Michel Krielaars (2026). Rivier van Bloed.
Een cultuurgeschiedenis van de Wolga. Uitgeverij Pluim,
Amsterdam/Antwerpen, januari 2026. Paperback, 336 pagina’s,
kaartje, bibliografie. ISBN 978-94-934-2050-2 ; € 26,99.
Rivier van Bloed. Een cultuurgeschiedenis van
de Wolga
De auteur (°1961) heeft jarenlang in de Sovjet-Unie/Rusland
gewoond en gereisd. In dit boek volgt hij met een
Baedeker-reisgids uit 1892 de loop van de Wolga. Hij onderzoekt
wat er nog over is van het toenmalige Rusland.
Inhoud
Rivier van Bloed. Een cultuurgeschiedenis van de Wolga
De Wolga
is van noord tot zuid 3.530 km lang en wordt ‘Het kloppende
hart’ (p. 18) en ‘De moeder van Rusland’ (p. 17) genoemd. Hij
verenigt Rusland en verdeelt het ook in twee: vanaf het Tataarse
Kazan begint op de oostelijke oever een andere wereld van
steppevolkeren, die pas in de 16de eeuw door Ivan de
Verschrikkelijke onderworpen werden.
De Wolga begint in de
Valdai-moerassen, 450 km ten noordwesten van Moskou, waar sinds
1990 op 29 mei de bron jaarlijks wordt gewijd.
Krielaars beschrijft dan alle steden die langs de rivier liggen.
Daarbij vertelt hij oneindig veel wetenswaardigheden over
schrijvers, kunstenaars, bewoners, zowel uit het verleden als
uit het heden, zodat de lezer zin krijgt om die bootreis zelf
over te doen. Ten tijde van de schilder Ilja Repin (1873) waren
er 600.000 Wolga-slepers (p. 108). De kerk heeft weer haar macht
van toen en is opnieuw steunpilaar van het regime, ook als het
oorlog voert. Tijdens Stalin wijdde ze zelfs een kalender aan
hem, hoewel hij duizenden priesters vermoord had.
Veel Russen in de provincie zijn zwijgzaam, passief, kritiekloze
aanhangers van Poetins oorlog tegen Oekraïne. Velen gelijken op
Oblomov, de vadsige, luie figuur in de roman van Gontsjarov uit
1859 (p. 229).
Hun stadsbestuurders verrijken zichzelf, van generatie op
generatie. Toen tijdens Stalin 800.000 burgers geëxecuteerd en
miljoenen naar de goelag gestuurd werden, zwegen ze nog meer en
dachten ze dat Stalin als een vader voor hen zorgde.
Overheidsgeweld is een constante in de Russische geschiedenis.
Duitsers en andere West-Europeanen speelden eeuwenlang een rol
in de Russische economie en geschiedenis. Sinds Ivan de
Verschrikkelijke (1547-1584), de eerste tsaar, had Rusland een
terreurdienst, vergelijkbaar met de huidige FSB. Die van Stalin
was de ergste.
De Mongolen hadden ook veel invloed op de Russische geschiedenis
en mentaliteit. Ze waren de baas van ca. 1236 tot ca. 1503/1552.
Ze inden belastingen via de lokale vorsten, die meer aan
zichzelf dachten dan aan hun onderdanen. De vorsten van Moskou
maakten hun stad tot zetel van de Russisch-orthodoxe kerk en tot
machtigste vorstendom. Vanaf 1453 noemden ze Moskou het ‘Derde
Rome’.
In 1380 werden de Mongolen een eerste keer verslagen, in 1552
veroverde Ivan IV Kazan en maakte hij een einde aan hun macht.
Het kanaat van de Krim werd pas in 1783 veroverd door Potjomkin.
De Russische revolutie werd op gang gebracht door
Tsjernysjevski, die in 1863 het opruiende pamflet ‘Wat te doen’
schreef. De volgende twintig jaar mocht hij in Siberië
doorbrengen.
De beschrijving van Jaroslavl en van Sergejevski Posad is zo
mooi dat je er meteen naartoe zou willen gaan. De cafés zitten
ook tijdens de week bomvol, alsof niemand hoeft te werken.
Smirnov, de grote wodka-magnaat uit de 19de eeuw, die zelf geen
wodka dronk, heeft nog altijd veel aanhangers, niet enkel bij de
Russen, maar ook bij minderheden zoals de arme Mari van
Fins-Oegrische herkomst (p. 201).
De massale hongersnood van 1921-1923 met 5 miljoen doden wijt
Krielaars aan de droogte. Maar iets verder zegt hij zelf dat
Lenin alle graanvoorraden (en de gronden) afpakte van de boeren,
wat de hoofdoorzaak was. In 1921 richtte hij op de
Solovetski-eilanden het eerste concentratiekamp in, dat model
stond voor de goelag. Stalin pakte tussen 1929 en 1933 ook alle
graan af van de boeren, met ca. 7 miljoen doden als gevolg,
vooral in Oekraïne. En hij perfectioneerde het goelag-systeem.
