Hubert
Seipel (2016). Poetin. De binnenkant van de macht. Vertaling
van: ‘Putin. Innenansichten der Macht’ (oktober 2015) door
Christoph Chin-Sue. Uitgeverij De Blauwe Tijger, Groningen,
oktober 2016. Paperback, 315 pagina’s, tijdtafel, literatuur,
noten. € 23,99. ISBN 978-94-921-6120-8; € 23,99.
Poetin. De
binnenkant van de macht
De auteur is een gerenommeerde Poetin-expert, de enige Westerse journalist die directe toegang had tot Poetin en met hem op staatsbezoek mocht gaan. Maar in november 2023 bleek dat hij 600.000 euro heeft gekregen van de Russische multimiljardair en Poetin-vriend Aleksej Mordasjov, eigenaar van Severstal, het grootste staalbedrijf van Rusland. Die schenking verliep via de Britse Maagdeneilanden, maar kwam toch uit via ‘Cyprus Confidential’, een onderzoeksproject. Seipel geeft toe dat Mordasjov zijn ‘boekprojecten’ steunde, maar dat hij geen verplichting had tegenover zijn sponsor wat de inhoud betreft.
Inhoud
Poetin. De
binnenkant van de macht
Het
boek bestaat uit 21 hoofdstukken, die ook los van elkaar gelezen
kunnen worden. Het dateert van voor de invasie in Oekraïne, maar
het begint wel in Oekraïne met de schuldvraag omtrent het
neerhalen van MH17.
Seipel oordeelt zoals Poetin: Oekraïne is de schuldige (p.
24-26). Hij kende toen nog niet het oordeel van het Europees Hof
voor de Rechten van de Mens, van 9 juli 2025, waarin Rusland
schuldig bevonden werd aan het neerhalen van het vliegtuig, aan
desinformatie en aan het hinderen van het onderzoek.
De spanningen tussen Poetin en Merkel komen enkele keren aan
bod: ze gaan o.a. over de annexatie van de Krim en een
tentoonstelling van de Goudschat van Eberswalde in 2013. Deze
was in 1945 geroofd door Sovjet-soldaten, maar ze zal in de
Hermitage blijven. Poetin ergert zich al sinds 2001 aan de
uitbreiding van de NAVO, ondanks de beloftes van Genscher en
Baker in 1990 om zich te beperken tot de DDR. Poetin houdt
Gorbatsjov verantwoordelijk voor het niet op papier zetten van
deze belofte. Solzjenitsyn waarschuwde al in 2007 dat Oekraïne
zeer verwant is met Rusland en niet thuishoort bij de NAVO (p.
83-84).
In 2003-2007 zorgde Poetin voor de hereniging van de
Russisch-Orthodoxe Kerk, die in 1927 uit elkaar was gevallen
door de collaboratie met het atheïstisch regime van Stalin (p.
73-74). In2010 kreeg deze Kerk het grootste deel van haar
eigendommen terug en werd ze één van de grootste onroerend
goedbezitters van Rusland. Volgens zijn biechtvader Tichon is
Poetin een praktiserend christen. De Oekraïners merken daar
niets van.
In november 2012 is een wet goedgekeurd die de honderden ngo’s
die buitenlands geld ontvangen, verplicht zich te registreren
als ‘buitenlands agent’, een zeer negatief begrip in Rusland.
USAID werd als eerste gesloten. Tussen 1992 en 2012 investeerde
het 2,7 miljard dollar in projecten in Rusland (p. 91-93).
Poetin ergert zich eraan dat het buitenland zich bemoeit met de
homo-wetgeving van juni 2013: buitenlanders riskeren zware
straffen als ze in Rusland informatie verstrekken of deelnemen
aan demonstraties voor homoseksualiteit. 70% van de Russen staan
aan de kant van Poetin en wijzen homoseksualiteit af. En in 2012
keurde 86% van de Russen, inclusief Navalny, het optreden van
Pussy Riot in de Christus-Verlosserskathedraal af (p.96-100).
Seipel beschrijft ook de relatie van Poetin met de oligarchen
Berezovski en Abramovitsj en de bedenkelijke rol in de
herverkiezing van Jeltsin in 1996. Uiteindelijk schakelde Poetin
een aantal oligarchen uit, o.a. Chodorkovski. Seipel beschouwt
hem als een grote fraudeur.
Jeltsin bevorderde zijn trouwe medewerker eerst tot chef van de
FSB (1996), dan tot premier (1999) en op 31 december 1999 tot
president. Hij moest de armoede, die tijdens Jeltsin was
ontstaan, weer wegwerken. Seipel zegt er niet bij dat Poetin de
corrupte familie Jeltsin vrijwaarde voor vervolging.
De ondergang van de onderzeeër Koersk met 118 doden op 12
augustus 2000 was een ramp, die door Poetin compleet verkeerd
ingeschat werd: hij ging in Sotsji verder met waterskiën en
zonnebaden. Buitenlandse hulp werd afgewezen uit angst voor
spionage! Pas na 11 dagen spoedde Poetin zich naar de
vlootbasis, waar woedende familieleden hem uitkafferden.
Berezovski toonde dan de hulpeloze Poetin op de staatstelevisie.
Poetin was woedend (p. 154-155).
Op de NAVO-top in Boekarest (2-4 april 2008) wou Bush Oekraïne
en Georgië toelaten tot de NAVO, maar er kwam verzet van
Frankrijk, Duitsland, Italië, de Benelux en Poetin. Poetin zei
daar: “Wij hebben ook belangen in Oekraïne. Er wonen 17 miljoen
Russen en onze Zwarte Zeevloot ligt op de Krim.” (p. 194). Die
17 miljoen is flink overdreven: het zijn er 17% of ca. 7
miljoen.
