Jona Lendering (2025). Libanon. Een korte geschiedenis. Uitgeverij Omniboek, Utrecht/VBK, Antwerpen, 2025. Paperback, 288 pagina’s, kaarten, foto’s, tabellen, stambomen, literatuur, register. ISBN 978-94-019-2114-5; € 22,99 (paperback), € 20,00 (luisterboek).


Libanon. Een korte geschiedenis

Libanon, land van de eeuwige sneeuw (laban is wit), beslaat slechts 10.452 km² of één derde van België, één vierde van Nederland. Maar door zijn ligging speelde het een rol vanaf 3000 v.C.
Byblos was één van de oudste steden en de oudste houtexporteur ter wereld, vooral naar Egypte, Griekenland en Rome.

Libanon. Een korte geschiedenis

Jef Abbeel

Lendering (°1964) begint met verhalen uit de 14-12de eeuw v.C., die weinig relevant zijn. Vanaf de Feniciërs, 12de eeuw, wordt het meer herkenbaar. Zij worden beschouwd als de voorouders van de Libanezen en hun alfabet werd overgenomen door de Grieken. Rond 600 v.C. voeren ze rond Afrika, 2000 jaar vroeger dan de Portugezen. In 332 v.C. werden ze verslagen door Alexander de Grote. Na zijn dood kwam de Feniciërs eerst bij Egypte, in 222 v.C. bij Syrië en vanaf 67 v.C. bij het Romeinse Rijk. Ze bleven hout en andere zaken exporteren en atleten uit Sidon haalden goud op de Olympische Spelen. Keizer Alexander Severus kwam uit Arqa, Noord-Libanon. Hier krijgen we iets te veel uitleg over tal van toenmalige oosterse goden. Met het christendom komt Lendering in bekender vaarwater. Tot 311 n.C. werden Libanese christenen bloedig vervolgd. Dat herhaalde zich in de jaren 536-547, een periode van klimaatverandering. In de 5de eeuw ontstonden de maronieten, genoemd naar hun heilige Maron (†410). 20% van de Libanezen noemt zich maroniet.


Tussen 634 en 637 veroverden de Arabieren Libanon, Syrië en Palestina. Damascus werd hun residentie, waardoor de Fenicische havensteden aan belang wonnen. Christenen en Joden werden dhimmi’s, tweederangsburgers, die tot 1908 minder rechten hadden en meer belastingen moesten betalen. Rond 660 ontstond de splitsing tussen soennieten en sjiieten. In Libanon is nu een kwart sjiiet en een kwart soenniet (p. 98). 5% hoort bij de Druzen, die zowel de Bijbel als de Koran en de ‘111 Brieven der Wijsheid’ uit 1017-1043 als heilige geschriften hebben. In de Libanese politiek spelen ze een belangrijke rol. De auteur vertelt weinig over de verschillen tussen deze godsdiensten: blijkbaar zijn er zulke verschillen in het huwelijksrecht, de manier van bidden en de rol van de imam, die bij de sjiieten cruciaal is. In de 11de eeuw zag de religieuze kaart van Libanon er al uit zoals nu (p. 105).

In 1098-1099 trokken kruisvaarders door Libanon richting Jeruzalem, waar ze een bloedbad aanrichtten onder de islamieten en Joden. In 1187 werden de kruisridders definitief verslagen door Saladin. Daarna wisselden zowel de Libanese steden als Jeruzalem nog geregeld van eigenaar. Rond 1250 ontstond al een speciale relatie tussen Frankrijk en Libanon. Mammelukken, Mongolen en vooral de pest (1348) veroorzaakten vele doden in het Midden-Oosten.

De Ottomanen veroverden in 1516-1517 Syrië, Libanon, Jeruzalem en Egypte. Joden en christenen waren dhimmi’s: tot 1908 kregen ze minder rechten en betaalden ze meer belastingen. De Fransen werden in 1536 de meest begunstigde handelspartner van de Libanese steden.
Fakhr ad-Din, de Druzische ‘vader van Libanon’, zo genoemd omdat hij van 1593 tot 1635 heerste over een regio die overeenkomt met het huidige Libanon, legde contacten met Toscane, zorgde voor bouwwerken en vernieuwingen.

Rond 1860 werden ca. 11.000 mensen gedood in gevechten tussen Druzen en maronitische christenen. In 1875 richtten Franse Jezuïeten de Université Saint-Joseph op. De protestantse American University was er al sinds 1866.

Tijdens WO I werd Libanon geteisterd door een grote hongersnood: ca. 155.000 inwoners op 415.000 of 37% stierven. De bevolking kwam in opstand tegen de Ottomanen. Na WO I werd Libanon een Frans mandaat. De Fransen herstelden de voedselvoorziening. Blijkbaar herstelde de bevolking ook zeer snel, want bij de volkstelling van 1932, tot nu toe de enige, waren er 402.000 christenen en 383.000 moslims ofwel 785.000 inwoners, verdeeld over … 18 geloofsgemeenschappen (p. 197).
In 1943 werd het Nationaal Pact gesloten: een verdeelsleutel voor de politieke ambten. Maar veel beslissingen worden nog genomen door de hoofden van de vooraanstaande families.
Op 23 november 1943 werd het land onafhankelijk, met de hulp van de Britten, wat De Gaulle hen kwalijk nam en waarvoor hij in 1958 hun toegang tot de EEG blokkeerde (p. 208).
Het onafhankelijke Libanon was intern verdeeld tussen prowesterse christenen en pro-Arabische moslims. In 1958 vielen daarbij honderden doden. De VS kwamen tussen.