Schrijver Gorki (1868-1936) krijgt eerst een eerbetoon, maar dan
ook kritiek voor zijn misleidende Sovjetpropaganda. Hij overleed
in 1936. Volgens Trotski was hij vergiftigd, een methode die
toen al bestond.
De Lada-fabriek werd zoals vele fabrieken na de inval in
Oekraïne omgevormd tot een producent van oorlogsmaterieel.
Krielaars ontmoet vrouwen die 52 uur per week werken voor 35
euro per maand.
Saratov was de stad van de Wolga-Duitsers. Tussen 1770 en 1914
waren zij succesvolle boeren. Maar tijdens WOI werden ze
vervolgd en door de hongersnood van 1921-1923 stierven er
48.000. In de jaren 30 liet Stalin tienduizenden van hen
executeren of naar Siberië deporteren. Saratov was in de
Sovjettijd een gesloten stad: er stond een militaire
vliegtuigfabriek en Gagarin landde er in 1961 na zijn
ruimtevlucht. In de Slag bij Stalingrad sneuvelden 1 miljoen
Russen en 0,7 miljoen Duitsers. Poetin gebruikt die slag nu in
zijn propaganda. Hij verheerlijkt Stalin opnieuw en in het
verplichte lesboek geschiedenis uit 2013 wordt hij een
efficiënte manager genoemd, die hoogstens wat onbeduidende
fouten maakte. En de inval in Praag (1968) wordt toegeschreven
aan de NAVO en aan allerlei fascisten, wat nu herhaald wordt
voor Oekraïne.
Het multi-etnische Astrachan is de laatste halte van de reis. De
Mongolen hadden er hun hoofdstad Saraj van 1237 tot 1552. Een
Venetiaanse gezant bewonderde de stad in 1473, maar keek toen al
op van het mateloze wodka-verbruik, dat nadien nog toegenomen
is.
De auteur besluit dat de Wolga de slagader was van oorlogen,
opstanden, onderdrukking, honger, mythes, maar ook een bron van
kracht en hoop.
Beoordeling
Krielaars kan heerlijk vertellen over de Russische geschiedenis,
politiek, godsdienst, maatschappij, literatuur en kunst. Hij
doet dat met veel kennis van zaken en met de nodige empathie.
Er zijn enkele overeenkomsten met ‘Mijn Rusland’ van Sjisjkin:
beide auteurs betreuren dat Rusland de massale moordpartijen uit
de Stalintijd verzwijgt, dat het onderzoeksinstituut Memorial
sinds 2021 verboden is en geen onderzoek meer mag doen naar dat
verleden. Beiden storen zich ook aan de corruptie, de armoede op
het platteland, het grote aantal incompetente en luie
ambtenaren.
Op p. 8 staat een klein kaartje met het verloop van de Wolga en
zijn bijrivieren. Maar hierop ontbreken veel plaatsnamen.
Nog een paar details: Nikitin was in 1466 niet “de eerste
Europeaan die naar Indië voer” (p. 24): de Venetiaan Niccolo de
Conti was hem voor rond 1420. Krielaars dateert de Renaissance
in de 12 –13de eeuw (p. 66): ik zou eerder zeggen: 15de – 16de
eeuw. Hij zegt dat Tsjernysjevski in 1863 ontsnapte aan de
censuur, maar hij vergeet dat hij van 1864 tot 1883 in
Siberische werkkampen mocht vertoeven. Over Tatarstan zegt hij
dat 48% Tataars-islamitisch is en 47% Russisch-orthodox (p.
183). Het is eerder 53% Tataars en 40% Russisch. Het Byzantijnse
rijk sneuvelde niet in ‘1492’ (p. 214), maar in 1453. Het aantal
werknemers bij Lada bedraagt ‘40.000’ op p. 240 en ‘700.000’ op
p. 242.
Samara leidt hij af van het Griekse samar/koopman, maar koopman
is emporos/εμποροσ in het Grieks. Hij laat de Russische elite
nog altijd rondrijden in ‘Mercedessen en BMW’s’ (p. 275), maar
sinds de oorlog zijn vooral Chinese auto’s ingevoerd. Op p. 325
staat: “terwijl de Armeense vrouwen klederdracht droegen”: hier
ontbreekt wellicht het woord ‘traditionele’.
In de uitgebreide bibliografie (p. 331-336) staan de boeken van
Figes, Gessen, Haffner, Sebestyen nog met hun Engelse of Duitse
titel, terwijl er al lang een Nederlandse versie van bestaat.
En voor de uitgever: de pagina’s 276-336 zitten los in het boek!
Globaal gezien is het een zeer degelijk en vlot leesbaar
verhaal.
© Jef Abbeel, Turnhout,
www.jefabbeel.be, februari
2026




