvattingen, zowel van Adrianus als Erasmus en Luther, die allen tot hun studenten behoorden.

De jonge Hezius schrijft zich in 1504 in aan de universiteit in Leuven. Daar trekt hij de aandacht van de belangrijkste professor van de artesfaculteit, Adriaan van Utrecht. ‘Adriaan was namelijk aangezocht in Brussel lesgever te worden van de jonge Karel van Luxemburg, intussen keizer van het Roomse Rijk. Door die aanstelling dreigde het werk boven zijn hoofd te groeien en dus had hij de hulp nodig van een betrouwbaar iemand, in casu van mij. Sindsdien heb ik mijn beschermheer gevolgd als een trouwe hond, eerst naar het hof in Brussel, later naar het wespennest van Castilië, tenslotte naar de slangenkuil van Rome, waar Adrianus als martelaar ten onderging (p.7).’
Dan maakt Hezius de sprong naar Rome, 5 augustus 1523: de gezondheid van paus Adrianus is erg achteruit gegaan.

Deel III (p. 26). Met de brief van zijn student Jacobus Latomus keren we terug naar Leuven. Omwille van zijn talenten steunden machtige families Adrianus’ studies. Margaretha van York (weduwe van Karel de Stoute 1477 Nancy) betaalde zijn dure doctoraatsviering.

Een van de eerste bijdragen voor het dossier heeft Erasmus als afzender. “Ik heb de Heilige Vader goed gekend, toen ik rond 1500 in Leuven verbleef.”(p. 31 – 39)
Adrianus was het met Erasmus eens dat de enig toegelaten ‘officiële’ Bijbel, de Vulgaat, door eeuwen kopiëren sterk gecorrumpeerd was geraakt. Hij steunde hem in zijn uitgaven van een herwerkte tekst. Dan volgt een interessant verslag van de theologische discussies in Leuven over Luther en de stellingen waarover Erasmus en Adrianus het niet met hem eens zijn.

Meteen krijgen we in zijn epistel een korte schets van de internationale politieke situatie
‘Frans I en Karel V staan elkaar naar het leven. Allen worden bedreigd door Süleyman, de Grote Turk. In dat pandemonium houdt één man het hoofd koel: Adrianus VI. Daarom werk ik met liefde mee aan uw plan om zijn plaats in de geschiedenis veilig te stellen.’

Deel V. Brussel. Brief van Cabeza de Vaca, bisschop van de Canarische eilanden, later plaatvervanger voor Adrianus bij de opleiding van de jonge Karel. Geeft een overzicht van de speelkameraadjes van de prins. De jonge Karel en zijn vriendjes waren geen gemakkelijke of goede leerling. Geen van hen had ook maar de geringste belangstelling voor wetenschap. ‘Karel studeerde wel, maar dan voor krijgsman. Op zijn eerste verjaardag was hij al ridder van de Orde van het Gulden Vlies…’ (p. 54).

Meer invloed op Karel had Willem van Croÿ heer van Chièvres, tutor van Karel. Hij verloor zijn pupil geen ogenblik uit het oog, sliep met hem in dezelfde kamer en bestookte hem dag in dag uit met wijze adviezen.

Een compleet andere toon spreekt uit het daaropvolgende epistel van Gattinara, grootkanselier. Hij is overdreven vleiend voor Karel.
‘Uitzonderlijk was ook Karels talent voor talen. Daarop hebben zijn leraren, in het bijzonder Adrianus een schitterend paleis van Latijnse eloquentie gebouwd.’ Dit lijkt me op zijn minst zwaar over het paard getild (p. 60)!

Deel VII p. 70. Brief door Pedro Martyr de Angleria, Italiaan en tolk voor Adrianus, kroniekschrijver van Ferdinand en Isabella.
Toen hij Adrianus voor het eerst ontmoette legde hij in Valladolid de laatste hand aan de beschrijving van Columbus’ dramatische vierde reis.