Bij het conflict om Zuid-Ossetië in augustus 2008 veroordeelt
Seipel de Georgiërs als aanvallers en zegt hij dat het Westen
elke kans benut om Rusland te destabiliseren. Het omgekeerde is
ook waar. Het conflict kostte het leven aan honderden mensen:
Zuid-Osseten, Russen, Georgiërs (p. 181-189). Seipel behandelt
eerst de Georgische oorlog (7-13 augustus), dan de NAVO-top (2-4
april) in plaats van de chronologische volgorde te respecteren.
De Duitse, Franse en Amerikaanse president kwamen niet naar de
Olympische Spelen van Sotsji (2014) wegens de steun van Poetin
aan Assad in Syrië. Daar werd gifgas gebruikt. Seipel betwijfelt
of het van Assad kwam dan wel van de islamitische
fundamentalisten. Obama en Human Rights Watch waren zeker dat
Assad de schuldige was (p. 200-216).
Oekraïne en Maidan komen meermaals aan bod. De EU stelde een
associatieverdrag voor, Poetin bood 15 miljard om Oekraïne bij
zijn Oostelijk Partnerschap te krijgen en hij stelde een
vrijhandelszone voor van Vladivostok tot Lissabon. De EU was
niet geïnteresseerd (p. 225-226). Volgens Seipel stond Oekraïne
toen voor 30 miljard dollar in het krijt bij Rusland, ging 50%
van zijn export naar Rusland en 45% naar de EU (p. 235). Hij
zegt er niet bij dat het parlement voor de EU stemde. In
februari 2014 werd de confrontatie op Maidan zeer hard: er
vielen doden, zowel bij de demonstranten als bij de politie.
Poetin noemde het een couppoging tegen Janoekovitsj. Deze
vluchtte naar Charkiv en vandaar naar Rusland. Het parlement
zette hem dan af met 328 van de 450 stemmen. Met de val van
Janoekovitsj was voor Poetin een rode lijn overschreden: hij
veroverde de Krim en stuurde soldaten naar de opstandige regio’s
Donetsk en Loegansk, die zich met Russische hulp konden
afscheiden van Oekraïne. Oekraïne probeerde van 2014 tot 2022
tevergeefs deze regio’s te heroveren. De onderhandelingen over
vrede en autonomie in Oost-Oekraïne mislukten helaas. Seipel
zegt niets over de concentratiekampen die in Donetsk en Loegansk
zijn ingericht voor wie Oekraïne-gezind is.
In september 2014 opende Poetin de Sila Sibiri of de kracht van
Siberië, de nieuwe gasleiding naar China, zijn trouwste
bondgenoot in de oorlog tegen Oekraïne. In 2015 haalde hij
populariteitscijfers van 89%, deels door de Krim, deels omdat de
armoede gezakt was van 33% in 1999 naar 11% en de
levensverwachting gestegen was van 65 naar 70 (p. 272-273). De
corruptie was helaas niet uitgeroeid. Het boek eindigt in de
zomer van 2015.
Beoordeling
Seipel is zeer goed op de hoogte van de gebeurtenissen in
Oekraïne en Rusland. Hij geeft getrouw het standpunt van Poetin
weer en het is niet slecht dat we dat ook eens lezen. Een
chronologische volgorde ontbreekt totaal. Soms uit hij wel wat
kritiek op Poetin, o.a. dat hij altijd bewust te laat komt (p.
45, 61, 87, 101, 268), dat er in december 2011 tot maart 2012
voor het eerst (en voor het laatst) massabetogingen tegen hem
waren (p. 63) en dat hij de ondergang van de Koersk met 118
doden verkeerd inschatte (p. 153).
Een kaart ontbreekt: de lezer mag zelf opzoeken waar Krasnaja
Poljana (p. 39), Koezbass (p. 131), Tsjoekotka (p. 158), Segezja
(p. 162), Neftejoegansk (p. 165), Tsinvali (p. 189) en
Vladikavkaz (p. 190) liggen.
De uitgever mag er wat slordigheden uithalen: de brokstukken van
MH17 lagen verspreid, niet over ‘35 m²’(p. 25), maar over 35
km². ‘Heef’ op p. 40 moet heeft zijn, ‘presidet’ (p. 57) is
president, ‘2001’ op p. 63 is 2011, na zijn ‘geboorten’ (p. 71)
is geboorte, ‘vis’ (p. 80) is via, ‘Areoflot’ (p. 115) is
Aeroflot, ‘moeten’ (p. 118) is moet, ‘is belandt’ (p. 130) moet
zijn: is beland. ‘Vergen’ (p. 139) veranderen we in vergt,
‘moraal waardevol’(p. 200) in moreel, ‘vermelde’ (p. 224) in
vermeldde, ‘is’ Charkiv in ‘in’ Charkiv. ‘Arseni Janoekovitsj’
(p. 243) moet zijn tegenstander Arseni Jatsenjoek zijn en ‘VN’
(p. 250) is VS. Seipel beweert dat Rusland de meeste medailles
haalde op de Olympische Spelen (p. 199). Dat is er ver naast: de
VS staan op kop met 2.760 of bijna driemaal zoveel als de
SU/Rusland met 1.010. Bij de Winterspelen leidt Noorwegen met
405 tegenover de SU/Rusland op de vierde plaats met 194. De
lezer mag dus kritisch zijn.
©Jef Abbeel, juli-augustus 2025
www.jefabbeel.be