De jaren 60 en 70 zorgden voor bloei. Maar vanaf 1967 vestigden zich Palestijnse strijders in het sjiitische zuiden, ze vuurden raketten af op Israël, dat schoot terug. Dat conflict veroorzaakte ook spanningen tussen de confessies. Vanaf ‘Zwarte September 1970’ trokken Palestijnse strijders naar Beiroet. Op 3 miljoen inwoners waren er nu 400.000 Palestijnen. De bevolkingsgroepen bewapenden zich tegen hen. In april 1975 openden schutters het vuur op de maroniet Gemayel. Zijn Falangisten reageerden met een aanval op Palestijnen. Lendering legt stap voor stap uit hoe de 1ste Burgeroorlog van april 1975 tot oktober 1976 ontstond en evolueerde. In 1978 vermoordden Palestijnse strijders een aantal Israëli’s. Na een aanslag op een Israëlische diplomaat in 1982 viel Israël in Libanon binnen. Er vielen 12.000 doden, vooral burgers plus 1.500 Palestijnen in de kampen Sabra en Shatila. In oktober 1983 pleegde de Islamitische Jihad een aanslag op de Amerikaanse en Franse vredesmachten: er vielen 241 Amerikaanse en 58 Franse doden en 12 burgers (p. 234). De auteur noemt de jaren 1983-1984 de 2de Burgeroorlog, maar de periode 1984-1988 was even chaotisch. In 1989 volgde een wapenstilstand in Ta’if , Saoedi-Arabië. Na 15 jaar was de oorlog voorbij, ten koste van 100.000 doden, voor 90% burgers (p. 240). De reconstructie vond plaats in de jaren 90. In het zuiden bleven de gevechten voortduren tussen Hezbollah en Israël, o.a. in 1993, 1996 en 2005. Geregeld werd er ook een politicus vermoord. In april 2005 vertrokken de Syrische troepen na 29 jaar uit Libanon. Hezbollah werd een staat in de staat (p. 247-248).

Door de Syrische burgeroorlog van 2011 e.v. vluchtten 1,5 miljoen Syriërs en Palestijnen naar Libanon, een landje met 4,5 miljoen inwoners. De macht bleef in handen van schatrijke families (p. 250-254).

In 2018 implodeerden de banken, in 2019 kon de overheid geen bosbranden meer blussen. Er volgden protesten tegen de kleptocratische overheid. In 2020 kon Libanon zijn buitenlandse schulden niet meer aflossen. Corona veroorzaakte 11.000 doden op 6 miljoen inwoners. Op 4 augustus 2020 ontplofte door slordigheid een loods in de haven van Beiroet: er vielen 218 doden en 7.000 gewonden en de schade was enorm. Tussen 2018 en 2020 kromp de economie met 40%!


2023 begon zonder president, met een demissionaire regering, een verdeeld parlement, een geruïneerde economie en een woedende bevolking. Dan kwam de oorlog tegen Hamas, waarbij Hezbollah Israël aanviel, Israël binnenviel en Hezbollah versloeg. Pas in januari 2025 had Libanon weer een president, Jopseph Aoun en een premier, Nawaf Salam (p. 263-265).

 

Lendering eindigt gematigd positief: de problemen waren vaak van buitenlandse makelij: Ottomaans, Frans, Koude Oorlog, Palestijnen. Het land heeft een hoogopgeleide bevolking, internationale contacten, vrije pers en een open economie. Nu pas noemt hij de aanleiding tot het schrijven van dit boek: de Israëlische invasie van 1 oktober 2024, die veel schade veroorzaakte (p. 267). Hij geeft ook duidelijke toeristische tips (p. 268-270). Het boek eindigt met enkele literatuursuggesties en een zeer uitgebreid register van personen en plaatsen (p. 275-278).

Beoordeling
Lendering kent het land zeer goed en informeert de lezer over vele thema’s: geschiedenis, politiek, economie, maatschappij, toeristische mogelijkheden. De informatie over het verleden is soms te uitgebreid en die over het heden mocht wat uitgebreider zijn: de 20ste eeuw begint in dit boek (270 pagina’s) pas op p. 187. De vele foto’s zijn zeer welkom, maar de kwaliteit is matig. Kaarten zijn er genoeg (9). Klimaatverandering is blijkbaar geen privilege van onze tijd: de 13de eeuw v.C. en de jaren 536-547 n.C. werden er ook al door getroffen.


Het ontstaan van de islam situeert hij in de Oudheid (p. 89) en niet in de Middeleeuwen: hij ziet de periode van 300 tot 700 als de ‘Late Oudheid’. De spelling wijkt soms af van de gebruikelijke: Carthago schrijft hij met een K (p. 33, 34, 35), Hoessein spelt hij telkens als Husayn (p. 98-100, 162, 191-193, 218, 220) en Assad als Asad (226, 229, 246, 248, 250, 252, 264). Maar voor Arabisten is Husayn en Asad blijkbaar de juiste spelling. Libérateurs moet mét accent en ottomane is in het Frans met kleine letter (p. 208). ‘Lebabon’ (p. 273) is een zetfoutje.

Al met al een boek dat zeer aan te bevelen is voor wie de situatie in het Midden-Oosten wil begrijpen.

© Jef Abbeel, Turnhout, juli 2025 www.jefabbeel.be