Adrianus is door de jonge Karel benoemd tot zijn gouverneur in Spanje, nu Juana, de wettige koningin van Castilië door haar vader Ferdinand is opgesloten als ‘ongeneeslijk geestesziek’. Adrianus is ondertussen een vermoeide man van 56 jaar, die zijn benoeming absoluut niet ambieerde, maar de opdracht aanvaardde uit plichtsbewustzijn. De oude koning Ferdinand van Aragon is zwaar ziek en niet meer in staat te regeren. Heel Spanje wordt in feite bestuurd door kardinaal Francisco Jiménez de Cisneros – een vertrouweling van Ferdinand. De samenwerking met Cisneros en de doodzieke Ferdinand loopt aanvankelijk niet van een leien dakje. Adrianus bezoekt Juana in Tordesillas en stelt haar schandelijke verwaarlozing vast. Volgens hem is zij niet waanzinnig, maar bij tussenpozen erg labiel en verward.
Eindelijk sterft Ferdinand. Karel wordt nu koning van heel Spanje, maar in de praktijk leidt Adrianus de regering. Dat doet hij aanvankelijk samen met Cisneros. Om een tegenwicht te kunnen bieden aan die doorgewinterde staatsman, zorgt Karel ervoor dat Adrianus in snel tempo de kerkelijke – en dus politieke – ladder kan beklimmen. In amper twee jaar tijd wordt hij bisschop, én tot grootinquisiteur en kardinaal benoemd door paus Leo X.
Als grootinquisiteur maakt hij, zoals van hem verwacht, ijverig jacht op conversos, maranos moriscos (schijnbaar pas bekeerde joden en moslims) - een aspect dat in recente biografieën meestal zo weinig mogelijk beklemtoond is. Maar door Hezius goedkeurend vermeld, wat kan beschouwd als een correcte uiting van de tijdgeest.

Deel IX Met Karel in Spanje (p 103).

Als volgende komt Willem van Croÿ, heer van Chièvres aan het woord, in 1509 tutor geworden van de jonge Karel. Hij arriveert in Spanje samen met de kersverse koning Karel, als machtigste man in een zeer groot gezelschap van ‘Flamencos’. Duidelijk blijkt zijn volslagen onbegrip voor de trotse Spaanse grandes, wat bijzonder kwalijke gevolgen zal kennen. Als scholen hebzuchtige gieren strijken de Flamencos op Spanje neer om zoveel mogelijk postjes – religieuze en wereldlijke - binnen te halen. Dit leidt natuurlijk tot botsingen met de Spaanse grandes en de gemeentenaren van de belangrijkste Spaanse steden.
Maar ook met Adrianus, die tegen zijn zin als gouverneur van Castilië wordt aangesteld.

In 1519 overlijdt keizer Maximiliaan. Enkele maanden later kiezen de Duitse keurvorsten Karel tot zijn opvolger, nadat er gigantische omkoopsommen zijn rondgedeeld door zijn tante Margareta van Oostenrijk en onder meer door Everhard van der Marck, prins-bisschop van Luik, die er later ruimschoots de vruchten van zal plukken. (Zie Bijlage 1. Eeuwige roem.)

Nu moet Karel hoogdringend uit Spanje vertrekken. Voor zijn afreis stelt hij Adrianus aan tot zijn regent. Bijna meteen breekt het verzet los tegen ‘de gesel van de Flamencos en de door iedereen gehate heer van Chièvres’. De opstand breidt zich als een olievlek uit van stad tot stad, over heel het land.
Vijftien steden sluiten zich aaneen in een ‘Santa Junta de las Comunidades’ en brengen een leger op de been. Zij eisen het gezag over te dragen aan Juana, ‘de wettige koningin’.
Adrianus weekt de hoge adel los van de gemeentenaren door de sociale tegenstellingen uit te spelen, met de vrees van de grandes voor ‘het gemeen’. Dit lukt pas goed na enkele bloedige gevechten en door de achteruitgang van Juana’s geestestoestand, die onbekwaam wordt bevonden om te regeren.

