Darius Wojcik e.a. (2024). Atlas van de financiële wereld.
Vertaling door Ger Meesters van
‘Atlas of Finance: Mapping the Global Story of Money’ (Yale,
2024). Uitgeverij Noordboek, Gorredijk, oktober 2025. Gebonden,
16 + 224 pagina’s, foto’s, kaarten, tekeningen, grafieken. ISBN
978- 94-647-1232-2; € 39,90.
Atlas van de financiële wereld
Een team van de universiteit van Oxford ondernam in 2024 de ambitieuze poging om de geschiedenis van het geld in kaart en beeld te brengen. Geld nam in de loop van de geschiedenis verschillende vormen aan: schelpen, granen, munten, papieren biljetten, digitale valuta, cryptomunten. Ruilnetwerken hielden soms heel lang stand: dat van de inheemse Australiërs ging ca. 50.000 jaar mee zonder geld, totdat de Europeanen er arriveerden.
Inhoud
Atlas van de financiële wereld
De geschiedenis van kaarten en geld is al eeuwen met
elkaar verweven, van maritieme kaarten voor de handel met de
Nieuwe wereld tot kaartjes op munten en tot Google Maps. De
grootste Europese kaartenmakers van de 15-17de eeuw leefden
allemaal in de financiële centra van Europa: Venetië, Antwerpen,
Amsterdam.

De auteurs beginnen in Mesopotamië rond 3.100 v.C. Daar ontstond
het spijkerschrift op kleitabletten. De Romeinen namen van de
Griekse kolonisten in Zuid-Italië de zilveren en gouden munten
over. Die munten trof men later aan tot in Oekraïne, de
Baltische landen en India.
Rond 1000 n.C. ontstond het papieren geld in China. De Mongoolse
veroveraar Koeblai Khan (1249-1294), stichter van de
Yuan-dynastie, nam Khanbalik/Peking als hoofdstad en
introduceerde er de yuan als munt. Mogelijk zat Marco Polo van
1275 tot 1292 in zijn regering.
De vondst van de rijkste zilverlaag in Potosi (nu Bolivia) in
1545 zorgde ervoor dat de Spaanse real de eerste mondiale
munteenheid werd. In de 17-19de eeuw werd Groot-Brittannië de
eerste economie, volgens de auteurs dank zij het slaventransport
van Afrika naar Amerika en naar Azië. Wellicht speelde de
Industriële Revolutie een veel grotere rol in die opgang.
Adam Smith (1723-1790) was de eerste toonaangevende econoom,
later gevolgd door Karl Marx (1818-1893) en John Keynes
(1883-1946). In de 17-18de eeuw was Amsterdam het belangrijkste
financieel centrum, maar Londen nam die rol over in de 19de
eeuw. Daar schreef Marx ‘Das Kapital’.
De Brit Keynes kritiseerde het kapitalisme van Wall Street en in
1919 voorspelde hij al dat de zware schuld die Versailles
oplegde aan Duitsland tot wrok en oorlog zou leiden. In zijn
bekendste werk, de ‘General Theory’, legde hij uit waarom de
overheid moet ingrijpen in de economie, o.a. om massale
werkloosheid te voorkomen of op te lossen. Hij lag ook aan de
basis van de oprichting van de Wereldbank en van het
Internationaal Muntfonds (p. 25). In de 20ste eeuw werden de VS
het financieel en economisch centrum: de meeste
Nobelprijswinnaars voor economie zijn Amerikanen, de beste
financiële tijdschriften zijn Amerikaans, de meeste publicaties
ook (p. 26-27).
Kunstwerken kunnen hogere rendementen opleveren dan goud,
onroerend goed of traditionele beleggingen. In de Geneva
Freeport worden 1,2 miljoen kunstwerken opgeslagen (en verborgen
voor de fiscus), drie keer zoveel als in het Louvre. Ook
Singapore heeft zo’n vrijhaven. Bij Sotheby’s in Londen en
Christie’s in New York halen ze de hoogste verkoopprijzen (p.
41).