Dan sterft de Medici-paus Leo X (1521). Het conclaaf voor de verkiezing van een opvolger ‘was een Europese oorlog in het klein’ doordat het college van kardinalen stemronde na stemronde verdeeld bleef in een Franse tegen een Habsburgse fractie.
In arren moede wordt dan in januari 1522 uiteindelijk gekozen voor Adrianus, die niet eens aanwezig was op het conclaaf en niet de minste ambitie had, onder meer omwille van zijn zwakke gezondheid. Waarschijnlijk was het net hierom, samen met zijn grote reputatie, dat hij verkozen werd als ‘overgangspaus’ van wie verwacht kon worden dat hij toch niet lang op de troon van Petrus zou blijven zitten.

Ondertussen keerden wij reeds een aantal keren in de verslagen van Hezius terug naar Rome, september 1523 bij de inderdaad toenemende zwakte van een zieke Adrianus, die absoluut niet geliefd door de in weelde zwelgende kardinalen, wegens zijn verregaande ascetische levensstijl.

(p. 156) Hezius: Adrianus spiegelt zijn pausschap voortdurend aan het evangelie van Christus en stelt zich helemaal niet de vraag hoe zijn obsessie met ‘de arme kerk’ overkomt bij gelovigen die nood hebben aan schitterende gewaden, rijk versierde kamers en kerken, luister en praal, prachtige polyfonie en rituelen, kortom, aan een kerk die ze kunnen bewonderen. Die gelovigen blijven op hun honger zitten. Adrianus’ dwanggedachte leidt dus helemaal niet tot meer godsvrucht. Integendeel, de meeste gelovigen, priesters en kardinalen zien in dat de door Adrianus aangehouden stijl de ondergang van Gods Kerk in de hand werkt. …

Op maandag 14 april 1523 sterft Adrianus, tot opluchting en zelfs vreugde van zowat het hele Vaticaan. Adrianus’ opvolger wordt gekozen na een conclaaf van meer dan 50 dagen. Opnieuw een Medici als paus. ‘Giulio de’ Medici, groot en imposant, 57, goed ter been en gezond, kortom een mooie paus als Clemens VII’ zoekt Hezius op om zijn dossier in handen te krijgen. Zijn verkiezing was een dubbeltje op zijn kant. De tegenstellingen tussen het Duitse en het Franse kamp waren immers even scherp gebleven.

Sinds eeuwen doen er hardnekkige geruchten de ronde over de gifmoord op Adrianus VI, gecamoufleerd door zijn slechte gezondheidstoestand. Michiel Verweij verwijst dat in zijn biografie Adrianus VI zeer beslist naar de historische prullenmand . Joris Tulkens vist ze langs een omweg weer op (p. 246).

Onder eed van geheimhouding spreekt de kersverse paus Hezius aan.
“Adrianus was onbekwaam Hesius. Een aantal kardinalen, en niet de geringste, wensten zijn dood”.
”Suggereert u dat hij vergiftigd werd?”( p. 252). Clemens aarzelt even: “Ik weet het zo goed als zeker.”
Begin april 1524 verlaat Hezius voorgoed het Vaticaan … met een kopie van zijn dossier, dat hij in een archiefbundel veilig had verborgen.

Bespreking

Adrianus vind je vreemd genoeg niet terug in de historische Canon voor Vlaanderen. Wat hij nochtans als vooraanstaande geleerde, exponent van het humanisme, herhaaldelijk rector van de toenmalig enige universiteit in de Nederlanden, leraar van een toekomstige keizer en - vooral - enige en dan nog positief bekende paus uit de Lage Landen zeker verdiende. Je treft hem echter wel in de Canon voor Nederland.

Hezius en zijn dossier. De ontdekking van verloren documenten is een literaire stijlfiguur, zo oud als de weg naar Rome. Umberto Eco gebruikte ze voor zijn De naam van de roos (1980). Reeds Thomas More paste een equivalent toe bij de start van zijn Utopia en Joris Tulkens deed verdienstelijk hetzelfde in zijn De verloren droom van Pieter Gillis (2010).
Soms echter overtreft de realiteit de fictie. Zoals toen de Leuvense hoogleraar Spaanse literatuur C. De Paepe, op zoek naar literaire sporen van twee eeuwen Spaanse bezetting in onze streken, in de jaren 1970 in de Leuvense Centrale Bibliotheek in een vergeten dikke bundel effectief een heel dossier ontdekte over Joos de Rijcke, de eerste Nederlander in het Incarijk, waarvan men dacht dat het vernietigd was bij de beruchte brand van de bibliotheek, in augustus 1914.

Het boek van Tulkens is minder een roman dan wat de betreurde cultuurhistoricus Raoul Bauer (1944-2022) een geschieduitbeelding zou noemen: een literaire tussenvorm, heen en weer surfend over de grenzen van fictie en non-fictie.
Welbeschouwd heeft Tulkens een merkwaardig en zelfs uniek oeuvre bij elkaar geschreven.
Zoals de meeste van zijn boeken is dit een ideeënroman, zonder echte spanningsboog. Doch hij biedt de evocatie van een heel tijdsgewricht, opgebouwd uit puzzelstukjes die langzamerhand een geheel gaan vormen. In zijn romans verweeft hij telkens weer op indrukwekkende wijze historische feiten met fictieve elementen Zo voert hij je als lezer mee op een reis door het roerige begin van de 16e eeuw, een cruciale era in de geschiedenis van Europa en de wereld.

Natuurlijk ontmoet je herhaaldelijk dezelfde vertolkers: het exclusieve groepje rond de jonge Leuvense universiteit met Dirk Martens, en Pieter Gillis, beiden verantwoordelijk voor de permanent invloedrijke bestseller Utopia van Thomas More. En niet te vergeten: Nicolaes Cleynaerts In de ban van Mohammed, Erasmus en zijn Collegium Triligue, Wentelsteen. Errasmus en de moeizame geboorte van het Colloquium Trilingue.

Andermaal brengt hij hier een heel behoorlijke representatie van de geschiedenis, gestoeld op gedegen opzoekingen, net zoals dat zou gelden voor een non-fictie boek. Het verschil tussen de twee genres is de grotere mogelijkheid tot inleving voor de lezer, waardoor je op een zeer concrete wijze verzeilt in de beschreven maatschappij.
Dat is beslist tevens eveneens zo voor opvoeding en studeren, in bijvoorbeeld het Leuven van de colleges, waarvan slechts nog enkele namen resten. Ongetwijfeld ben ik niet de enige die er het recente werk van Edward De Maesschalck over de Leuvense colleges bijhaalt.

Net als in zijn vorige romans sluit Tulkens af met een kort overzicht: ‘Wat gebeurde er na Adrianus’ dood met de belangrijkste personages van dit boek?’ Dit gevolgd door een
uitleg van gebruikte termen – ook nuttig voor al dan niet katholieken en latinisten (p. 265).


Gravure van Adrianus’ grafmonument in de Santa Maria dell’Anima in Rome. © Rijksmuseum Amsterdam


Didactische Tips

Bedoeling van deze tips is zoals steeds: een modulaire, multimediale en vakoverschrijdende leereenheid opbouwen. Je kiest onderdelen, werkmethodes en leermiddelen, aangepast aan de concrete situatie: de tijd die je eraan wil en/of kunt besteden, niveau van je leerlingen/studenten, mogelijkheid om met collega’s samen te werken in begeleid zelfstandig leren enz.
Vakken die kunnen meewerken: Nederlands, geschiedenis, maatschappijleer, Frans, Engels (CLIL), artistieke initiatie, muziek, economie, vooral godsdienst/zedenleer /levensbeschouwing. Deze werkwijze biedt mogelijkheid tot binnenklasdifferentiatie in parallel en/of complementair groepswerk.