Helaas wordt er niet uitgelegd hoe die kunstwerken in Genève
terechtkomen: zijn er overal tussenpersonen? Moet de eigenaar
zelf naar Genève of komt die dienst naar hem ?
En wat heeft hij eraan als hij zijn kunstwerken nooit ziet?
Enkel een veilige belegging ?
Hoe de fiscus omzeild wordt, lezen wee evenmin: weet de fiscus
dan niet wie bij Sotheby’s of op de TEFAF koopt en voor welk
bedrag ?
De auteurs geven alleszins geen tips om zelf te frauderen.
Voetbal draait ook vooral om geld: de rijkste clubs domineren de
competities. Uber en Didi tonen aan dat er ook in deze sector
vele miljarden te rapen zijn.
Verder vernemen we nog zeer uiteenlopende dingen:
pensioenfondsen slorpen jaarlijks meer dan 50 miljard $ op; de
166 rijksten bezitten meer dan de 50% armsten; met zijn Nieuwe
Zijderoute heeft China sinds 2013 al meer dan 321 miljard $
geïnvesteerd in 82 landen; de smartphone is blijkbaar het
werkpaard van de financiële wereld (p. 89). We krijgen een
overzicht van de financiële centra van de wereld sinds 1202 (p.
96-109, p. 112-115). We leren ook hoe islamitische banken
functioneren en aan welke voorwaarden ze moeten beantwoorden (p.
110-111).
Blijkbaar zijn er sinds 1600 al honderden financiële crisissen
geweest (p. 118-137) en bovenop nog de diefstallen van
tientallen miljoenen door hackers (p. 138-139). Regulering door
centrale banken en internationale organisaties moet financiële
crises voorkomen en ook vermijden dat er te veel geld naar
belastingparadijzen vloeit (p. 140-147).
De Big Four, Deloitte, Ernst&Young, PWC en KPMG bieden
financiële en zakelijke diensten aan voor grote bedrijven. En
drie krediet-beoordelaars zoals Moody’s, Standard&Poor’s, Fitch
beoordelen samen bijna 93% van de particuliere bedrijven en
overheden die geld willen lenen. Blanke mannen domineren deze
wereld, maar de vrouwen maken een inhaalbeweging (p. 154-159).
Financiële geletterdheid is een voorrecht van 32% van de
wereldbevolking. In het gebruik van geld als sanctiewapen lopen
de VS voorop en ondergaat Rusland de meeste sancties. Onze
‘elektrische economie’ is steeds meer afhankelijk van vele
mineralen. De auteurs tonen de landen waar ze te vinden zijn (p.
170-175). Ze hebben ook oog voor de vervuiling van het milieu en
van de oceanen en voor duurzame ontwikkelingsdoelen.
Het boek eindigt met uitvoerige noten en referenties (p.
187-220).
Beoordeling
De auteurs zijn er goed in geslaagd de geschiedenis van het geld
weer te geven in een stevig en mooi verzorgd boek. Dat kostte
blijkbaar 12.000 aan werkuren. Het beeldend materiaal is zeer
uitgebreid en veelzijdig. Ze bespreken niet enkel de aangename
kant van het geld, maar ook de risico’s en de destructieve
kracht bij instabiliteit, bubbels en crisissen. De regelgeving
probeert uitwassen te voorkomen, maar faalt daar soms in. Ook de
impact op het milieu komt ter sprake.
Ze storen er zich soms aan dat sommige werelddelen, m.n. Afrika
en Latijns-Amerika, minder aan bod komen in de wereld van het
geld.
De meeste hoofdstukken zijn goed begrijpelijk, maar ze gaan vaak
niet diep genoeg voor kenners.
Sommige zijn enkel voor ingewijden: b.v. de forexhandel
(valutahandel, p. 32-33), de SPAC (Special Purpose Acquisition
Companies, p. 78-79), de digitale valuta van de centrale banken
(p. 90-91), het energieverbruik van bitcoins (p. 92-93).
Hopelijk slagen de auteurs erin om de financiële geletterdheid
hiermee op te tillen.
©Jef Abbeel, oktober 2025
www.jefabbeel.be