Een paar mogelijke leerlijnen dringen zich op, logisch en noodzakelijk in relatie tot elkaar:
- Het humanisme met Erasmus en zijn omgeving;
- de overgang van manuscripten naar boekdrukkunst.
- Godsdienst. De hervorming met Luther en Calvijn. Luther en de boekdrukkunst.
In het verleden hebben wij deze periode meestal behandeld vanuit de figuur van Margaretha van Oostenrijk. Dit kan natuurlijk evengoed vanuit Adrianus.
- We hebben bij kunstinitiatie steeds de retabels behandeld.
- Voor elk van de onderwerpen is voldoende materiaal voorhanden, via de Canon. En via deze website. Op Histoforum tref je voldoende in de praktijk uitgeteste voorbeelden!

Mogelijk traject

Vooraf: peilen naar voorkennis (inhoudelijk - chronologisch). Brainstorming: Adrianus, Scherpenheuvel, Albrecht en Isabella: wat roepen die namen bij u op? Losse staakwoorden op bord brengen - enkele leerlingen vragen te noteren - heel korte gedachtewisseling.

Leermiddelen. Er is duidelijk een literair maar beslist tevens een uiterst belangrijk cultuurhistorisch luik
- bibliotheekbezoek. Heuristiek: opzoeken boeken en/of tijdschriftartikelen.
- internet en YouTube
- vakoverschrijdende syntheseoefening Nederlands – geschiedenis: PowerPoint na complementair groepswerk.
- Getijdenboeken - ook voor CLIL ( Frans): Vlaamse miniaturen. Zie hier bij Essentials: BNF Bibliothèque nationale de France.
- Muziek: instrumenten, polyfonie.
- Retabels: afzonderlijke PPT. Zo mogelijk (eventueel probleem van tijdgebrek): Antwerps Passieretabel in Museum M Leuven; bespreking van de afbeeldingen - inhoud: levensbeschouwing, kunstinitiatie. Loonde de moeite voor de diverse religieuze overtuigingen als een opwaardering: “De beeldjes hebben effectief niets te maken met afgodendienaars. Ze functioneren een visuele ‘Bijbel voor ongeletterden’ in een tijdperk van haast algemeen analfabetisme. Dat verklaart waarom ze in lutherse kerken gespaard bleven bij de betreurenswaardige, vernietigende beeldenstorm van 1566 en volgende.”
“Het is een soort beeldschrift, de visuele uitbeelding van verhalen of gebeden die iedereen kent uit de onuitputtelijke bron van ‘gewijde geschiedenis’. Zoals een gebedssnoer dat is bij moslims (met de namen van Allah), een paternoster voor katholieken, of het beeldschrift bij de Azteken, geen alfabet maar eerder een mnemotechnisch middel, zoals ook de quipu’s (knopenschrift) in het Incarijk. Of nog: de Mixteken (en het groepje gaf als voorbeeld een uiterst kort fragment uit een codex met de avonturen van de cultuurheld Acht Hert. Knap gevonden, had ik zelf nog nooit aan gedacht!) Je krijgt in feite een zelfde grondidee, telkens in een totaal andere vormentaal. Je kunt het retabel beschouwen als een soort graphic novel of geïllustreerd sprookjesboek, bestemd om voor te lezen aan kleuters.”
Alleszins een onverwachte connectie met het heden. Mogelijkheid tot aanvullen met uitstappen naar bijvoorbeeld de voorstelling van een thema, zoals Veronica of de aanbidding van de Drie Koningen door de eeuwen heen, van Ravenna over Rubens tot een huidige kerststal.
- Eventueel, voor vrijwilliger(s): een korte Graphic novel, enkele bladzijden.

Thema’s

In Het Adrianus Dossier komen verschillende thema's en motieven aan bod die de roman rijk maken aan betekenis en historische diepgang

Macht en corruptie
Een centraal thema in de roman is de manier waarop macht wordt uitgeoefend binnen religieuze en politieke instellingen, zoals de katholieke kerk en de staat. De corruptie binnen de kerk, zoals het streven naar politieke invloed en zelfverrijking, vormt een rode draad in het verhaal.

Tulkens reflecteert op de rol van religie in de samenleving en de spanningen tussen persoonlijke geloofsovertuigingen en de institutionele kerk.
Vooral de morele dilemma’s lopen sterk parallel met wat besproken is in Conclaaf-Conclave (boek en film) Conclave-Conclaaf en in Intriges in het Vaticaan.

Concrete opdrachten
- Lesonderwerp: Maak een korte presentatie over de religieuze en politieke spanningen in Europa tijdens het begin van de 16e eeuw. Verdiep de tijd van de Reformatie, de katholieke kerk, en de figuur van Adrianus VI. – Zoek portretten van de hoofdpersonen en de nodige kaarten voor uw PPT.
- Discussievragen: Hoe heeft de Reformatie de Europese geschiedenis veranderd? Wat was de rol van Adrianus VI in deze periode?
- Actualisering. Hoe botsen religie en wetenschap nog steeds? Koppel dit aan actuele situaties, zoals debatten over ethiek en wetenschap, bv. abortus, homohuwelijk enz

Meer weten

Bijlage 1. Eeuwige Roem. Onverwachte ontmoeting bij de hertogen van Arenberg.
Bijlage 2. Bedevaarten. ‘Homo viator’, de mens als reiziger naar de eeuwigheid.

KU Leuven, met lang stuk over Adrianus, Adrianus VI, de prof die paus werd | KU Leuven Stories

Burke, Peter, Karel V herbekeken, in: Soly, H. (red.), Karel V (1500-1558). De keizer en zijn tijd, Antwerpen, Mercatorfonds, 1999, p. 399-476 & Checa Cremades, Fernando, De beeldvorming rond Karel V, in: ibidem, p. 477-500.

De Cock, Johan, Margareta van Oostenrijk: parel van Bourgondië 1480 – 1530, Mechelen, Uitg. Elena, 2021.

De Maesschalck, Edward, Leuven en zijn colleges. Trefpunt van intellectueel leven in de Nederlanden (1425-1797), Sterck & De Vreese, 2021.

Papy, Jan en Joris Tulkens, In de ban van Mohammed. Nicolaes Cleynaerts’ brieven uit de Arabische wereld, Sterck & De Vreese, 2021.
Hierbij: Nicolaes Cleynaerts (de film) – duur:18,41 min ondertitels in het Nederlands.  Nicolaes Cleynaerts (1493-1542). De merkwaardige reisavonturen van een 16de-eeuwse humanist, arabist en islamdeskundige.
Nicolaes Cleynaerts (1493- 1542) The remarkable adventures of a 16th century humanist, arabist and islam-expert .

Pettegree, Andrew, Het merk Luther, Amsterdam/Antwerpen, Atlas Contact, 2016.

Tulkens, Joris, De verloren droom van Pieter Gillis, Leuven, Davidsfonds, 2010.

 

Tulkens, Joris, Thomas More, Een leven in vijf vriendschappen, Leuven, Davidsfonds, 2016.

Tulkens, Joris, Wentelsteen. Erasmus en de moeizame geboorte van het Collegium Trilingue,
Leuven, Davidsfonds, 2017.

Tulkens, Joris, De Odyssee van Pedro en Luisão, Antwerpen: Davidsfonds/Standaard Uitg., 2019. De Odyssee van Pedro en Luisão. Antwerpen, Uitvoerige thematische hyperlinks. Sterk aanbevolen.


Johanna de Waanzinnige

De Maesschalck, Edward, Moed en tegenspoed. Edelvrouwen in de Bourgondische tijd, hoofdstuk 17 Johanna de waanzinnige.

Elpers, Noëlla, Vuurkraal, Houten, Van Goor, 2011 – Over de hofdame van Johanna, vervolg op Dolores (2007).

Johanna van Castilië (1479-1555), in: Historiek 2 april 2024. Het tragische leven van ‘Johanna de Waanzinnige’

Peeters, Willem, Het tragische leven van ‘Johanna de Waanzinnige. Johanna van Castilië (1479-1555), in: Historiek 2 april 2024.

Tulkens, Joris, Johanna de Waanzinnige, Leuven, Davidsfonds, 2011.

Redworth, Glyn, Johanna de Waanzinnige, in: National Geographic Historia, 2018/1, p. 54-67.

 

Bijlage


Jos Martens oktober 2025


 

  •  

    u